Liefdesliedje

- 21 March 2018 door Edwin Timmers -

En toen was ik verliefd. Eten was niet belangrijk meer en als ik op de fiets zat en naar links keek, zag ik haar. Keek ik naar rechts, zag ik haar ook en als ik afstapte, was ze er nog steeds. Ze was er permanent en toch kon ik me haar gezicht niet voor de geest halen. Om gek van te worden.
Verliefdheid is een lichaam waarvan elke cel "Ja!" roept. Verliefdheid is als koorts zonder griep, mits wederzijds. Verliefdheid kent gradaties. Als ze de kop opsteekt, brandt ze nog niet in alle hevigheid; ze heeft dan nog wat ratio te vermorzelen, de ogen achter de kritische blik moeten nog uitgestoken. Deze opstekende variant is als een zacht zoemen, als het warme gloeien van vermoeidheid in een hyperactief lijf.

“Waar gaat het eigenlijk over?” vroeg een man in de studio waar we van de week een paar nieuwe liedjes opnamen. “Mmm, tja, eigenlijk is het een liefdesliedje,” antwoordde ik. Maar het is niet altijd een liefdesliedje geweest, verzuimde ik te zeggen. Een liedje begint zonder verhaal.

Soms heb ik beet. Dan speel ik gitaar en ontvouwt zich op een paar akkoorden een innemend melodietje. Als het wat begint te worden, steekt verliefdheid de kop op. Ik kan dan aan weinig anders denken. Vaak gebeurt het dat het na enige tijd toch niks wordt, wat betekent, hoe pijnlijk ook, dat het ontkiemende liedje op de schroothoop gaat.

In de tekst van het liefdesliedje dat we op band zetten loop ik achter een vrouw aan. Ik zoog uit mijn duim dat we elkaar ontmoeten in een snoepwinkel en dat we elkaar voor het eerst, per ongeluk, aanraken in de bus. De vrouw bestaat niet buiten mijn hoofd, denk ik. Toch zie ik haar voor me, ik volg haar door een oude Engelse industriestad. Maar hoe ik ook probeer, haar gezicht blijft een raadsel.
terug

gaat

het

over