Van leuk naar leuk

- 03 May 2018 door Edwin Timmers -

Ze is blij dat ze haar auto kwijt is. Sinds ze in de stad woont, kon ze er namelijk niks meer mee doen. Het ding stond overal in de weg. Op de fiets, met de benenwagen of per openbaar vervoer is geen plek onbereikbaar. Ruim zestig jaar woonde ze in een klein, landelijk dorp in het oosten van het land. De natuur had ze wel gezien, ze wilde naar de stad. Ze betrok er een klein huisje in een hofje. "In anderhalf uur heb ik mijn huis aan kant." Ze slijt haar dagen in musea, aan zee, in filmhuizen en concertzalen. "Sinds mijn pensioen ga ik van leuk naar leuk."
"Mijn vader overleed op jonge leeftijd," vertrouwde haar zoon mij toe. “Mijn moeder draaide elke cent twee keer om. Ze leerde heel zuinig leven en leerde het ons.” Hij vertelt hoe zijn moeder in de stad op culturele koopjes jaagt. Gratis klassieke concerten met inbegrip van koffie en een plakje cake.

Gaandeweg het gesprek met beide steekt iets van jaloezie bij mij de kop op. Of moet ik het een verlangen noemen? Hoe heerlijk is het om je permanent te laven aan culturele overdaad. Hoe heerlijk om in een huisje te wonen dat precies levert waarvoor het gebouwd is: bescherming tegen guur weer en onguur volk, gezelligheid en rust in de avond en warmte op koude dagen, een vertrouwde basis van waaruit je elke dag opnieuw de omgeving kunt verkennen.

Ik vraag haar of ze niet vreest dat dit onafgebroken hedonistische nu op den duur saai zal worden. Ze kijkt me aan alsof ik een broekie ben, nog nat achter de oren. “O nee joh, dat zoiets saai wordt, is iets wat je is aangepraat, iets waarmee men jou aan het werk wil houden. Het is een geloof. Ik zie mijn huidige leven als het voorgeborchte van het paradijs. Mocht het echte paradijs na mijn overlijden onverhoopt toch niet blijken te bestaan, dan prijs ik me gelukkig dat ik het alvast gehad heb.”
terug

aan

culturele

overdaad