Kuisen met Gwendolien -2-

- 23 January 2018 door Edwin Timmers -

Ik ben niet moeders mooiste, maar dat ligt niet aan mij, dat ligt aan mijn zussen. Mijn zussen zijn namelijk ontzettend mooi, verrukkelijk zelfs, als ik sommige kerels mag geloven. Ik iets minder, maar nog altijd meer dan negentig procent van mijn straat. En mijn straat is lang, en hoog. Mijn billen werken als een magneet op de handen van bepaalde mannen. Gelukkig heb ik ogen in mijn rug.
Pas zoog ik een muis op. Je moet weten dat die diertjes gewoon blijven leven in een stofzuiger. Is ook niet raar, want zo’n apparaat zuigt meer lucht dan stof naar binnen. En iedereen weet dat muizen van de lucht leven. Lucht en af en toe een kruimel brood. Kaas vinden ze niet echt interessant. Te vet. Maar dat gaat er bij de meeste mensen niet in. Men blijft ze stug kaas aanbieden.

Elke donderdag doe ik de kantoren bij GMR Accountants. Kees, de directeur, glimlachte toen ik hem ooit vroeg waar de letters GMR voor staan. Hij sprak het langzaam uit. Geld. Moet. Rollen. GMR. Snap je? Kees is een fijne vent, een van de weinigen die niet permanent naar mijn borsten kijkt. De jonge strebertjes in zijn bedrijf moeten er nog van groeien, zeg maar. Als ik hen wat vraag, lijken ze niet te beseffen dat die woorden uit mijn mond komen. Deze knaapjes werken natuurlijk altijd over. Niet alleen knaapjes, ook hun vrouwelijke leeftijdgenoten, die ik liefkozend miepjes noem. Miepjes zien in mij een concurrent. Begrijpelijk tot op zekere hoogte. Je zou denken dat de miepjes en de knaapjes elkaar besnuffelen in de late uurtjes.

Bij GMR zuig ik nogal eens een muis op. Iedereen mag weten dat ik het niet op die beestjes heb. Ze doen niks, dat hoef niemand me te vertellen, maar ik moet ze niet. Naast GMR zit een illegale hondenfokker. Vechthonden, volgens een van de knapen. Muizen zijn niet vies van hondenvoer. En als muizen bij de buren zitten, zitten ze ook bij jou. Er schoot er een weg vanachter het aanrechtblok bij de koffiemachine.

Kees ziet in dat mensen zich graag ophouden in een fijne omgeving. Hoor mij. Ja, hoor mij. Ook een interieurverzorger is gevoelig voor interieurs. Die blauwe wand daar, die met de witte letters GMR erop, vind ik prachtig. Een blauw dat heel goed combineert met het organische bruin van de houten vloer. En zie je dat de richting van de planken een voorzetting is van de smalle ramen in de hoge pui van de voorgevel. De ontvangsthal zou door de hoogte kunnen doen duizelen als de ontwerper dat niet had opgelost door die met warm licht van tamelijk forse hanglampen naar beneden te brengen.

De ontvangsthal bewaar ik altijd tot het laatst. Net als de gehaktbal, zegt collega Erik. Het lekkerste het laatst. Mahmoud lust geen gehaktballen en begint bovendien altijd met het lekkerste. Dan kun je gemakkelijker stoppen als je verzadigd bent. Het is reeds donker, ik laat de boenmachine over de houten vloer dansen. Als ik het apparaat parkeer in het berghok rechts van de ontvangsthal valt me een huilerig kreunen op. Ik hoor een vrouwelijke stem gesmoorde ah’s en nee’s uitbrengen. Daaroverheen hoor ik stevig doch gedempt gekreun. Het zal toch niet waar zijn. Ik loop de gang in waaraan de werkkamers zich bevinden. Het geluid komt uit de tweede kamer links. De deur staat op een kier. Heel voorzichtig duw ik de deur iets verder open, ver genoeg om mijn hoofd naar binnen te steken. Een miepje zit op tafel met de beentjes naar zich toegetrokken. Ze heeft een panische blik. Een knaap zit op zijn knieën voorovergebogen op de vloer. Met een bezemsteel port hij onder een kast. Hebbes, roept hij triomfantelijk en pakt het levenloze muisje aan zijn staart van de vloer.
terug

billen

als

een

magneet