Maastricht .1. de Galliers van de biermarkt

- 17 June 2017 door Edwin Timmers -

Wat vult de dagen? Of, eigenlijk, wat maakt dat de dagen zo vol lijken? Ik denk dat het mensen zijn, in het bijzonder ontmoetingen met mensen die je nog niet kent.
Waar ontmoet je mensen? Rare vraag, maar niet onbelangrijk. Mensen ontmoet je ergens, altijd in een ruimte. Ik sta in een overvolle bus. We gaan van Maastricht naar Gulpen.

Mijn dochter is lid van een Maastrichtse studentenvereniging, actief lid, heel erg actief. Haar dispuut is er een voor meiden. Wat een dispuut is, is me niet geheel duidelijk en dat laat ik maar zo. Het dispuut organiseerde een papadag. Zeventien jonge meiden met evenzoveel papa’s in een volle bus. Verder nog een tiental Japanners – van wie twee in een buggy – en een twintigtal lokale lieden.

De sfeer is goed, hoewel nog een beetje onwennig. De meiden zijn sociaal vaardig: ze beseffen dat hun papa’s naar een houding zoeken. Ze weten dat lachen een sfeersmeerder is, dus lachen ze om alles.

“Eigenlijk wel een maffe vertoning voor de buitenstaander,” zeg ik hardop. “Zeventien mannen van middelbare leeftijd die op stap gaan met zoveel jeugdige schoonheid.” De meiden vinden dit een grappig beeld. “Jaa, een reünie voor vrijgezellen die een hun schatje vonden in een full colour catalogus met Oost-Europese huwbare dames,” merkt de meest gevatte op.

Tegenover de Gulpener bierbrouwerij stappen we uit. Een kwartiertje later zitten we in de zonovergoten terrastuin aan de achterzijde van de brouwerij met een glas ongefilterd bier losjes in de hand. Een van de meiden is Nederlands kampioen twirlen. Nooit eerder ontmoette ik een twirl-atlete. De wereld onthult slechts mondjesmaat haar geheimen. Twirlen doe je met een baton, een stok. Terwijl we vanuit de tuin het café inlopen vraag ik de twirlqueen of het stokje van een dirigent niet ook baton heet. Ze weet het niet.

In het recent verbouwde café gaat oud en nieuw samen – hoe toepasselijk voor deze dag. Het plafond is een donkerbruine balkenlaag waarop de planken verdiepingsvloer rust. Veel lichteiken robuust meubilair in modern design; enorme zwarte stalen kozijnen; beschadigd stuukwerk op bakstenen muren; en roestvaststalen decoratiestukken en taps. Via het café loodst de gids ons een zaaltje binnen. Iedereen wordt een fles bier in de hand gedrukt. De gids neemt het woord.

Het verhaal van Gulpenier bier is er een om trots op te zijn. De vrije brouwer, zo noemt Gulpener zich. Ze zijn nog immer zelfstandig. Eind tachtiger jaren van de vorige eeuw kozen ze, nog voordat dat een begrip werd, voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het mooiste aspect van deze ondernemersstijl is wellicht dat ze lokale gersttelers via een coöperatie aan zich wisten te binden. Later, tijdens de rondleiding door de fabriek, merkt de gids op een voorliefde te hebben voor de ‘bioloog’, een koosnaam voor Gulpeners biologische bieren.

De rondleiding sluit af met een smaaktest. Drie bieren. Aan ons de taak op te schrijven welke van de twintig Gulpener bieren het zijn. Fanatiek laten we de brouwsels over de tong rollen. Aan de tafel naast ons zit een achttal andere meiden. Niet één van hen proeft van het bier voor hun neus. Lijzig typen ze op hun mobieltjes. Een van hen krijgt de geest en zet de vierentwintig glazen op kleur gesorteerd in een slagorde op tafel. Hiervan maken ze foto’s die ze gelijk met de wereld delen. Lol.

Met het bejubelen van de winnaars sluiten we de smaaktest af. De acht meiden naast ons vluchten naar buiten, waar ze het tikken op hun telefoons hervatten. Onze dochters sluipen naar de tafel van de acht, in hun kielzog gevolgd door een stel dorstige papa’s. In tien minuten zijn ook de vierentwintig tot dan onaangeroerde glazen leeg. Verspilling hebben wij onze dochters niet geleerd. De gids is ons zichtbaar dankbaar.

Over zeven minuten zal de bus voorrijden. Onze groep beweegt zich druk pratend naar buiten. Ik loop nog snel even terug naar de gids. Hij wrijft glazen achter de bar. Ik complimenteer hem met zijn verhaal en zoek ondertussen naar een metafoor waarmee ik zijn werkgever kan duiden. Ik test er een paar. Pas bij de Galliërs uit de stripboeken van Asterix (en Obelix) verdwijnt de frons van zijn gezicht. Hij en zijn collega’s zijn de Galliërs van de biermarkt. Het beeld bevalt hem. Ik haast me naar buiten en spring in de bus. Klaar voor het tweede deel van papadag.
terug

verhalen

worden

smaakmakers