Prijzenkast

- 23 October 2017 door Edwin Timmers -

Ik geef het ruimhartig toe: haar partner mag er zijn, hij is ontegenzeggelijk een knappe vent. Even ruimhartig geef ik toe dat mijn ogen, en de ogen van mijn collega, niet op hem en wel op haar gericht waren. Schoonheid in hoogsteigen persoon maakte koffie voor ons.
We hadden een klus geklaard in haar tuin. Het was nog donker toen we arriveerden. In de woonkamer brandde wel licht. Ik veegde de dorpel van de tuindeuren, keek op en werd gevangen in een indringende blik van een flinke kater. Het beestje kende me niet, las ik in zijn ogen, en het vertrouwde me niet, maakte ik op uit de aanstalten die het maakte om weg te vluchten. De blik van angst en nieuwsgierigheid brandde zich in op mijn netvlies.

De schoonheid kust haar partner, die vanwege werk het huis dient te verlaten, en plaatst een kop koffie voor ons op tafel. Ik geloof niet dat ik het huis zou kunnen verlaten als zij mijn partner was. Ze vraagt of we worstenbroodjes lusten. Niet nodig, want we hebben volle trommeltjes bij. Koekjes heeft ze niet in huis. “Ik heb nooit koekjes in huis,” verklaart ze. Geen probleem, want we hebben tenslotte onze trommeltjes nog vol.

Onafgebroken en ademloos naar schoonheid staren, is niet gepast, dus ik zoek naar een opening voor een gesprek. Opeens voel ik een zacht drukken op mijn bovenbeen. Ik kijk omlaag. Het zijn de voorpootjes van de kater, die me nog indringender in de ogen kijkt met de blik die ik al eerder zag, alleen nu onvoorspelbaarder.

Ze werkt bij een verzekeringsmaatschappij, krijg ik al snel los. Woon-werk doet ze met de bus. “Duurt wel lang, maar dat is niet erg. Meestal slaap ik, en anders zit ik op facebook.” Mijn collega zegt dat hij geen facebook heeft. Ik begin een uiteenzetting over social media. Zij zegt dat ze die media niet per se heel interessant vindt, maar er wel aardig wat tijd op doorbrengt, vanwege het reizen met het openbaar vervoer.

“Op Instagram heeft hij tweeduizend volgers,” zegt ze, wijzend naar de kater. “Een kat uit hetzelfde nest heeft twaalfduizend volgers. Ik snap niet dat mensen dat volgen, hoewel ik moet toegeven dat hij een typisch snoetje heeft.” Ik knik ter bevestiging en zeg dat ik liever niet te lang in zijn ogen kijk omdat er wel eens een tijger uit kan springen. “Ja,” beaamt ze, met een glimlach.

Het gesprek komt terug op social media. “Die leren bank daar, de stoel boven, die keukenmachine van zevenhonderd euro, deze laptop, een tablet, een jaar lang kattenvoer: dit en veel meer won ik met win-acties op facebook. Soms schaam ik me er wel eens voor. Dat het zo gemakkelijk gaat.” Ik sta paf. We drinken koffie in een prijzenkast. Nooit gedacht dat een win-actie op facebook daadwerkelijk tot prijsuitreiking overgaat.

Ze somt nog een stel gewonnen dingen op en geeft en passant een lesje winnen-met-facebook. “Ik ben best creatief,” zegt ze. “Ik reageer vaak met een foto die ik wat opleuk en that’s it.” Enigszins beduusd drinken mijn collega en ik onze koffie uit. We moeten verder. Als we in de gang staan, steek ik snel nog even mijn hoofd de huiskamer binnen om de kater te groeten. Het beest kijkt me recht in de ogen. Typisch snoetje.

“Ik weet wel waarom zij al die prijzen wint,” zegt mijn collega als we naar de auto lopen. “Als je een foto van die meid onder ogen krijgt, ben je bereid alles te geven.” Hij schudt zijn hoofd om haar beeld eruit te verdrijven. Ik doe hetzelfde voor die kattenogen.
terug

ik

ben

best

creatief