Muggen

- 06 June 2018 door Edwin Timmers -

Geen mens gezien in het bos. Fijn, want daarom waren we er. De herberg in het hart ervan zit echter helemaal vol. Zeker honderdvijftig mensen laven zich luid lachend aan loodzware bieren. We kijken elkaar aan, mijn vriendin en ik, en begrijpen woordeloos dat we dit gezelschap niet uit de weg gaan. Zij wil een tripel, liefst een die er ontzettend inhakt en ik wil iets vergelijkbaars, maar laat het aan de ober om me te verrassen. In een nis nabij de bar zijn twee plaatsen vrij aan een tafel waaraan een iets ouder stel zich een stuk in de kraag zuipt.
De man kijkt op uit een dik boek dat voor hem op tafel ligt. Hij zegt iets tegen zijn vrouw. Ze schikken in. Mijn vriendin en ik mogen bij hen aan tafel. Zij opent het gesprek.

“Mijn man vertelt me zojuist over het boek dat voor hem ligt. Een prettig vreemd boek, mag ik wel zeggen." Hierop bladert hij naar een passage die hij, naar hij zegt, toepasselijk vindt. Hij leest hardop.

“Alleen de insecten begrepen geen slangentaal doordat hun hersenen te klein waren om zo slim te zijn. Dus hielp de slangentaal niet tegen muggen of horzels en kon je er geen bijensteken mee behandelen.”

De ober brengt onze dranken. Dranken zo zwaar dat ze vanaf een vierwielig karretje uitgeserveerd worden.

Het boek waaruit de man voorlas is van Andrus Kivirahk. “Google maar!” roept hij bij het zien van mijn ongeloof.

In het bos stikt het van de muggen. Ik snap niet waarom hun prik na miljoenen jaren van evolutie nog steeds jeukt. Hoor ik een mug zoemen, dan wil ik hem pletten. Als de prik van dit insect minder, of gewoon niet, irritant zou zijn, zou het schepsel mij ongestoord leeg kunnen drinken. Waarom spuit het in plaats van een bijtend zuur geen verdovingsmiddel in het gaatje? Dat zou toch veel slimmer zijn.

Met deze gedachte stapte ik de herberg binnen. Nauwelijks twee minuten later had ik een antwoord. Muggen zijn dom en star en ze komen met velen. Hun nietigheid is hen om het even; de enkeling die ik plat sla, weegt niet op tegen de massa die mijn hand ontglipt.

De man heft zijn glas en spreekt alsof hij een eed zweert: “Dit bier houdt muggen weg. Doch pas dan als er liters van genuttigd zijn.” De schemer zet in, de eerste gasten rollen onbevreesd naar buiten. Bij het openen van de deur klinkt telkens een oorverdovend gezoem.
terug

vanaf

een

vierwielig

karretje