Leuke klus

- 31 August 2018 door Edwin Timmers -

Je kunt niet op alles voorbereid zijn. De eerste keer dat ik - heel lang geleden - bij mijn vriendin aanbelde, verslikte haar zus zich in een lachbui die meteen na het opendoen aanving. Ze kon er niks aan doen, zei ze, nog nasnikkend op de bank. Een memorabele entree, ofschoon ik me op minder hilariteit had voorbereid. Was ik toen echt zo’n raar mannetje?
Van de week rijd ik nietsvermoedend in bouwvakkerstenue een erf op. Mijn collega's zijn er al. Ze treffen de laatste voorbereidingen voor een garagevloertje. Een onbekende man staat bij hen, zie ik op vijftig meter afstand. Het zal de opdrachtgever zijn. Hoe dichter ik nader, hoe meer het kapsel van de man mijn aandacht trekt. Als ik me aan hem voorstel, kan ik nauwelijks een lach onderdrukken. Tegelijk kan ik mijn ogen niet van hem afhouden.

Ik schat hem vijfenveertig. Zijn gezicht is uitgesproken: grote donkere ogen, een mond met volle lippen, die wuft krullen, een forse kin, stevige kaken en licht geaccentueerde jukbeenderen. Een goedlachse man, contactueel helemaal in orde en een tikkeltje onzeker vanwege het vloertje, dat met twintig kuub sneldrogende beton spoedig erg definitief gaat worden. Zijn haardos is absurd. Een zeldzaam dikke pak grijs-blond golvend haar. Het lijkt wel een buitenproportionele pruik. Hij ziet eruit of hij op het punt staat om mee te gaan lopen in een carnavalsoptocht. Op een gek pak na is hij er klaar voor. Maar het is geen carnaval en hij hoeft nergens naartoe; hij staat daar nietsvermoedend gewoon zichzelf te wezen. En toch verwacht ik dat het niet lang duurt voordat hij begint aan zijn sketch, dat hij zich ontpopt als een onvervalste cabaretier.

Als hij later die dag vertelt over zijn sukkelende moeder, verwacht ik een clou. Maar er komt geen clou, want hij is geen cabaretier. Hij wil gewoon even zijn verhaal doen. Tegen vijven is de vloer op z’n eind en ben ik gewend aan zijn uiterlijk. Er komt een vrachtauto het erf op. De chauffeur loopt op me toe en vraagt waar hij de dakpannen moet lossen. Ik verwijs hem door naar de opdrachtgever die een paar meter verderop de tuin aanharkt. De chauffeur kijkt van hem weer terug naar mij. Hij lacht en zegt: “Moet ik dat aan hem vragen? Meen je dat serieus?”
terug

je

dat

serieus?