Smaakvolle zomercocktails

- 31 August 2019 door Edwin Timmers -

Een pakketje ophalen bij de slijter. Probeer dat maar eens aannemelijk te maken. Toch is het zo. Met een boek in kartonnen postverpakking onder mijn arm loop ik tussen de marktkramen door naar Smaakvol. Ik neem plaats op het terras. Bij Smaakvol kun je eten en drinken, zowel binnen als buiten. Sinds enkele maanden huist de zaak in een nieuw pand op het Berlicumse Mercuriusplein. Een krijtbord op het trottoir prijst hun smaakvolle zomercocktails aan. Ze mogen niet klagen deze eerste zomer. Er zit altijd volk. De cafetaria aan de andere kant van de straat pimpte kort na de opening van de nieuwe concurrent zijn terras. Het gevolg is nog meer volk op deze door voorbij knorrend verkeer luidruchtige hotspot.

“Gods wegen zijn ondoorgrondelijk,” zegt de man aan het tafeltje voor me. Waarom hij het zei, kreeg ik niet mee. Het lijkt me sterk dat hij verwijst naar de titel van het boek – ‘Die Rückkehr der Götter’ – dat nog in verpakking voor me ligt. De man drinkt koffie met zijn vrouw en haar stokoude moeder, die tussen hen inzit en om zich heen kijkt met een enigszins van onbehagen vertrokken gezicht. Ze lijkt zich af te vragen waar ze is. Wel weet ze dat ze met bekenden aan tafel zit, dit hoopje vrouw. “Ze heeft last met slikken,” richt de dochter, ook al niet meer de jongste, tot haar man, die zijn schoonmoeder probeert uit te leggen dat ze dat ene knopje niet moet indrukken als ze de telefoon opneemt. Moeder kijkt kouwig naar een passerende vrachtauto.

“Wordt u al geholpen?” vraagt een jonge vrouw van de bediening. Met het oude vrouwtje in gedachten wil ik zeggen dat dat nog niet nodig is. Ik bestel toch maar een koffie. De jonge vrouw heeft een bekend gezicht.

Aan het tafeltje rechts naast me neemt een vrouw plaats. Ze lijkt wat op een waarzegster en steekt een sigaret op. Haar gezicht is gerookt door sores. Als ze je de waarheid zegt, schat ik in, dan is er geen woord Frans bij. “Je hebt zitten roken, mam!” zegt de vrouw die even later naast haar komt zitten. Moeder zwijgt, kijkt stuurs naar de lome bedrijvigheid van de markt. “Ik denk dat vroeger de markt wel groter is geweest,” zegt de man aan de tafel voor me. Hij heeft het bij het rechte eind, maar niemand die het hem vertelt.

Verderop links zitten ook een moeder en een dochter. Ze hebben allebei een hond, een met zwarte krulletjes en een met kort haar. De honden liggen languit op de stoep, veilig onder het meubilair. Moeder draagt wandelschoenen van donkerbruin leer, dochter loopt op Adidasjes. Twee kleuters proberen de honden tot actie te bewegen, maar die vonden de wandeling kennelijk lang zat. “Wil je het hondje een kusje geven?” vraagt mama met een opvallend hoog stemmetje. De honden maken zich klein.

Het carillon aan de overzijde speelt Jan Klaassen was trompetter. De markt loopt op zijn eind. Een prima markt, niet bijster druk, vredig. Kan nog jaren door. Lang geleden hield de vrouw van de kaaskraam een betoog over de zegen van oorlog. Oorlog is goed, beweerde ze, want dan komt er weer nieuw bloed. Ik denk dat ze bedoelde dat de genenpool van kleine gemeenschappen gebaat is bij de verse genen van vreemde, doorgaans mannelijke overheersers. Ik mocht het geen verkrachting noemen, ik moest het puur biologisch zien.

Niets wast het onbehagen van het gezicht van het oude vrouwtje. Ook niet de opmerking van haar dochter dat ze zondag nog tot tien uur heeft gerummikubd. Zoiets zeg je niet tegen iemand die niet van dit spelletje houdt. Moeder vertrekt geen spier. Wel lepelt ze de traag de sorbet leeg die even daarvoor met trompetgeschal werd verwelkomd. Als de wereld je steeds vreemder voorkomt, is koude zoetigheid wellicht een houvast.

Drie stralende dames van diep in de vijftig lopen met een hoop lol het terras op. Een van hen heeft een bruidssluier van vitrage op haar hoofd. Daar weer bovenop staat een schattig bruidstaartje van stevig hartjespapier. En op dat taartje balanceert een piepklein bruidegommetje. Het plezier en de belofte van geluk maakt de vrouwen aantrekkelijk. “Bent u nog vrij?” roept een man die denkt het spel mee te moeten spelen. “Nog twee dagen,” reageert de aanstaande bruid met een innemende glimlach en een levenswijze blik in een nest van kraaienpootjes.

“Gaat u zometeen nog lunchen?” vraagt de vrouw van een stel dat op het terras een plekje zoekt dat hen zint. “Nee, en Ik heb mijn koffie bijna op,” antwoord ik terwijl ik het kopje naar mijn mond breng. Het is hoogstzelden een man die zo’n vraag stelt. Mijn collega laat zijn vriendin naar de autogarage bellen als hun auto iets mankeert. De man van de garage heeft het altijd druk, maar zwicht wel voor haar. Ze deinst er niet voor terug om daarvoor soms de toon van haar stem naar het huilerige spectrum te verbuigen. Ik drink mijn kopje leeg en knik naar het stel. Het is al niet meer nodig, ze vonden een ander fijn plekje. “Toch bedankt.”

Bij de kassa staat de vrouw van de bediening met het bekende gezicht. Ik weet het weer. “Heb jij een zus die met haar vriend nu alweer bijna twee jaar in Afrika rondtoert?” Ze lijkt op de reislustige vrouw die ik daags voordat ze afreisde sprak. Sindsdien volgde ik het stel op facebook, hoewel de laatste tijd vanwege facebookmoeheid beduidend minder intensief. “Ik heb geen zus,” reageert ze beslist. “Maar ik ben wel net terug uit Afrika.”
terug

bent

u

nog

vrij?