Werkgerelateerd limeneren

- 07 November 2017 door Edwin Timmers -

Veertien jaar geleden nam ik afscheid van het milieuadviesbureau waar ik vijf jaar als projectleider bodem had gewerkt. Misschien vertelde ik het al eerder: het werk vond ik niks, maar de algehele sfeer was er meer dan goed. Een jaar nadat ik er begon, verhuisde het bedrijf naar een nieuw pand. Om mooi moment om de kantine permanent als kroeg in te richten, meenden de directeuren. Halleluja!
Voordat we de bedrijfskantine aandoen, eerst nog even over het woord limeneren uit de titel. Dit woord zit er bij mij ingebakken. Mijn vader gebruikte het altijd als hij ergens was geweest waar flink was gedronken. Dankzij hem koppel ik limeneren aan gezelligheid. Zojuist zocht ik op het web naar de betekenis van het woord omdat ik vermoedde dat het alleen bestaat in het Brabants dialect. Dit laatste blijkt te kloppen. Op de site van het Meertens Instituut lees ik dat limeneren feestvieren en veel (alcohol) drinken betekent. Het woord klinkt vooral in het gebied rondom Uden, precies het dorp waar ik opgroeide. Dit gezegd hebbende, in genoemde bedrijfskroeg heb ik stevig gelimeneerd.

Elke vrijdagmiddag om half vijf maakte een van de twee directeuren een ronde langs alle kamers in het pand en riep dan: “Half vijf! Computers uit en zuipen!” Meestal voegde hij er aan toe dat hij het geen twee keer kwam zeggen, maar dat was eigenlijk niet nodig, want dan had ik mijn computer al uit.

De kantine was niet zomaar lala als kroeg ingericht, o nee: stapte je er binnen, dan waande je je echt in een café. Donkerbruine lambrisering aan de bovenzijde afgewerkt met een brede rand waarop bierglazen gestald konden worden; houten koofjes om de radiators die aan de voorzijde waren afgewerkt met een open weefsel van gestijfd linnen; een vier meter lange bar waarachter een open glaswerkkast tegen een spiegel; een heuse dubbelloops tapkraan waaruit bier stroomde; een enorme stamtafel en een vijftal kleine tafels met dikke kleedjes erop; een peperdure muziekinstallatie, en overal leuke schilderijtjes en geëmailleerde reclameborden tegen de muur.

Tegen vijf uur was het er druk en beregezellig. Naast de werknemers liepen familieleden, vrienden en kennissen van de twee directeuren binnen. Soms kwam een medewerker van de gemeente, provincie of Rijkswaterstaat even aan. De meeste collega’s dronken een pilsje of een cola, maar ik en nog een aantal meer niet. Het is voorgekomen dat ik om elf uur op mijn fiets stapte en nog lang niet de laatste was. Meestal was ik wel de laatste, samen met twee of drie anderen, de harde kern zeg maar. Dan gingen we naar huis omdat we de discussies moe waren of omdat het domweg niet meer lukte vanwege de drank. Maar discussiëren deden we, en fel, met de vuist op tafel, ongeacht het onderwerp.

Ik heb er ook gedanst met de, toen, nieuwe vriendin van een van de directeuren. Dat er gedanst werd, was zo gek nog niet, want vaak nam een collega plaats achter de compleet uitgeruste DJ-stack achter de bar. Dansen en sjansen. Ooit was ik er getuige van een versierpoging. Een collega had een oogje op een beeldschone jongedame van Rijkswaterstaat waarmee hij veel samenwerkte. Ze wou het café wel eens zien. Hij rook zijn kans en nodigde haar uit. Ze liet zich niet verleiden, maar speelde het spel wel voortreffelijk. Wanhoop droop van het gezicht van mijn collega. “Ik denk dat ze op vrouwen valt,” zei hij toen ze net weg was en wij hem feliciteerden met zijn blauwtje. Hierop hadden we een discussie over haar geaardheid. Conclusie: ze lonkte naar de DJ van de avond.

Met enkele ex-collega’s heb ik nog steeds contact. Ze weten niet of het aan mij ligt, maar sinds ik weg ben schijnt het kroegleven binnen het bedrijf sterk te zijn teruggelopen. Ze bedoelen het als compliment, zeggen ze.
terug

ik

hen

stevig

gelimineerd