Prachtkind

- 09 May 2019 door Edwin Timmers -

Uit het gesprek maak ik op dat haar zoon een jaar of acht is. Hij fietst in ieder geval zelf naar school. "Je mag hem hebben," zegt ze schaterend tegen een van de andere twee vrouwen aan tafel. De vrouw wimpelt het aanbod af met de opmerking dat ze hem ook gewoon te vondeling kan leggen: "Je weet wel, in zo'n luikje". De derde pleit voor een abortus met terugwerkende kracht.
Kwart over vier, het terras van café De Herberg aan de Middelburgse Pottenmarkt ligt vol in de zon. Een café met gebruikssporen, veel tweedehands meubilair. De sfeer is er losjes als het personeel, onbezorgd bijna, maar dat kan ook het weer zijn, en de vele vakantievierders die voorbij slenteren. Om zeven uur heb ik een tafel in café restaurant Vriendschap naast De Herberg. Daar zal ik straks mijn eerste krabbenpoten leeg lepelen. Doch vooraleerst vermaak ik me stiekem opperbest met het drietal op het terras.

De dames hebben spijt. Spijt van hun kinderwens en spijt van hun man. Kinderen aan de dijk zetten is niet al te kies, maar ze hebben wel alle drie een ex. Om de loodzware opvoedingstaak het hoofd te bieden, drinken ze stevig door en zijn daarbij niet wars van verandering. Het gaat van bier naar wijn en weer terug. Ondertussen eten ze een flinke hap uit de kleine kaart. Kijk, daar komt een grote schaal nacho cheese.

Een van de drie, de vrouw die haar achtjarige zoon ter adoptie aanbood, begint te roepen naar een passerende leeftijdsgenoot achter een kinderwagen. De kersverse moeder aarzelt. Moet ze doorlopen of moet ze het terras op? De roepende vrouw staat op – nu pas zie ik dat ze een legergroen hansopje van wol draagt – en spurt naar de kinderwagen, waar ze haar hoofd tot aan haar schouders insteekt. “Oh, wat is ie mooi!”, gilt ze. “Wat een prachtkind! Zo een wil ik ook.” De moeder twijfelt tussen trots en wantrouwen. De vader aanschouwt het gebeuren op een afstandje. Hij wil onder geen beding het terras op. De roepende vrouw loopt terug naar haar wijntje en vraagt de moeder of ze bij hen komt zitten. Een van haar tafelgenoten sputtert tegen op fluistersterkte: “Neejj, dat kun je niet maken. Je hebt een afspraakje met mij, weet je wel, quality time. Zo meteen gaat ze die kleine hier zitten voeden.” De moeder twijfelt en kijkt naar de vader. “We lopen nog even die kant op,” zegt ze na enig wikken en wegen met een poging tot een stralend gezicht tegen de drie onheilsbrengers.

“Jeetje!” joelt de vrouw die de kwaliteit van dit samenzijn benadrukte. “Heeft hij een hazenlip?” De dames kijken naar een foto van de nieuwe liefde van de roepende vrouw. Hij viel van zijn fiets toen ze na een avond doorzakken, hun eerste avond samen, naar haar huis zouden gaan. Het hoefde niet gehecht, want de wond zat in het weke deel van zijn bovenlip. De flinke korst viel eraf tijdens het eerste bezoek aan haar ouders.

De zon is de hoek om, het koelt hard af. Ik loop naar mijn B&B voor een trui. Als ik iets voor zeven uur De Herberg passeer, groet ik de drie luidruchtige vrouwen op het terras. Ze zwaaien niet terug. Een ober haalt de lege wijnglazen van hun tafel. Ze zitten weer aan het bier.

In café restaurant Vriendschap zijn alle tafels op één na bezet. Toch meld ik mezelf bij de bar. Een kordate vrouw van de bediening brengt me naar het vrije tafeltje. Een trui is hier niet nodig. Naast me zit een familie aan een lange tafel, twaalf personen. Opa en oma, hun twee kinderen met partners en zes kleinkinderen, twintigers reeds. Allemaal dragen ze modderige wandelschoenen. Opa en oma zeggen weinig. Misschien heeft de strandwandeling hen uitgeput, maar evengoed verbazen ze zich over wat ze op de wereld hebben gezet en wat daar weer uit voortkwam.

De jongen die de bestelling op komt nemen heeft iets onhandigs waarin ik mezelf herken. Hij vindt de reeks van tien kleine gerechten, die als ‘Vriendschap deelt het voorjaar’ op de kaart staat, een logische keuze. De komende twee uur komt er nogal wat voorbij. Hinkstapsprongen van zoet naar zuur, van hartig naar vet naar ranzig wild, van lentefris naar diepe rijpheid.

Krabbenscharen met speciaal gereedschap om het schaarse witvlees eruit te pulken. Een leuk werkje. Het bevrijde vlees haal ik door gebrande boter met stukjes glazig gebakken stukjes ui in een kommetje. Piepkleine hapjes ramvol smaak, fantastisch. Dan komt de eerste gang in drie gerechten.
Een schaaltje met witte bonencrème die gelepeld dient te worden met papadum. Fris, hartig en een vleugje wild. Het tweede schaaltje heeft geroosterde groene asperges op eikenbladsla, flinters opgelegde oude kaas en een spartaanse dressing van onbekende samenstelling. In het derde bakje ligt ongekruide tartaar waaroverheen crème fraîche is gegoten. Bijzonder om gemalen vlees zonder kruiden te eten. Vlees is als een kale kerstboom.

Vriendschap is ondergebracht in een fraai oud pand. Het interieur is grand café-achtig, hoewel niet zo ruim, met veel donkerbruin, een pronte bar en een paar dissonante accenten, zoals de oranje achterwand waarvoor een soort van gordijn van honderden aan vislijn geregen pingpongballen hangt. De verlichting is puik, zeker nu het buiten begint te donkeren.

En weer een gang van drie gerechten. Aarbeipartjes, venkel, heilbot en doperwten komen voorbij. Doperwten inderdaad, maar niet uit blik. Langzaam plet ik een doperwt tussen mijn kiezen. De stevige, doch malse schil schuift eraf en het binnenste valt uiteen in twee delen met een prettige bite. Wat een mooie groente. Blokjes meiraap en meer producten waarvan de naam alleen al doet watertanden. En daar is de derde gang, het dessert, in twee gerechten. De merengue van kikkererwten is heel broos, ze breekt bij de minste aanraking. Op de tong is het in een tel verdwenen, een zoete herinnering. Een flink contrast met het krokante van de geroosterde boekweit bij het andere dessert. Opeens besef ik dat de kok streeft naar waardering van de mond als werktuig. De walsende tong, de wangen als zijn assistenten, de malende kaken en de krakende tanden. De materialiteit van ons voedsel in volle glorie beleven. Vanille-ijs in een plasje groen bloed, basilicumsaus, volgens de inmiddels spraakzaam geworden ietwat onhandige jongen van de bediening. Ik sluit af met een jonge klare en breng vervolgens een handvol complimenten naar de kok, die zich daar geen raad mee weet en snel naar zijn keuken vlucht.

Het terras van De Herberg is verlaten. De quality time van de drie dames is op, Middelburg heeft geen luikje, het taaie opvoeden begint weer. De ware liefde woont op de maan en Middelburg gaat zo naar bed.
terug

vermaak

me

stiekem