Stiften met bonen

- 27 March 2018 door Edwin Timmers -

Een half uur later dan de vorige keer zaten we zaterdag op nagenoeg dezelfde plek in het Nijmeegse Cafe Jos. Een half uur later, maar half vijf in de middag is nog altijd een prima starttijd. We begonnen met een extra bittere IPA van de tap. Rustig aan.
De tweede had een iets breder smakenpallet en was een tikje zwaarder. Ook van de tap. Gespreksonderwerp was het genoegen van autoriteit. Autoriteit in de zin van vakbekwaamheid. Als je tandpijn hebt ga je naar de tandarts en niet naar de bakker. Het is bijzonder prettig als je kunt vertrouwen op autoriteit. Helaas ligt die onder vuur. Dus het gesprek meanderde richting huisartsen met een burn-out. Triest. Een zwaar en zwaar ondergewaardeerd beroep. Zo is het. We besloten dat de derde best de kracht van een tripel mocht hebben.

Al om half vijf zat de tent vol. We zaten met tweeën aan een tafeltje waaraan best vier mensen pasten. Dit was vooralsnog niet nodig. Tegen negenen werd het pas echt druk – een gouden zaak. Vier jongmensen van halfweg twintig, drie meiden en een knaap, vroegen of ze bij ons aan tafel mochten. Natuurlijk. Drie van hen hadden een Cito-score van 550, het maximum; een had een score van 547, ook niet mis. Ze speelden een kaartspel dat hen kennelijk bewoog tot het oprakelen van die scores. Slimmeriken waren het zeker, want voor ons tweeën was het kaartspel niet te volgen. Het kan de hoeveelheid gewichtig bier zijn geweest, maar evengoed zette de wens het spel te begrijpen ons in staarmodus met door onbegrip gefronste wenkbrauwen.

“Nee nee, als ik twee blauwe bonen speel, mag jij pas door als je eerst met een gele komt,” zei de jongen. Pin me niet vast op de exactheid van de woorden, want die kan ik niet meer reproduceren. Het ging over bonen, zoveel is zeker. Het spel heet dan ook, heel gevat, Boonanza. Mijn vriend haalde zijn ogen van het spel, schudde zijn hoofd en richtte zich tot mij: “Weet je waaraan dit spel mij doet denken?” Ik knikte bevestigend en zei: “Ja, dat weet ik. Aan stiften!”

Elke liefhebber van Jiskefet weet wat stiften is. Jiskefet was een absurdistisch-humoristisch televisieprogramma van de VPRO. In een van de afleveringen introduceerden zij het stiften, een kaartspel met flexibele en vooral geïmproviseerde spelregels, die voor de buitenstaander sowieso niet te begrijpen zijn. Hilarisch. Youtube heeft ‘m.

Hoe we ook probeerden, we kregen geen grip op het spel. Ik probeerde me mijn Cito-score te herinneren en besloot dat die 545 geweest moest zijn. “Denk je dat 545 te laag is voor dit spel?” vroeg ik mijn vriend. “545 min acht of tien potige pinten is 535. Dat lijkt me inderdaad wat laag,” rekende hij me voor. Ondertussen speelden de jongelui onbekommerd verder. Ik geloof dat een van hen ons nog probeerde uit te leggen wat het doel van hun bezigheid was. Maar dat weet ik niet zeker. Wel weet ik dat de jongen zomaar opeens “yess!” riep tijdens het spelen van een bepaalde kaart. Hij bleek te hebben gewonnen. De dames reageerden matig enthousiast, beheerst, zeg maar. Mijn vriend en ik feliciteerden hem en zwaaiden naar de ober. Onze Cito-score kon nog wel een paar minpunten verdragen.
terug

half

vijf

prima

starttijd