Soms wel, soms niet

- 10 October 2017 door Edwin Timmers -

Hypercorrectheid werkt als een rode lap op een dolle stier voor deze dronkenman. Maar ook als ik niet de dronkenman uithang, kan ik rigide handhaving van regeltjes maar moeilijk velen. Laat ik echter eerst eens correct, of sociaal wenselijk, beginnen met te zeggen dat dit toch vooral mijn probleem is.
Zaterdag had ik de halfjaarlijkse kroegzit met een vriend uit Nijmegen. Dit doen we nu zo’n vijf jaar en tot nog toe zijn het allemaal memorabele dagen. Hoewel memorabel niet geldt voor de dagsluiting, want meestal zijn we dan in de olie. We stapten café Jos binnen om vier uur des middags en ik vermoed dat we rond half twaalf vertrokken. Café Jos is een kroeg om te koesteren. Jong en oud onder elkaar, geen muziek, wel gestommel van stoelen en permanent dat schitterende mensengekeuvel.

De tijd dat we de kroeg verlieten, bepaal ik aan de hand van de tijd dat ik wakker werd in de trein op het centraal station van Eindhoven, een hele reeks haltes te ver, want mijn fiets stond in Rosmalen. Op het perron vroeg ik aan twee spoorwegpolities of er nog een trein terug ging. Ja, was hun antwoord, maar dan moest ik wel snel zijn. Hierop verliet ik het perron via een trap naar beneden om via de lange gang weer de trap op te lopen naar het juiste perron. Bij de trap omhoog stonden twee andere spoorwegbeambten die me verhinderden omhoog te lopen. Als ik hen vertel dat hun collega’s mij vertelden dat ik hier omhoog moet, zeggen ze dat ik pech heb, want van hen mag het niet. Ik vind dat raar en bovendien wil ik naar huis. Als ik mijn voet op de trap zet, duwen ze me terug. “Doe nou niet zo moeilijk,” zeg ik, en ik probeer weer de trap op te lopen. “Jij bent degene die moeilijk doet,” reageert een van de twee, en weer duwen ze me terug. Plots begint een kenau van een politiedame gealarmeerd te loeien en een paar tellen later sleuren zes hoeders van de wet me naar buiten. Een van de helden probeert me tot vallen te brengen door tegen mijn enkels te trappen. Tja, hun feestje.

Ik typ dit stukje niet vanuit een cel, dus ik ben (heelhuids) thuisgekomen. De dienders hadden me best een tik mogen verkopen, geen probleem. Maar zeggen dat iets mogelijk is en toch ook weer niet, vind ik hoogst irritant.

Doroté, John en ik gingen naar het prachtige Vlieland voor een bezoek aan het al even prachtige strandpaviljoen Oost. Doroté was haar ticket voor de overtocht kwijt, maar had wel het ticketnummer op haar mobiel. De man van de rederij in de haven van Harlingen checkte het nummer en we konden de boot op. Een dag later bleek het nummer plots niet meer te volstaan. “Ik begrijp dat het nummer op zich volstaat,” zei een andere werknemer van de rederij. “Toch wil ik dat je een kaartje haalt.” Natuurlijk heeft de onvermurwbare gelijk, maar tegelijk is het moeilijk doen om niks. Doroté mocht op de boot, daarover bestond geen twijfel, maar ze mocht pas op de boot als haar ticketnummer vanaf een papiertje te scannen is. Die ticket moest ze binnen aan de balie gaan halen. Ook dit kwam uiteindelijk goed.

Een paar dagen eerder had ik met een collega via een grote aannemer een bouwklus bij een chemisch bedrijf met een behoorlijk streng veiligheidsregiem. Eerste vereiste is dat wij als externen in het bezit zijn van een VCA-veiligheidscertificaat. Het certificaat van mijn collega was verlopen. Vervelend, want nu zou hij in principe niet op het terrein mogen werken. Kritiek punt was echter dat de beton al onderweg was en dat de betonpomp al klaar stond. Uiteindelijk, nadat een veiligheidsmedewerker een oogje had toegeknepen, mochten we aan de slag. Wel moesten we natuurlijk alle veiligheidsregels in acht nemen, dat wil zeggen: helm op, handschoenen aan, alleen kleding met lange mouwen dragen, veiligheidsschoenen aan en oordoppen in.

Het betonvloertje bevond zich op vijf meter hoogte. De slangen van de betonpomp werden via een ladder omhoog geleid. De betonpompmachinist stond op de ladder de terugslag van de slangen op te vangen.

Een half uur later, net voordat de beton erin zat, komt een andere veiligheidsmedewerker even polshoogte nemen. Mijn helm had ik niet op omdat deze telkens afviel tijdens vooroverbuigen en onder leidingen door kruipen. Mijn trui met lange mouwen had ik uitgetrokken omdat het daarboven snoeiheet was, enz. Mijn collega idem dito.

De veiligheidsmedewerker was niet geamuseerd. Mijn collega moest het werk verlaten omdat hij geen geldig VCA-certificaat had. “Fijne mensen zijn jullie,” zei hij. “Laten jullie ons eerst dit lastige werkje doen en pas daarna word ik weggestuurd. En bovendien willen jullie niet zien dat de positie van de betonpompmachinist op de ladder verre van veilig was.”

De beton moest nog gevlinderd worden. Dat zou ik dan maar alleen moeten doen. Raar, want we waren hier juist met tweeën omdat alleen werken niet is toegestaan. Impasse. Iedereen stond tegen elkaar tekeer te gaan. “Eigenlijk is het heel simpel,” zei ik nadat ik het gebeuren op me in had laten werken. “Mijn collega blijft, we werken samen de vloer keurig af en gaan naar huis om hier nooit meer terug te komen.” Ofschoon het mooi plan was, kon het toch echt niet. “Dan ga ik ook naar huis,” zei ik. “En zoeken jullie het hier maar lekker zelf uit.” Wat nu? Allereerst moesten iedereen nog even op elkaar uitrazen. En eerlijk gezegd kan ik daar best van genieten. Uiteindelijk hebben mijn collega en ik samen de vloer picobello afgewerkt. Hetzelfde resultaat als altijd met dit keer een hoop overbodig gezeik.

In de auto op weg naar huis heb ik mijn eveneens zzp’ende collega vriendelijk verzocht mij niet meer voor zulke klussen te vragen. “Daar hoef je niet bang voor te zijn,” antwoordde hij. “Want ik doe dergelijke klussen ook niet meer.” Opgelucht stopten we bij een tankstation voor een welverdiende gehaktstaaf.
terug

moeilijk

doen

is

gemakkelijk