Vetluis 7

- 27 July 2017 door Edwin Timmers -

"Hee, dit ken ik," roept Dolf. "Dit is dat hitje van die jonge gast die hier vorig jaar speelde."

Hij stoot Ramon aan. "Goed zangertje joh! De enige met talent tijdens BOEM PAUKESLAG."
Ramon deint verveeld met het liedje mee. "Ik ken dit van de radio," zegt hij. "Speelde hij vorig jaar hier, bij Neel?"
Lucy zingt het liedje zachtjes mee en haalt de lege glazen van de bar. Ramon wil nog wel een tic en Dolf een bier.
"Hele goeie zaken vandaag," spot Dolf. Ramon lacht: "Die tweede cola-tic, bedoel je. Naaa, die drink ik alleen maar omdat ik jou zo’n leuke vent vind."

Dolf zet zijn kam op de linkerslaap en vertelt Ramon over het dichters- en popmuziekfestival dat vorig jaar in Neels kroeg plaatshad. Een man van halfweg twintig stapt zelfverzekerd binnen. “Hee Jonas,” groet Lucy. “Zoek je Chantal?” Jonas knikt.
“Ze is hier niet, ze is hier eigenlijk nooit, Jonas.” Hij snuift. Lucy zet volle glazen bij de mannen aan de bar. “Je kunt haar toch bellen?”
“Ze neemt niet op,” zegt hij kortaf. “Nou, doei,” groet hij en vertrekt. Dolf kijkt hem misprijzend na. Een paar tellen later komt hij weer binnen. “Effe pisse,” zegt hij en loopt door naar de heren.

“Hij organiseerde BOEM PAUKESLAG,” fluistert Dolf tegen Ramon. Jonas gaat de heren binnen. “Een arrogant kereltje, vind ik. Hij vroeg Neel of zij er wat in zag. Dat deed ze, want wat jong volk hier binnen zag ze wel zitten. Ja. Het is ook wel goed geweest. Sindsdien zit hier een paar keer per week een groepje jongeren. Jij kent ze wel, Lucy!”
Lucy knikt. Dolf gaat verder.
“En die zanger die we net hoorden. Hoe die ook alweer, Lucy?”
“Roy Draad! ”
“Inderdaad, Roy Draad. Nou, die had de tent vol hier. Allemaal jonge meiden en van die gastjes, maar ook veel vrouwen van onze leeftijd. Die gast had net z’n hitje. Neel had ‘m ruim daarvoor geboekt.”
De wc wordt doorgetrokken. Dolf fluistert weer. Ramon luistert nog steeds.
“Die Jonas noemt zich dichter. Zijn gedichten vertaalt hij naar Engels en zingt hij in zo’n hardrockband. Kun je jezelf dat voorstellen, zo’n herrie in deze kroeg. En zuipen die gasten. Ze wilden dat Neel hun de hele dag vrijhield. Daar kwam mooi niks van in. Grote mond joh, wow.”
Jonas loopt de kroeg in. “Zit je lekker te roddelen, Dolf,” zegt hij.
“Tuurlijk,” zegt Dolf. “En het gaat nog over jou ook. Dat je zo’n zeikerd bent.”
Jonas kijkt Dolf strak in de ogen en gaat zowat tegen hem aan staan. Lucy lacht ongemakkelijk. Jonas blaast kort in Dolfs gezicht. Dolf knippert. Ramon staat op. “Je kunt maar beter verdergaan met waar je voor kwam,” zegt hij met ferme stem. “Tss,” zegt Jonas en vertrekt. Ramon gaat zitten. Dolf pakt de draad weer op.

“Chantal, je weet wel, de dochter van Neel, kreeg kort na BOEM PAUKESLAG een relatie met Jonas. Die relatie staat nu dus op scherp. Neel was niet gelijk enthousiast. Chantal was toen zestien. Een gretig jong, zo noemde Neel hem. Ze had hem tijdens BOEM PAUKESLAG op de damesplee aangetroffen met een meid, zijn broek op zijn enkels. Chantal is een verstandige meid, maar heeft ook wel wat van George, haar papa. Neel zegt er niet veel over, maar houdt haar hart vast.”
“Dus jij denkt dat Neel bang is oma te worden?” lacht Lucy.
“Dat zeg ik niet,” zegt Dolf.

Ramon legt een hand op zijn kin en wrijft over de korte stoppels. “Mag ik jou iets vragen, Lucy. Je hoeft niet te antwoorden.” Lucy knikt. “Die Bernice, of Bes, is zij nu gewoon een vriendin van Neel, of hebben ze iets meer?” Lucy lacht en de ogen van Dolf worden groot.
“Eerlijk gezegd heb ik daar nog nooit over nagedacht,” zegt Lucy.
“Ha! Ik ook niet,” zegt Dolf, die vraagt waarom Ramon zich dit afvraagt.
“Waarom? Neel is een toffe vrouw. Ze heeft de kroeg. Is ze niet in de kroeg, dan is ze op pad met Bes. Daarom.”
“Tja,” zegt Dolf. “Misschien heeft ze wel een relatie met Jacques.”

Met een hoop kabaal komt een groep jongeren binnen, twee meiden en vier jongens. Het licht in de kroeg wordt blauwig, Lucy ontsteekt de lampen boven de bar. Dolf herkent een dichteres in het groepje. Hij snapte haar gedichten niet vorig jaar, maar ze bracht het wel leuk. Ramon betaalt en gaat naar huis. “De magnetron is mijn laatste warmtebron,” zegt hij.
“Is je vrouw zo koud dan?” reageert Lucy.
“Nee hoor, Lucy, dit noemen wij mannen een grapje. Hiermee worden wij oud,” legt Ramon uit.
“O, leuk,” zegt Lucy. Ramon vertrekt en Dolf schuift aan bij de jongeren. Meteen daarna stijgt gelach uit de groep op.

De deurbel rinkelt. Neel stapt binnen en gooit een dik pak A3-posters op de bar: BOEM PAUKESLAG 2 staat bovenaan; eronder wederom een zestal namen. Ze groet iedereen en haalt een tetterend mobieltje uit haal tas.
“Hoi Bes,” zegt ze.
“Wat! Op een bank in het park?”
“Ademt hij?”
“Weet ik veel, evengoed heeft ie iets gekregen.”
“Wat zegt ie? Dat niet hij minder vaak, maar jij vaker naar de kroeg moet gaan? Haha!”
“Is goed.”
“Is goed.”
“Ja.”
“Ik kom eraan.”
“Tot zo.”

Neel stopt het mobieltje terug in haar tas. Ze lacht.
“Ik ben zo terug,” zegt ze tegen Lucy. “Jacques ligt op een bankje in het park te slapen. Stomdronken. Bernice is erbij. Ik haal hem even op.”
Neel heeft de deurklink in haar hand en knipoogt naar Dolf.
“Leuk, die slingers. Heel toepasselijk ook, want we krijgen een kindje,” roept ze vrolijk. Dolf verslikt zich in een pinda. Lucy breekt het glas dat ze opwreef.

klik hier voor vetluis 6

terug

boem

poukeslag

twee