Lekker fout

- 28 September 2018 door Edwin Timmers -

"Het ligt nooit aan de machine, maar altijd aan de mens die erachter staat." Was K weer eens in gevecht met de weigerachtige machine, dan sloeg zijn collega R hem met deze wijsheid om de oren. Een machine maakt geen fouten, vond R.
Maar K kreeg de machine klein, maanden later begreep hij het ding tot in het kleinste detail. Stilaan waren ze een soepele twee-eenheid geworden. Ontwerpfouten losten zich op in wederzijds begrip. Zo draaiden ze tot tevredenheid van de bedrijfsleiding vele jaren lang grote hoeveelheden halffabricaat. Niemand had voorzien dat het zou gaan knagen. De machine klaagde echter niet; het was K die zich steeds minder happy voelde in de relatie met zijn mechanische collega. K voelde zich onvrij. Hij leek zichzelf de vraag te stellen wat hij nu eigenlijk was: een mens of een machine? Maar die vraag stelde hij zich niet, want hij voelde zich een machine en die loopt lekker op olie en vet, zoals een mens dat doet op de inhoud van zijn periodiek leeggeschudde loonzakje.

“Ik deed niks fout,” fluisterde hij collega R in het oor. “Ik was een machine.” R schrok en trok de wc-deur achter zich in het slot. “Niets menselijkers dan fouten maken!” riep K tegen de gesloten deur. De afwijzende reactie van R overtuigde K van het juiste van zijn geplande misstap.

K werd een voorbeeldig man genoemd, ofschoon niemand een voorbeeld aan hem nam. Zijn vrouw hield van hem in voor- en tegenspoed. Dat was de deal. Had ze indertijd voor een machine gekozen of voor een mens? Of heeft dat niets met liefde van doen? Dit vroeg K zich af. En daarom dook hij het bed in met een andere vrouw. Het voelde goed; zijn vrouw had recht op een mens. K had namelijk besloten dat zijn vrouw lang geleden voor een mens had gekozen, niet voor de machine die hij was geworden. Dat leek hem logisch.

Een misbaksel, zo noemde zijn vrouw hem toen hij haar zijn goed geplande misstap opbiechtte, nog rozig van het warme bed van die andere vrouw. Ze wilde het niet weten, maar daarvoor was het al te laat. “Je had het toch als een geheim voor jezelf kunnen bewaren!” beet ze hem toe. K gaf toe dat hij een inschattingsfout had gemaakt. Ook dat deed hem goed.
terug

deed

niks

fout