Rondtrekkend drankgelag

- 17 May 2018 door Edwin Timmers -

Een absurd beeld, maar wel echt. Ik fiets door een bos. Aan de bosrand, daar waar het fietspad een haakse bocht naar rechts maakt, zie ik vaag wat mensengestalten. Als ik vlakbij ben, blijken het een stuk of wat jongmannen van, ik schat, ergens in de twintig. Ze zitten aan een bartafel in een weiland. De tafel staat bij de achterkant van een oplegger, die is ingericht als kroeg. Een luidruchtige generator draait, waarschijnlijk voor de koeling van het bier dat de mannen naar binnen zullen gaan gieten. Een oplegger midden in een wei met een stel jongemannen erbij. Ik groet hen. "Heueu," reageren ze in koor. Een paar van hen steken een fles bier omhoog.
Dezelfde dag dacht ik na over gastvrijheid op festivals. Festivals heten hun gasten welkom, zoveel is zeker als je de aankleding in ogenschouw neemt. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ze vooral functioneren als omzetmachines met winstoogmerk. Dit is niet bijzonder, want alles met een bedrijfsplan hoort tegenwoordig zo te werken. Als je het niet breed wilt laten hangen, heb je weinig te zoeken op dergelijke evenementen. Het zij zo. Geld kan maar een keer uitgegeven worden, en misschien dat daar iets wringt.

Van de week speelden we met onze band op een kermis in klein dorp in de buurt. De kroeg die al zeventien jaar achtereen het randprogramma verzorgt, boekte ons pas laat. Ze twijfelden namelijk lang of ze deze avond sowieso wel iets moesten doen, aangezien een dorp verderop een groot tweedaags festival gepland stond. Toch maar doen. Achteraf gezien een goeie keuze, gelukkig, want hun avond was aardig bezocht.

De gemiddelde dorpskroeg heeft het hard te halen. Geld kan maar een keer uitgegeven worden en veel jongeren besteden een fiks aandeel van hun Jumbo-centen liever aan festivals dan aan kroegbezoek om de hoek. Begrijpelijk. Kroegen verdwijnen, en daarmee ook een stukje voorwaardelijke gastvrijheid die naar onvoorwaardelijk neigt.

De jongemannen met hun horeca-oplegger midden in het weiland bedachten misschien wel de nieuwe generatie dorpskroeg, de rondtrekkende variant, inderdaad, een combinatie tussen dorpskroeg en kermisattractie.

Stel dat een slimme horeca-ondernemer besluit een uitklapbaar en als kroeg ingericht ‘tiny house’ te maken – precies zo een als je in flashy filmpjes op facebook voorbij ziet komen. Deze ondernemer strijkt met zijn nering elke weekdag neer op het centrale plein in een van zeven nabijgelegen dorpen. Op maandag in dorp x, dinsdag in y, woensdag z, enzovoorts. Als de sfeer in dit rondtrekkend drankgelag werkelijk gastvrij is, zal iemand uit dorp x niet aarzelen om de kroeg aan te doen op de dag dat deze in dorp y of z staat.

Het bloed dat door mijn aderen stroomt is meer dat van een kroegtijger dan van een horeca-ondernemer. Ik ben er kortom niet de persoon voor om deze kar te trekken. Wie wel?
terug

Heueu

reageren

ze