Zorg voor uw huisgeest

- 05 June 2017 door Edwin Timmers -

Een bouwval heeft twee gezichten. Het eerste prikkelt de fantasie. Uit de zelfverzonnen antwoorden op de vragen die de bouwval oproept, construeer je een verhaal. In dat huisje daar, aan de bosrand, woonde een kattenmepper. Op warme zomeravonden stookte hij een groot vuur in een stalen ketel. Hij zong dan uren achtereen liederen in een taal die niemand kende. Tijdens het laatste lied verzamelden zich alle kraaien uit de buurt op de takken van de boom die nu op het huisje ligt. Kinderen smullen ervan.
Het tweede gezicht van een bouwval is treurig. Hoe kan het dat zoiets waardevols als een huis alle waarde heeft verloren? Ooit leefden er mensen, erin en eromheen. Gelijktijdig met het vervallen van het huis zakken de voormalige bewoners de vergetelheid in. Er zijn hele beschavingen in verval geraakt, onder het zand verdwenen en door wouden overwoekerd. Niks meer waard. Voer voor wetenschappers. Dat gelukkig nog wel.

Bij mij in het dorp staat een huis zonder interieur. De buitenkant is helemaal af, de kozijnen gelakt, de voegen gevoegd. Er hangen geen gordijnen en op de smeervloer ligt niets anders dan stof. De trap is kaal, net als de peertjes aan het plafond. Er hangt geen klok, geen kalender, geen ‘I LOVE YOU’. Slechts enkele muren zijn gestuukt. Een triest huis. Zelfs ongedierte loopt het voorbij. Een huis zonder interieur is een dood huis.

Eens in de zoveel jaar begon mijn moeder ’s ochtends met de meubels in de huiskamer schuiven. Dat waren memorabele dagen. Na het avondeten kropen we voor de tv in een veranderd landschap. Een beetje wennen nog, onveilig ook, maar vooral avontuurlijk. Hetzelfde leven vanuit een andere hoek. Van gewoontedieren waren we veranderd in piraten. Als ik in bed kroop, kon ik de slaap moeilijk vatten. Door de centrale ruimte om te gooien, lag mijn belevingswereld op z’n kop.

Wie nu en dan een boek leest, musea bezoekt, actief is in een vereniging, kortom, wie culturele activiteit ontplooit, draagt zorg voor zijn innerlijk. Het innerlijk, in het filosofische begrippenspectrum de geest genaamd. Iemand die zijn geest niet onderhoudt, is louter lichaam, waarvoor eten, drinken, slapen en rechttoe rechtaan seks volstaat. Zouden we het interieur van een huis niet de geest van een huis mogen noemen?

Ik denk dat dat best mag. De zorg voor het interieur is het hoogst bereikbare in de strijd tegen de tand des tijds. Het beste verweer tegen verval. Wie zijn interieur hoogacht en ontwikkelt, viert het leven en zal niet vergeten worden. De huisgeest is niet veeleisend. Ze leeft al op met een nieuw vloerkleedje van de bouwmarkt en een verpotte sanseveria.
terug

zorg

voor

uw

huisgeest