Vrolijk verder

- 09 November 2017 door Edwin Timmers -

Gisterenavond zat ik te janken voor de televisie. Huilen zonder geluid, hoewel, bijna zonder geluid, want mijn neus trok zich in een reflex op omdat daaruit eveneens vocht stroomde. Dikke, warme druppels biggelden over mijn wangen. Best lekker, dat grienen.
Jaap Jongbloed bezocht gehandicapte kinderen op de Filipijnen. Hij reisde er naartoe met Nederlandse ouders van een gehandicapt kind. De Filipijnse mama’s offerden zichzelf op voor hun koters. Wanhopig huilend vertelden ze hun verhaal. Op dit moment hield ik het nog net droog. Ik verzette me hevig tegen die nattigheid.

De vrouw van het Groningse ouderpaar was werkelijk helemaal stuk na het eerste bezoek aan hun Filipijnse lotgenoten. Elk spoortje vrolijkheid was van haar gezicht verdwenen. Ze verbleef plots in een diepgrijze wolk. Haar gezicht trof me als de bliksem. En toen kwamen dus de tranen.

Een zeldzaam televisiemoment voor mij. Ik voelde meteen een hele sterke sympathie voor alle personen die op het scherm voorbij kwamen. Sympathie en begrip. Zou ik overmand zijn door de liefde waarover de kerk vertelt, liefde die alle mensen verbindt? Ik ging het haast geloven.

Nog voordat mijn wangen droog waren, zette ik de televisie uit. Het was weer mooi geweest. Een beetje onrustig nog besloot ik de afwas te doen, opdat ik mijn gedachten weer op orde zou krijgen.

Met mijn handen in het warme sop voelde ik mijn lippen zich tot een glimlach plooien. Ik lachte om mezelf en vroeg me af hoe lang het geleden is dat ik tot tranen toe gelachen heb. Onbedaarlijk lachen. Het moet verdomd lang geleden zijn, want ik wist het niet meer. Dit was het tweede schokje van de avond, die reeds de nacht was binnengeslopen.

Ooit heb ik tot tranen toe gelachen, ik weet het zeker. Ben ik de afgelopen jaren verstard, een stugge kloot geworden? Zal wel. Tijd dus om dat tij te keren. Maar hoe werkt dat, onbedaarlijk lachen? Wat is er voor nodig? Bestaan er cursussen of workshops voor?

Heel ijl doemen de buitelende lachsalvo’s uit mijn herinnering op. Ik zit aan de bar – natuurlijk zit ik aan de bar – met een stel gevatte vrienden. Ja, ik zie het weer. Het zijn taalgrappen, de ene over de andere. Elke uitgesproken zin wordt in een paar stappen tot absurdistische pudding opgeklopt. Het gebeurt gewoon, we hebben niets afgesproken. We zijn gewoon vrolijk. We stonden aan de zonnige kant van het leven.

Hoe serieus is deze wereld? Hoeveel vrolijke mensen ken ik eigenlijk nog? Ik wil weer lalalalalaa door het leven. Wie wil mijn televisie hebben?
terug

wie

wil

mijn

televisie