Likkebaarden

- 23 May 2017 door Edwin Timmers -

Waarom het vlinderen heet, weet ik niet, maar ik vlinder zo nu en dan. Sommige mensen willen een betonvloer in hun huis, een vloer die past bij een industrieel interieur. De meesten willen de vloer spiegelglad. Het glad maken van de vloer heet vlinderen. De machines waarmee gevlinderd wordt, heten vlindermachines. Poëtische namen voor tamelijk noeste en zeer luidruchtige arbeid.
Tijdens het vlinderen van een huiskamervloer keek de buurvrouw even om de deur. Een bijzonder mooie jongedame met een intelligente blik. De vloer vorderde – er verscheen al wat glans. Nog een paar rondes en ik kon inpakken en naar huis. De buurvrouw was zeer gecharmeerd van het resultaat. “Denkt u dat zo’n vloer ook in ons huis kan?” vroeg ze. Steeds vaker zeggen mensen u tegen mij. “Ik loop wel even mee,” zei ik.

In haar huiskamer hangt een vrij recente trouwfoto. Ze is getrouwd met een slanke jongeman met een baard van bescheiden omvang en in verzorgde staat. Ik associeer baarden met Griekse filosofen. Misschien kent u het beeld van Socrates. Het haar dat deze filosoof niet bovenop zijn hoofd heeft, heeft hij wel op zijn gezicht. Socrates is geen knapperd, maar gelukkig maskeert zijn baard veel.

Zal ik het de buurvrouw vragen? Altijd als ik een wondermooi schepsel zoals deze vrouw zie, vraag ik me af hoe zij staat tegenover het gezichtshaar van haar partner. Er wordt in onze cultuur wat afgekust. Hoe ervaart zij een innige kus met haar man? Ik geef toe dat ik deze vraag al duizend keer heb kunnen stellen, maar ik heb het nog nooit gedaan. Zal ik het haar vragen?

De vloer glimt van voor tot achter. Een stukje vakwerk, al zeg ik het zelf. Terwijl ik de machine in de auto hijs komt de buurvrouw voorbij gefietst. Haar zien fietsen, is een genot. Gracieus, dat is het woord. Zelfs de fiets, een oud barrel, kikkert er vanop. Ze groet. Ik groet. Even later zie ik haar man op zijn fiets stappen. Zijn hoofdhaar is keurig gekapt, maar zijn oranjebruine baard is tot enorme proporties gegroeid, alsof de haardos van Katja Schuurman losjes op zijn gezicht geplakt is. Zou hun huwelijk op springen staan? Wie of wat is er bij zo’n baard gebaat? Ik groet hem en hij groet vriendelijk terug.

“Die zaak hebben wij ingericht,” zegt John van Tribe. “Een hippe tent.” Daar ben ik het mee eens. Toevallig had ik er met een paar baardloze maten wat gedronken. De eerste pint koud in de hand en wie zag ik daar binnenkomen? Inderdaad, de buurvrouw en haar man.

De vraag die ik nog nooit heb gesteld, bespreek ik met mijn vrienden. Ze vinden dat ik niet zo moet zeuren. “Gewoon vragen. Nu!” De buurvrouw heeft me gezien, lacht vriendelijk, zwaait en komt gelopen. “Edwin wil je wat vragen,” zegt een vriend. Manlief heeft zich inmiddels bij het groepje aangesloten. De buurvrouw kijkt me verwachtingsvol in de ogen en zegt: “Wat wil je vragen?”

Aarzelend en op gedempte toon stel ik haar de vraag. Ze giert het uit. “Vraag maar aan hem zelf.” Ik vraag het hem en onmiddellijk grijpt hij mijn hoofd met beide handen vast en plaatst zijn lippen op de mijne. Reuring.

“En, hoe was het?” vraagt een vriend, nog nasnikkend. “Vraag het hem zelf maar,” zeg ik.
terug

Mannen

met

baarden