Wel verbonden, geen internet

- 19 October 2018 door Edwin Timmers -

Gezellig, mijn dochter was thuis. Zondagmiddag zou ze, afgewisseld met het uitwisselen van sterke verhalen, werken aan een deadline voor een onderdeel van haar masterstudie. Plop! Internet viel weg. Wel verbonden, geen internet, meldt het scherm. Korzelig vertrok ze naar haar kamer in Nijmegen, waar ze wel het web op kon.
De internetstoring duurt nu al ruim twintig uur. Eerst had ik niks in de gaten, toen dacht ik dat het zo verholpen zou zijn, kort daarop kwam de irritatie, veel later het vermoeiende gevoel van machteloosheid dat grote 'companies' veroorzaken op moment dat je ze echt nodig hebt en nu onderga ik het gelaten. Het zal mijn tijd wel duren. Of ik de klantenservice nog eens ga bellen? Nee.

Je hebt een belangrijke afspraak in een stad. Uurtje rijden. Goedgemutst stap je ruim op tijd in de auto. Halverwege stokt het verkeer op de snelweg. Vrachtwagen gekanteld. Langzaam rijdend tot stilstaand verkeer meldt de radio. Minuten gaan voorbij. Af en toe rijd je een stukje om daarna weer minutenlang stil te staan. Je wordt onrustig. Als het verkeer nu weer begint te stromen, ben je net op tijd voor je afspraak, een belangrijke afspraak. Het verkeer begint echter niet te stromen. Je zoekt een schuldige. De vrachtwagenchauffeur? Alle weggebruikers? Rijkswaterstaat? De overheid? Je ziet de koeien in de weides links en rechts van de weg. Je zou een koe willen zijn, onbezorgd herkauwend.

Elke maandag ben ik sterk afhankelijk van internet. Storingen kan ik dus niet gebruiken. Maar ik kan ze ook niet voorkomen en al helemaal niet verhelpen. Er zit daarom niets anders op dan mijn lot lijdzaam en mindfull te accepteren. Helaas is dat niet mijn sterkste kant. Geen internet is een confrontatie met mezelf. Daar is niks aan. Het degradeert me tot een afhankelijke zwakkeling.

Ik recht mijn rug, hang een peuk op mijn lip en waan me een koe. Onbezorgd herkauwend begin ik te typen op mijn laptop. De feiten in de stukjes die ik vandaag moet afleveren, kan ik niet checken op het web. Wel kan ik de feiten checken die via het dakraam mijn werkkamer binnenwaaien. Ik hoor gerommel in de brandgang. Zou het de afvalcontainer van de buurvrouw zijn? Zou ze het ding met de stugge wieltjes aan de weg zetten? Ik kijk uit het raam en zie dat de buurvrouw haar container aan de weg zet. “Hoi buurvrouw,” roep ik. Verschrikt kijkt ze omhoog. Ze was duidelijk in gedachten. “Hoi buurman,” antwoordt ze vriendelijk. “Ook geen internet?”

Wel verbonden, geen internet, denk ik.
terug

herkauwend