Topping van bullshit

- 20 September 2018 door Edwin Timmers -

Mijn hoofd wordt met het jaar harder. Een verkoper zal alle zeilen bij moeten zetten, wil hij mij iets slijten. De man naast me zet geen zeilen bij en toch heeft hij me.
Ik zit aan de bar in de luwte van een drukke beurs. Praatjes zijn hier aalglad en iedereen ziet er op het nerveuze af picobello uit. Wouter, zo stelde de man naast me zich net aan me voor, zat enkele minuten geleden met een klant aan een tafeltje een paar meter verderop. Hij kijkt op zijn horloge. "Mooi, na vieren," zegt hij en wenkt de vrouw achter de bar. "Doet u mij maar zo een als de man hier naast me." Belgisch bier; vier stuks verlammen tijdelijk je benen.

Wouter dept zijn klamme hoofd en opent het gesprek terwijl hij de zakdoek in zijn broekzak opbergt. “Twee jaar geleden verkocht ik de man waarmee ik zojuist sprak een zogenaamde ‘robuuste’ vloer. Zijn vrouw wilde er een met een industriële look. Tja, zei ik, dan moet het een betonvloer worden. Zag ze wel zitten, hoewel ze het liever wat ruiger had. Toen ik het woord robuust opdiste, ging ze overstag.”

“Mooi,” zeg ik. “En, zijn ze tevreden?”
Wouter lacht. “Tevreden? Ha! Dolgelukkig zul je bedoelen. En dat zag er tijdens het leggen van de vloer niet naar uit. Dat ging goed mis namelijk.”

“Goed mis ja?” vraag ik loom.
“Goed mis ja. De machine van de vloerenlegger lekte olie, pikzwarte olie. Op zich geen probleem, die onuitwisbare zwarte vlekken. Meestal komt er hout of ander spul op. Helaas had ik een zichtvloer verkocht. Dus ik bel de vrouw en vraag haar om snel even te komen kijken. Paar minuten later is ze er en voordat ik iets kan zeggen roept ze dat ze het prachtig vindt. Stond ik daar, klaar om met de billen bloot te gaan, complimenten in ontvangst te nemen. Toch mocht het nog wel wat robuuster, vond ze.”

“Rare klanten bestaan echt,” kietel ik.
“Inderdaad. Op zo’n moment moet je creatief zijn. Dus ik vraag haar of ze ooit een vloer in een melkstal heeft gezien. Had ze nooit gezien, maar wel eens van gehoord. Leek haar wel wat. Toen ik haar vertelde dat we er dan koeienstront in moest verwerken, knipperde ze even met haar ogen. Ze ging opnieuw overstag nadat ik haar had verzekerd dat de vloer daardoor niet ging stinken. De vloerenlegger dreigde in paniek te raken.”

“Geloof ik. Waar haalde je die stront vandaan?” vraag ik al iets minder loom.
“Bij de buren, een biologische hobbyboer met een tiental stuks langharig rundvee. Maar goed, lang verhaal kort: de koeienvlaaien wreef ik willekeurig uit over de vloer. De vloerenlegger smeerde deze er keurig in en toen hij de glans erop had verzocht ik de vrouw de vloer gedurende een week iedere andere dag nat te houden en schoon te maken. Ik vertelde haar dat het water de organische zuren uit de mest oplost die aldus lichtjes inwerken op de beton. Na een dikke week reinigde ik de vloer met sterk sop. Vier weken later was de vloer robuuster dan ze had durven dromen.”

Wouter ziet het ongeloof in mijn ogen en haalt zijn mobiel uit de binnenzak van zijn colbert. “Ik zal je wat foto’s laten zien.” Hij scrolt twee jaar terug en toont me een tiental foto’s van een behoorlijk vlekkerige, doch keurig afgewerkte vloer. “Je mag gerust weten dat ik mijn concept voor een robuuste vloer op basis van deze foto’s al minstens tien keer heb verkocht. Zelfs de hobbyboer ruikt geld. Ofschoon ik het hem afraad, overweegt hij te gaan adverteren met zijn biologische vloerpoep.”
terug

dolgelukkig

zul

je

bedoelen