Levenskunst voor machines

- 25 January 2018 door Edwin Timmers -

Het leven gaat over bergen en door dalen; geen voorspoed zonder tegenslag en geen geluk zonder ellende. Heel veel mensen geloven dat het zo werkt. Misschien is het ook wel zo: in een paradijs zou ik me snel gaan vervelen, vrees ik. Toch moet ik opmerken dat me tot dusverre veel tegenslag en ellende bespaard is gebleven. Dus misschien moet ik erkennen dat ik reeds met een been in het paradijs sta. Dat is mooi, zult u zeggen, geniet er maar van, want morgen kan het helemaal anders zijn.
Zal een computer ooit boos op me zijn als ik hem verkeerd gebruik? Ga ik het meemaken dat hij me met zijn scherm in het gezicht slaat, zoals ik op sommige wanhopige momenten met mijn gebalde vuist op zijn toetsenbord ram?

Als een robot of een machine met kunstmatige intelligentie ooit een eigen wil krijgt, zal hij dan op de mens met zijn sores willen lijken? Zal hij wanhoop, verslagenheid en blijdschap nuttig vinden? En hoe zal hij omgaan met het einde van de zomer, als de dagen korter en kouder worden en de eerste bladeren vallen?

Mocht een robot met kunstmatige intelligentie zichzelf ooit kunnen programmeren, dan wil ik graag weten met welk doel hij zichzelf programmeert. De mens is een overlever, maar ook een wezen dat zijn leven zin kan geven. Dit zingevende vermogen maakt de mens tot mens. Ik denk niet dat een robot daar iets mee kan. Ik denk dat de mens nog heel erg lang achter de robot (of de autonome machine met kunstmatige intelligentie) zichtbaar blijft. Alleen de mens kan het plan bedenken om iets te maken dat op de mens lijkt. Mocht een creatief wezen met kunstmatige intelligentie ooit het plan bedenken om een mens te bouwen, dan zouden zijn soortgenoten dit plan verwerpen vanwege te inefficiënt en te kwetsbaar.

Misschien vraagt u zich af wat ik hier zit te zwatelen. Simpel, ik begon een paar dagen geleden in het boek ‘Ik, Robot’ van Asimov en plots lijkt het dat alles over robots gaat – als je een nieuwe Volkswagen Golf koopt, zie je plots overal Golfjes rijden. Zo las ik vandaag een artikel van Ed Croonenberg over dit onderwerp. Hij citeert uit een rapport van de NASA dat in 1965 verscheen: “De mens [is] het goedkoopste, 70 kilo zware, non-lineaire, multifunctionele computersysteem dat op grote schaal door ongeschoolde arbeidskrachten kan worden geproduceerd.”

Een even droogkomisch en cynisch als geruststellend citaat, dat helaas voorbij gaat aan de onvoorspelbaarheid van de mens. En daarmee aan de onvoorspelbaarheid van de toekomst, want zolang de mens zich roert, is de toekomst ongewis, daar kan voorlopig geen robot iets aan veranderen.
terug

te

inefficient

te

kwetsbaar