Over eieren lopen

- 11 May 2018 door Edwin Timmers -

Lachen met de paus, grinniken om de niet te sturen seksuele driften van geestelijken. Spotten met god. Ik werk een bordje zeefruit naar binnen terwijl ik luister naar een vrouw die serieuze vragen stelt bij het geloof. Haar tafelgenote tegenover kijkt met de seconde zuurder. Ik weet dat zij, lerares Duits, een fervent kerkganger is. Twee jaar geleden trouwde ze bovendien heel bewust voor de kerk. De geloofbeschimpende dame naast me weet niets van dat al. Hoe moet ik haar van sarcasme druipende woordenstroom stoppen en hoe sus ik het gemoed van de lerares Duits? Want, wat ik ook ga zeggen, een van de twee - plus mezelf - manoeuvreer ik ermee in een ongemakkelijke situatie. Daarom houd ik me maar wat afzijdig en lach ik zuinig als er een lachje verwacht wordt. Ach, relativeer ik, iedereen heeft zo zijn gevoeligheden.
Met een stel vrienden zijn we bij elkaar in de keldergewelven van een groot hotel restaurant. Een van ons gaat met pensioen. Zijn werkgever organiseert dit feest voor hem en vijf andere afzwaaiende collega’s. Misschien moet ik eerst het woord ‘vrienden’ toelichten. Dit woord verwijst hier naar vijf mannen van uiteenlopende leeftijd en professie die elkaar nu zo’n twaalf jaar kennen. In de loop van die jaren haakte de aanhang, de vrouwen en vriendinnen, af en toe aan, meestal bij officiële gelegenheden zoals deze pensioensreceptie. De aanhang is niet geheel op de hoogte van elkaars levensinvulling. Dit mag de mannen worden aangerekend: zij ouwehoeren onder het mom van filosofie meestal wat in het wilde weg en vergeten daardoor relevante basisinformatie over elkaar en hun partners met hun liefjes uit te wisselen.

Een van de vrienden heeft zo zijn bedenkingen bij het neoliberalisme. Managers noemt hij een plaag. Als hij hierover zijn gal spuit, wat hij overigens voortreffelijk doet, beseft hij niet dat een van de vrouwen – de vrouw naast me – een topmanager is. Ook dit leidt tot een ongemakkelijke situatie. Ach, denk ik maar weer, iedereen heeft zo zijn gevoeligheden. Een samenzijn met vrienden is nu eenmaal over eieren lopen. Onze pensionerende vriend volgt echter de tegenovergestelde strategie: hij stampt op eieren. Zijn afscheidsrede blijkt een splijtzwam.

Jaren geleden bedachten we dat we als vriendengroep een politieke partij moesten oprichten. Het bleef bij een voornemen, een idee, een kapstok voor absurdistische spotternijen. De dresscode voor de partij is een rode schuimrubberen clownsneus.

De pensionerende vriend krijgt een microfoon en richt zich tot het honderdkoppige publiek. Wij, zijn vier vrienden, positioneren onszelf achter hem met een rode neus en een stoïcijnse blik, onwetend over wat hij gaat vertellen. In tien minuten tijd rekent hij af met alles wat hem aan zijn werk niet beviel. De gezichten van sommigen verbleken. Ik voel me best ongemakkelijk. Na tien minuten is het op een paar lachers na doodstil in de zaal. Het applaus is dun en rommelig. Mijn vriend is trots op zichzelf. Dat niet iedereen zijn woorden waardeert, deert hem niet, dat was zelfs de bedoeling. “Ach,” zegt hij. “Iedereen heeft zo zijn gevoeligheden.”
terug

met

dresscode