Vetluis 8

- 04 August 2017 door Edwin Timmers -

In een witte overall was Jacques bij zijn vrouw Noor langs geweest om wat spullen op te halen. Om te lijmen ook, al was het maar om te proberen, vond Neel, die een straat verderop in de auto had gewacht.
Misschien een kus, meer niet. Zo had Jacques de flirt afgedaan. Vaag geouwehoer, zo dacht Noor erover: “Misschien? Je weet het dus niet eens zeker.”

Licht overtrokken, anders kon Neel de reactie van Noor niet beoordelen. Jacques noemde het de druppel die de emmer had doen overlopen. “Okay, Jacques, maar wat is nou een piepklein druppeltje op een hele emmer?” wierp Neel tegen. “Precies die emmer,” antwoordde Jacques. “Een hele emmer ergernis.”

Noor veegde een karamelbruine haar van zijn overall. Is deze van haar? Jacques zuchtte en ontkende met de opmerking dat die van een jonge hond was, een golden retriever. Noor lachte tamelijk theatraal, waarop Jacques doorliep naar hun slaapkamer – “Mag ik?” – om daar wat spullen bij elkaar te zoeken. Onderop de stapel truien vond hij de trouwfoto die tot voor kort in de gang hing. Hij stak hem tussen de kleren in de ramvolle vuilniszak. Hij liep via de keuken, waar Noor haar mokkende gezicht van hem wegdraaide, naar de gang en wierp een blik de huiskamer in. “Hoi pap,” zei zijn zoon, die doorzapte naar een kanaal dat hem ook niets te melden had. Bij de voordeur zette hij de vuilniszak op de grond en graaide erin. Heel stil hing hij de foto terug aan de muur.

Een geknakte man heeft niet de spierspanning als die van Jacques, redeneerde Neel. Ergens sluimert nog wat vertrouwen. Zonder ironie zei Jacques dat alcohol hem op de been hield. Neel geloofde hem, hij is niet gek genoeg voor totale grenzeloosheid. Toch meende ze hem in beweging te moeten houden. Ze had een afspraak voor hem gemaakt bij de eigenaar van de koeriersdienst, die Jacques onlangs gewieberd had omdat hij vond dat een bedrijfsbus geen slaapplek is. Jacques ging er langs. Een half uur later kwam hij glunderend naar buiten. Hij mocht het nog een keer proberen.

De eigenaar had opgebiecht dat hij jaren geleden vier maanden achtereen in zijn eerste bus had geleefd. De reden daarvoor liet zich volgens hem raden. Jacques had geknikt, maar wist niet wat de reden was. Onenigheid met zijn vrouw waarschijnlijk. Maar dat is eerder logisch, dan dat het een reden is die hout snijdt. Was hij een schuinsmarcheerder, of zag juist zijn vrouw het niet zo nauw. Gokte hij? Slikte hij speed? Jacques liet het voor wat het was. Zijn baas sliep weer in een bed en had inmiddels dertien bussen op de baan.

Neel had gewacht op de parkeerplaats voor de loods. Op een enorm billboard tegen het pand stond in grote letters ‘Jan Snel – precessiekoeriers’. Een slimme naam, vond Neel, want Joseph Mircovic, zoals de eigenaar werkelijk heet, heeft nu eenmaal meer tijd nodig.

Jacques kon pas over drie weken beginnen. Waarom, dat was hem niet verteld. Er was werk zat, alle dertien bussen waren onderweg. Hij vermoedde dat Joseph hem wou laten voelen wie er de baas is door hem te laten wachten. Jacques kende dat foefje wel. “Maar ik kan pas over drie weken beginnen,” zei hij tegen Neel. Ze startte de auto en reed de parkeerplaats af. “Mooi! Dan hebben we tijd genoeg om de kroeg eens aan te pakken.”

En nu zaten ze weer in de auto. Jacques had de vuilniszak op de achterbank gezet. Neel speelde het liedje ‘Zeven lange dagen zonder jou’ van Roy Draad op repeat. Allebei zongen ze mee. Met de mouw van zijn overall veegde hij een likje verf van het dashboard. “Jij wou dat ik in dit bespatte clownspak naar Noor ging,” verweerde hij zich uit voorzorg. Neel haalde haar schouders op. “Trouwens,” zei Jacques, “ik ben erachter wat retriever in golden retriever betekent. Het is Engels voor zoeken en terugbrengen. Engels voor apporte, zeg maar. We gaan een jachthond van ‘m maken.”

klik hier voor vetluis 7
terug

een

bus

is geen

hotel