Wisselkoers

- 02 June 2017 door Edwin Timmers -

Paar dagen Zwitserland. We waren er nog nooit echt geweest, mijn vriendin en ik. Slechts doorheen gejaagd met de auto op doorreis naar Italië. Zwitserland is een duur land, je leert er snel pinnen.
We arriveren laat bij het B&B in een voorstad van Bazel. Een folder op onze kamer noemt drie eetgelegenheden. Een ervan heeft een volledig biologisch-dynamische kaart. Daar wil ik naartoe.

Een statig pand aan de rand van een industrieterrein. Een ietwat eigenaardige plek voor een bio-restaurant. Dit pand en het gros van de andere in dit land zijn van binnen en van buiten gestuukt. Hierdoor is de leeftijd ervan moeilijk te schatten. Panden zijn net mensen.

We kijken door het raam naar binnen en stellen vast dat we nog nooit in zo’n sjiek oord hebben gegeten, als we er al gaan eten. We zetten door, want het wordt stilaan donker. Een vriendelijke jongedame met gitzwart haar in een wrong en gekleed in witte blouse op een zwarte halflange rok kijkt even of er nog plek is. Ze kijkt. Er is nog plek. In ganzenpas achter haar aan lopen we naar het tafeltje voor twee. Haar korte, potige beentjes zijn gecoat met een zwarte panty en steken in ordinaire gympen. Een fijn detail dat de sober, enigszins saai, taai en stijf ingerichte, maar met geijkte chique elementen opgetuigde eetgelegenheid iets ontspannens geeft.

De gerant, een man, zestiger, brengt de kaart. Hij heeft al gezien dat we in ons leven meer varkens dan mensen hebben gezien en dat we geen Zwitsers zijn. Hij zegt elk woord op de kaart te willen vertalen. In Engels zeg ik overmoedig dat mijn Duits redelijk is en dat we hem erbij roepen, mocht het nodig zijn. Ik zie de ogen van mijn vriendin groot worden. Een naar telefoontje van het thuisfront? Nee, ze zag de prijzen op de kaart. We zetten door, want het is tenslotte nagenoeg donker.

We kunnen kiezen uit twee reeksen van drie gangen. Overleg. Elk van ons kiest een reeks zodat we het hele smaakspectrum van het etablissement gehad hebben voordat we de jas weer aantrekken. De gerant begrijpt onze opzet en glimlacht: we hebben zijn sympathie. Wijntje? Vriendin wel, ik liever bier, kan dat? Het kan.

De wijn slaat mijn vriendin, wijnkenner in de dop, zowat van haar stoel van genot. Ik ruik en sip en bevestig. Hierna komen de gangen in rustig tempo. Wat aten we? De namen vergat ik (het Duits was lastiger dan ik dacht), maar de smaken maakten een onuitwisbare indruk. Bescheiden gerechten met smaakverschillen op de millimeter. Wat een genot. Oeoeh! Aaaah! Wooow! De gerant geniet van ons genieten.

Tweede gerecht, wissel van de wijn. Nog mooier, zie ik aan het gezicht van mijn vriendin waarop de sensatie van links naar rechts, van onder naar boven stuitert. Of ik niet ook wil proberen, vraagt de gerant. O nee joh, bier is okee. Hij zet een kwartje wijn naast mijn bord. Zou ze me niet smaken, kan ie door naar mijn vriendin, licht hij toe. Ik houd ‘m mooi voor mezelf.

Een meisje serveert de gerechten, doet het bier en ruimt af. Ook zij draagt ordinaire sneakers. Ze is betoverend mooi, mooier nog dan de wijn en al wat ter tafel komt. Ze kijkt haar gasten telkens voor fracties van seconden in de ogen, langer lukt haar nog niet. Uit de mouw van haar witte blouse kruipt een getatoeëerde engel die haar vleugels op de rug van haar rechterhand spreidt. Mijn derde gang is een kaasplank. Drie of vier kazen met een chutney en nog het een en ander aan exploderende kruimelvormige smaakreizen. Mijn wezen versmelt met mijn smaakorgaan. Oh yeah!

Dan komt de kok de tafels langs. Deze gast van nauwelijks twintig (op sneakers) bedacht en creëerde dit smaakevent, aldus de gerant die de verlegen jongen begeleidt. Met lichte buiginkjes neemt hij de complimenten van alle gasten in ontvangst. Het meisje komt hierna terug om de tafels af te halen. We willen meer weten.

Het restaurant heeft een biologisch-dynamische kaart en idealistische visie. De jongeren die er werken hebben stuk voor stuk net wat meer aandacht nodig om iets van hun leven te maken. Deze aandacht krijgen ze hier. Het meisje is misschien net zeventien en woont sinds kort alleen in een appartement in Bazel omdat haar vriendje weg is. Toen ze hier kwam werken schrok ze van het begrip biologisch-dynamisch, nu legt ze het ons uit. Ze vertelt en vertelt, wat geen probleem is, want haar stem tinkelt en zingt lieflijk en klein.

Heel even waren we Zwitsers. De dag erna verkenden we Bazel op de fiets. Op de terugweg naar ons B&B dronken we een halve liter bier met twee aardige doch verfomfaaide dames bij een shabby tentje langs een drukke weg. We lachten om de enorme borsten in de te kleine bh van een voorbij fietsende vrouw. “Naaah!” Vlakbij het B&B aten we friet met falafel bij de City Grill, gezeten tussen een godsdienstfanaticus die rosé dronk en een ex-alcoholist die alcoholvrij bier naar binnen goot alsof zijn leven ervan afhing. Langzaam werden we weer Nederlanders.
terug

heeft

u

gereserveerd?