Spelletjes en regeltjes

- 30 March 2018 door Edwin Timmers -

Omdat de hoeken zijn ingescheurd, moet het deksel met een brede postelastiek op de doos worden gehouden. Gezelschapsspellen in versleten kartonnen dozen: gammele stapels ervan vind je in de kasten aan de wanden van menig Belgische kroeg. Heeft onze zuiderbuur meer dan wij een spelletjescultuur? Afgaande op de spelletjesdrukte tijdens jongstleden familieweekend kan ik deze vraag niet bevestigend beantwoorden.
Met dertig familieleden drie dagen lang in een groepsaccommodatie: enige inschikkelijkheid en sociale souplesse is vereist voor het slagen van zo’n verblijf. Het verliep voortreffelijk, wat me met het jaar meer verrast omdat de ouderen, waar ik me onder schaar, ieder jaar bokkiger worden. Vaste patroontjes en microfrustraties maken het zwaar voor ons. Daarom ervaar ik de jeugd als een zegen. Waarmee ik niet wil zeggen dat ook zij niet soms blijk geven van starheid. Het mooie van jeugd is dat je hun vooringenomenheid gemakkelijk vermorzelt.

Voor de oudere garde zijn gezelschapsspelletjes een uitkomst. De focus van het samenzijn verplaatst zich dan van het uiten van ongezoute meningen naar het spel. In zekere zin regelen de spelregels het samenzijn. Voor de ‘club van veertig plus’ is het spel dus noodzaak, terwijl de jongeren het spel nog om het spel waarderen. Het viel me op hoeveel spellen zij kennen. Vooral veel spellen zonder doos, spellen waarvoor slechts een paar pennen en een blocnote of een bal en stok volstaan. Het prettige is dat je mee kunt spelen met een minimum aan uitleg.

Het spel dat de jongeren wel en de club van veertig plus niet of nauwelijks kan spelen, is het spel met de spelregels. Een spel werkt bij gratie van zijn regels. Als iedereen volgens de regels speelt, zal elke speler de winnaar erkennen. Veel spellen hebben echter speling op de regels: overleg is nodig om de regels te verfijnen, overleg en consensus. Jongeren bewijzen zich als meesters in het spel met spelregels. De ‘volwassenen’ verzanden gemakkelijk in een suffe discussie op leven en dood over een of ander schijtregeltje.

Buiten speelden we het vermakelijke spel beugelen. Met een groot uitgevallen houten lepel stoot je een bal van enkele kilo’s over de grond richting een poortje of ‘beugel’. De vraag is natuurlijk hoelang de houten lepel contact mag hebben met de bal: mag dit een halve of anderhalve meter zijn, en mag je de bal tijdens de stoot van richting veranderen? Toen ik beugelde met de oude garde bleek dit geregeld tot gezeik te leiden. Sowieso uit den boze was het ‘wippen’ van de bal omdat deze in principe contact met het veld moet houden. Maar dit wippen is wel erg leuk, het geeft het spel letterlijk een extra dimensie en zorgt daarbij voor wat spektakel. Jongeren beamen de fun van het wippen. Zo gauw de oude garde het speelveld verliet, werd er gewipt dat het een lieve lust had.
terug

minimum

aan

uitleg