Poolse koffie

- 08 June 2018 door Edwin Timmers -

Uit mijn jeugd ken ik 1 handgebaar voor seks. Door de toppen tegen elkaar te drukken, maken duim en wijsvinger van de linker hand een rondje. Dit stelt een lichaamsholte voor, mogelijk het vrouwelijk geslachtsorgaan. De rechterwijsvinger beweegt zich als een penis heen en terug door het hoepeltje van de andere hand. Veel gebruik ik het niet meer.
In Polen is het gebaar voor seks grover. Tenminste, dat leid ik af uit de krachtige souplesse waarmee de Poolse man het me voordeed om ermee duidelijk te maken wat zijn beste vriend met zijn ex-vrouw gedaan had, en waarschijnlijk nog steeds doet. Hij balde zijn vuist en bewoog deze vanuit de hoek van zijn elleboog enigszins rammend voort en terug. Tien minuten eerder bood deze Pool me een kop koffie aan. "Polish coffee! Is good!"

“Your wife? And your friend? Sex?” vroeg ik een beetje beschaamd. Hij knikte bedrogen. Dit voorval had hem naar Nederland gebracht, waarmee tegelijk het contact met zijn drie kinderen, de oudste vijftien, de jongste zeven, was verbroken. Hij dus, bood me even hiervoor een kop Poolse koffie aan.

Met vier collega’s zat ik aan een houten tafel in de tuin. We dronken koffie die een van ons had meegebracht. De tuin hoort bij het huis waar zo’n dertig Polen gehuisvest zijn. De gastvrije Pool liep op slippers met ontbloot bovenlijf en een Bermudabroek vanuit de keuken de tuin in en schudde ons welgemanierd een voor een de hand. Mijn collega’s vertrokken vanwege werkzaamheden elders; ik bleef omdat ik daar zo meteen weer aan de slag moest.

Hij maakte een praatje met inzet van flarden Engels, Duits, Pools en Nederlands, en verder zijn hele lijf. Of ik koffie wilde, wou hij weten nadat hij me het Poolse woord voor beton had geleerd – wat ik helaas alweer vergeten ben. Ik wees naar de half gevulde plastic beker voor me op tafel. Uit zijn gezichtsuitdrukking las ik af dat dat geen koffie was. “No no, coffee. Polish coffee?”

Ik nam plaats aan de keukentafel. Terwijl hij met de ene hand een glazen pot met diepbruin poeder uit de kast pakte, zette hij met de andere de waterkoker aan. Gaat hij oploskoffie voor me maken? dacht ik. Niet lekker, maar toch een mooie geste. Hij opende de pot en vroeg op ik een of twee scheppen in mijn kop wilde. “Two,” zei ik, en kreeg er twee. Hij vulde de kop af met kokend water.

Bovenop de vloeistof dreef een drabbige schuimkraag. Ik dronk er voorzichtig wat van en was een minuut later nog druk in de weer om met mijn tong de koffiekorrels richting slokdarm te vegen. “No no, you wait. It goes down. Wait,” instrueerde hij na het zien van mijn binnensmondse poetswerkzaamheden. Met lichte tegenzin waagde ik enige minuten later een nieuwe poging. Geen drab – die koekte keurig onderin. Ik proefde een volronde sterke koffie. “Good?” vroeg hij. Ik knikte. “Good, yeah, really good.”
terug

no

coffee!