Vetluis 2

- 21 June 2017 door Edwin Timmers -

Zeven kilometer file op de A2 vanwege een gekantelde vrachtwagen ter hoogte van...Neel zet de radio uit. Een stratemaker protesteert. Janine komt binnen, gevolgd door Jacques, die de deur achter zich sluit. Janine groet iedereen. Jacques knikt en draait met een vinger een cirkel boven het tafeltje bij het raam waaraan hij met Janine plaatsneemt. Neel ziet de cirkel en houdt een glas onder de tapkraan.

Vrijdag. De stratenmakers hebben hun meters binnen de geoffreerde tijd gemaakt. Ze drinken het gewonnen uur vol en het grijs van de dag weg. Jacques en Janine ruiken naar regen en wind, vindt Dolf, die van de wc komt. Hij stopt zijn onafscheidelijke kam in zijn achterzak en slaat Jacques in het passeren op zijn schouder. “Hee zeverkloot!” Jacques kijkt op en trekt onbewust zijn mondhoeken omhoog. “Voorbereiding op de race,” zegt hij.

Dolf rijmt op golf. Dolfs gemoed is constant in zijn woelen. Iedere vier vijf maanden doorloopt het een cyclus. Het begin is evenwichtig; Dolf praat een paar weken honderduit. Hierna neemt twijfel toe: alles wat hij zegt, krijgt in toenemende mate een ontzegger. Hij streept al sprekende zijn eigen woorden weg. Zijn voorlopig laatste kroegdag eindigt altijd met een flinke ruzie. Maar Neel aanvliegen had hij niet moeten doen. Sindsdien draait iedereen uit voorzorg mee in de cyclus van Dolf. Een cyclus die Jacques, vanwege het rumoerig accelererende karakter, race noemt. Dolf groet Janine en loopt door naar de bar. Hij bestijgt de kruk rechts van Marcus.

Neel zet een glas bier op het viltje voor Jacques en een bessen met jus op het viltje voor Janine. “Gaat het, meid?” vraagt ze. Janine wiebelt een ja met haar hoofd. Haar lippen vormen een ‘mwah’. Neel richt zich tot haar tafelgenoot: “Het liefst loop ik niet met jouw bier, Jacques. Je vrouw vertrouwt erop dat je aan de bar zit.”

Niemand, ook Janine niet, weet dat Jacques sinds gisteren in de bijkeuken van Hamed woont. Slecht nieuws met een gouden randje, want vanmorgen ontving hij een uitnodiging voor een tweede gesprek bij een koeriersbedrijf.

“Je moet erin investeren, net als in vrouwen, anders wordt het niks.” Dolf probeert Marcus over te halen weer eens mee te gaan vissen. “Een karper is geen snoek en een aal geen brasem. Maar je moet ze allemaal paaien met wat aandacht en een worm, of een made, een stuk brood.” Marcus houdt niet van water. Water is zwart op grijze dagen. Kanalen zijn misleidend recht.

Een van de vier stratemakers vestigt zich tijdelijk naast Dolf aan de bar. “Mevrouw, mag de radio weer aan?” Neel wijst met haar ogen naar de tafel aan het raam. “Die twee daar komen net van een uitvaart. Dus ik …” De stratemaker lijkt het te willen begrijpen. “Zijn ze een stel?”, vraagt hij. “Zo’n meid met zo’n vent. Zij moet wel twee keer in zijn leeftijd passen.” Dolf legt zijn hand op de onderarm van de kerel naast hem, draait zich op zijn kruk naar de tafel aan het raam en roept: “Hee Jacques, deze knaap vindt je wat oud voor Janine!”

Marcus reed met zijn VW kever in de vaart. “Neel, wat ben ik je schuldig?” vraagt hij. Zijn hand rust op zijn portefeuille op de bar. Onder het dikke ding ligt een viltje. Neel houdt een oog op Jacques, die zijn stoel naar achter schuift. Haar andere oog maakt de rekening op. “Negen euro, Marcus.” Marcus gooit een tientje op de bar en loopt richting toiletten. Zijn jas ligt op de sigarettenautomaat bij de deur van de dames.

De stratemaker bestelt bier met vier vingers. Jacques staat naast hem op de zojuist leeggekomen plek en blaast tegen de vingers. De stratemaker deinst terug. “Sorry man.” Dolf grinnikt en reikt naar de kam in zijn achterzak. “Sorry man,” herhaalt de keienstamper, die in zijn ooghoeken een van zijn collega’s, duidelijk de jongste, aan de tafel verderop zijn stoel naar achter ziet schuiven. “Je hebt gewoon de mooiste meid van de kroeg.” Jacques boort zijn blik in diens tollende knikkers, haalt diep adem en zegt ietwat bibberig: “Dat vindt mijn vrouw ook.” Dolf grinnikt en incasseert een ellenboog van Jacques.

“Mevrouw, maak er maar vijf van,” zegt de stratemaker. Zijn collega zit inmiddels tegenover een lachende Janine. Jacques ziet dit en roept naar Neel: “Vijf, plus een voor dit racemonster hier.” Hij wijst naar Dolf, die iemand zijn naam hoort roepen.

“Dolf!” schreeuwt Marcus nogmaals vanuit de deuropening. “Zeg maar wanneer je weer gaat vissen!” Onhoorbaar trekt hij de deur achter zich dicht.

“… op de A2 is opgelost.” Neel heeft de radio weer aangezet. Vinnig zet ze zes bier op de bar en richt zich tot de stratemaker: “Kunnen jullie straks lekker doorrijden.”

klik hier voor vetluis 1
terug

bier

met

4

vingers