Riskant leven

- 08 September 2017 door Edwin Timmers -

Live fast, die young! Een motto dat sommigen aanhangen. Niks mis met snel leven, maar om daar nu per se jong sterven aan te koppelen, mwah, tamelijk stupide. Leven op het randje kan trouwens ook nog als er al jaren een punt achter je jeugd staat. Ja, het kan zelfs dicht bij huis en in een omgeving waar zo goed als niets gebeurt.
Eens in de zoveel weken polst mijn broer via de groepsapp van de familie of er iemand zin heeft met hem een pintje te gaan pakken. Meestal ben ik de klos. Zo ook vandaag. Twee appjes verder is de zaak rond. Negen uur aan het blok.

Ik zet mijn fiets tegen de muur en loop de kroeg binnen. Op de baas en zijn werkneemster na is er niemand. Lastig, want nu moet ik kiezen welke kruk de mijne wordt. Ik ga voor de middelste en bestel een Duvel. Beginnen met een Duvel is niet verstandig.

Het is meteen gezellig. We blijken een rijke bron van verhalen, die niet verteld hoeven maar wel verteld mogen worden, te hebben aangeboord. Mijn broer stapt tien minuten later binnen en put met het grootste gemak, en zonder voorbereidend seismologisch onderzoek, uit dezelfde bron. Hij trapt af met pilsener, wat verstandiger lijkt, maar het niet altijd is.

Ik kan nu in detail beschrijven wat er allemaal gebeurt, maar spannender dan een real-life-soap over het leven in een viskom wordt het niet. De sfeer is goed en dat is genoeg. “Duveltje nog?” vraagt de kroegbaas. Tuurlijk.

Tegen elven zijn de meeste krukken aan de bar bezet. Een uur later praat iedereen met elkaar en begin ik grip op de onderwerpen te verliezen. Ik vraag aan de man links van me wat eigenlijk het gespreksonderwerp is. “Onderwerp?” roept hij. “Daar doen we hier niet aan. Het gaat om het gezegde.” De kroegbaas lacht en besluit iets voor zichzelf in te schenken. “Ik denk dat ik maar eens een portje doe.” Ik zeg dat dat een goede keuze is. “O,” zegt hij. “Jij ook een?” Ik schud mijn hoofd en zeg dat ik het bij Duvel houd.

Het is al half een geweest als een vijfenzeventigjarige man tegen me begint te praten. Heel veel meer dan gepruttel heb ik de wereld op dit moment niet meer te bieden. De man maalt daar niet om en praat stug door. Toch vindt hij mijn respons na ruim een half uur kennelijk onder de maat, want hij gaat een paar krukken verder zitten. Ik denk dat er een stoelendans gaande is als mensen telkens van kruk verwisselen. Die is echter niet gaande. Ik vraag de rekening. Even later zit ik op mijn fiets.

Mijn broer vraagt tegen de middag via Whatsapp of ik ook hoofdpijn heb. Hij denkt dat dat door het roken aan de bar komt. Ik geef hem gelijk. Hij vraagt of ik ook voor hem betaald heb en of hij mij heeft terugbetaald. Ik kijk in mijn portemonnee en app dat alles vereffend is.

Ik geloof niet in een tweede jeugd. Ik geloof wel dat wijsheid met de jaren komt. En ik geloof dat wijsheid een aan- en uitknopje heeft. Standaard staat wijsheid uit en soms vergeet je haar domweg aan te zetten. Dat is maar goed ook, want van fouten schijnt men te leren. Wijsheid is trouwens een vrouwelijk woord.
terug

onderwerpen

doen

we

niet