Pakman

- 24 October 2017 door Edwin Timmers -

Mensen inschatten op grond van hun uiterlijk is mogelijk als je je beperkt tot het gezicht. Een gezicht zegt namelijk meer dan een volle klerenkast. Maar zelfs een gezicht zegt weinig. Toch kan dat weinige al genoeg zijn. Ik ben niet moeders mooiste en mijn kleding maakt het niet beter. Hiervan ben ik me ten zeerste bewust. Mijn blokhoofd wil ik trouwens wel, maar kan ik niet in een andere vorm kneden, dus daar moet ik het mee doen. En mijn kleren? Ach, mijn kleren.
Mensen die het hardst roepen dat ze een open en creatieve geest hebben, kunnen op mijn wantrouwen rekenen. Enige tijd geleden had ik een afspraak met een man die zichzelf een open en creatieve geest toedichtte. Hij vertrouwde mij dat natuurlijk pas toe nadat de handjes waren geschud en we aan tafel plaats hadden genomen.

Ik droeg een eenvoudige spijkerbroek van een door de jeugd zeer gewaardeerd merk en dito trui. Mijn voeten staken in gympen met drie strepen elk. Alles bij elkaar durf ik te stellen dat ik toonbaar was, zeker niet te opzichtig uitgedost en al helemaal niet passend voor een bezoek aan de koning. De afspraak vroeg niet om meer. Mocht dat wel het geval zijn geweest, dan had ik moeten afzeggen, want mijn klerenkast is erg overzichtelijk. Ik ben geen pakkenman. De man die voor me zat, was er wel een.

Zijn opmerking over zijn ruime en vindingrijke geest strookte niet met de manier waarop hij mij even daarvoor ontving. Terwijl hij van de trap kwam en mij opnam, verscheen er een piepklein spoortje van afkeuring op zijn gezicht - bij zijn wenkbrauwen om precies te zijn. Ik vind dat niet erg, want op zo’n moment heb ik de eerste informatie binnen.

Het was een aardige man, doch in tegenstelling tot wat hij beweerde niet bijster creatief, zijn ideeën ontstegen het rudimentair speelse niet. Dit kwam dus overeen met de afkeuring die ik van zijn wenkbrauwen las.

De fijnste ontmoetingen zijn de onwennige, die waarbij het oordeel wordt opgeschort. Eerst wat praten en goed kijken en dan pas oordelen, waarbij ik meen te moeten opmerken dat elk mens oordeelt voordat hij er erg in heeft. Mensen die beweren dat dat niet zo is, kun je heel gemakkelijk tot een oordeel verleiden. Leg je hand maar eens heel heel heel even op diens hand tijdens een eerste, liefst zakelijke ontmoeting.

Hoe dan ook, misschien had ik toch gewoon een pak aan moeten trekken. Dan hadden we op gelijke voet het gesprek kunnen instappen. Ik verdenk mezelf ervan dat ik mijn kledingstijl als een instrument gebruik om al in een heel vroeg stadium controle te krijgen over willekeurig welke ontmoeting. Tja, da’s nou ook wat, ik in een pak. Mocht u mij binnenkort in een maatpak over straat zien gaan: u zult me herkennen aan het blokhoofd. Spreek me gerust aan, ik zal niet bijten, hoogstens trek ik wat onbeholpen met mijn wenkbrauwen.

En hoe zit dat dan met creativiteit? vraagt u zich wellicht af. Ik denk dat creativiteit een afwijking is om te ontkomen aan de geest-slopende conformiteit.

Bij Tribe zetten we je ook graag op het verkeerde been. Met of zonder pak, maar altijd verrassend creatief prikkelend. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende afspraak.
terug

ik

ben

geen

pakkenman