20140830-horeca-interieur-sfeer-als-leidraad.jpg
Aan het lijntje
- 30 maart 2019 door Edwin -
Op pad in mijn eigen woonplaats. Doel is de zogeheten dorpstafel in sociaal-cultureel centrum Den Durpsherd. Maar eerst nog even langs de boekhandel voor postzegels. De eigenaar informeert altijd, met een nadruk die me zorgen baart, hoe het met me gaat. Steevast antwoord ik dat alles okay is, wat meestal ook waar is. Hierna vraagt hij zonder uitzondering hoe het met 'de band' gaat. Prima, antwoord ik daarop en voeg dit keer toe dat het niet meevalt iemand zo gek te krijgen om onze tweede plaat uit te brengen.

Weer buiten loop ik het lokale metal-talent tegen het lijf. Ik vraag hem wanneer zijn eerste soloplaat uitkomt. “Fysiek?” luidt zijn als vraag verpakte antwoord. Met fysiek bedoelt hij LP’s en CD’s. Vooral de LP is een hoopvol (en prijzig) streven voor muzikanten die de wereld hun eigen werk willen presenteren. Hij overweegt het geld ervoor middels crowdfunding op te hoesten. Een vrouw klampt me aan. Ze lacht en wil even iets met me delen. De metal-man moet zijn bus halen. Houdoe. De vrouw steekt van wal.

“Ik maakte net zoiets grappigs mee, dat moet ik je gewoon vertellen. Daar, bij de bloemist, liep ik achter een stel op leeftijd. De man zwenkt opeens naar links en loopt daarbij prompt zijn vrouw omver. ‘Kijk nou toch eens een keer uit, Henk,’ roept de vrouw geschrokken. Onaangedaan helpt hij haar overeind en zegt: ‘Je staat ook altijd in mijn dode hoek."

Vrolijk stap ik op mijn fiets en verwonder me over de bedrijvigheid in het kleine winkelcentrum. Veel bejaarden op straat en flink wat moeders met lege kinderzitjes op de fiets, tassen aan het stuur. Op het schoolplein kolkt een kleurige meute kinderen. Mensen die ik niet ken groeten me. Bij de ingang van Den Durpsherd wappert een vlag met het logo van Onze Dorpstafel. Het laatste lege plekje in het fietsrek is voor mij.

De dubbele set van twee automatische deuren heten me welkom door plichtsgetrouw open te schuiven. Ik zie twee politiemannen en geen paniek. Ze zullen hun ronde doen. Links is de lange, fraai uitgelichte bar opgesteld, uiterst links het biljard. Rechts een geblindeerd kantoortje waarin een logopedie-praktijk is ondergebracht. Een vakkundig interieurontwerper heeft de grote ruimte getransformeerd tot een sfeervolle verzameling knusse zithoeken. Recht vooruit op zo’n tien meter bij me vandaan staat een lange tafel waarover een rood-wit geblokt kleed is gelegd. Het kleed verraadt de functie van de tafel, anders gezegd, dit zal de dorpstafel zijn. Ik mag aanschuiven en stel me voor aan wijkagent Ronnie en vrijwilligers Mieke en Ria.

Burenhulp in een modern jasje, zo prijst de dorpstafel zich aan. Twee keer per week twee ochtenduren lang hulp bij het invullen van formulieren en belastingaangifte, uitleg over AED, I-pad en alarmsystemen en ruilbemiddeling voor puzzels en spelletjes. Verder regelen de vrijwilligers tuinmannen tegen kruimeltarief.

Ria staat op om een kopje voor me te halen bij de bar. Ronnie drinkt zijn kopje leeg en verontschuldigt zich voor een toiletbezoek. Ria schenkt mijn koffie uit een thermoskan. De koffie wordt gesponsord door Met Elkaar Voor Elkaar, een stichting die werkt aan de verduurzaming van het dorp. Ronnie neemt weer plaats. Hij zegt niet veel, kijkt het een beetje aan. Mieke verzoekt hem vriendelijk om vaker aan te sluiten. Dat gaat hij doen. Ik mag een verpakt koekje van de schaal nemen of een paasei uit de grote aardenwerken pot.

Het is een komen en gaan van mensen, de schuifdeuren schuiven zich suf. Achterin bevindt zich de bieb, waarin vandaag wordt voorgelezen aan peuters. Een grote vrouw meldt zich aan de tafel. Ze wappert met een stapeltje ‘Weetjeswaaiers’, de sterk vermagerde vorm van de voormalige gemeentegids. Mieke zegt dat de waaier al op tafel ligt, maar dat ze gerust nog extra exemplaren mag achterlaten. De vrouw legt de helft van haar stapel op tafel en zegt dat ze langskomt in de functie van beleidsmedewerker sociaal domein. Ze woont vlakbij en werkt vandaag thuis, dus. Mieke knikt. Ik zeg tegen Ria dat de sfeer hier prettig is, gezellige drukte, geroezemoes, heel gemoedelijk. Ria beaamt dat en zegt dat de mediums die ze hier voor sessies uitnodigt de sfeer ook roemen. “Het straatje hierachter zal van invloed zijn,” vult ze aan, verwijzend naar het huisje in die straat waar de heilige maagd Maria ooit gespot is.

De collega van Ronnie schuift aan en pakt een Weetjeswaaier van tafel. Verderop steekt een biljarter zijn arm in de lucht bij wijze van groet naar een vrouw die met haar kind zit te wachten bij de logopedie-praktijk. “Hoi!” roepen ze in koor. ‘Love her madly’ van The Doors klinkt op de achtergrond. De koffiemachine op de bar rochelt stug zijn eigen metalen melodie. Een peuter meldt zich aan de tafel. De beleidsmedewerker sociaal domein moet er als de wiedeweerga vandoor.

“Wil je een koekje?” vraagt Mieke aan de peuter. Het meisje zwijgt. “Of heb je liever een paaseitje?” Het meisje volhardt in zwijgen, maar knikt wel een bescheiden bevestiging. “Ah, hier ben je!” zegt de mama die met tassen bepakt komt aangesneld. Ria vraagt de moeder of het meisje een paasei mag en Mieke biedt de kleine tegelijk een koekje aan. “Een van de twee is wel genoeg,” tutterdetut mama op een toon die bij Ria en Mieke in de smaak valt. Mama neemt het kind op de arm en buigt voorover naar de pot, waaruit de blonde krullenbol een paaseitje grist. “En wat zeg je nu?” vraagt moeder. Het kind zegt niks. “Dankjewel,” probeert moeder, “zeg dan dankjewel!” Mama baalt van het persisteren in stilzwijgen van haar dochter. Maar mama houdt vol, iets wat ze van mij niet hoeft te doen. Drammen is meer iets voor kinderen, vind ik. Ria en Mieke vinden het ook wel goed zo. De twee politiemannen moeten weer verder. Een man komt uit de bieb en loopt naar Mieke. Ze wisselen een paar woorden waarna hij het gebouw verlaat. “Een Iraniër,” zegt Mieke, “al zegt hij zelf consequent dat hij uit Perzië komt.” Het kaalgeplukte chocolade-eitje glipt uit mama’s handen op de grond. Ze raapt het op, aarzelt even en stopt het, ondanks hygiënische bezwaren die ongetwijfeld door haar hoofd schieten, toch maar in het gesperde bekje van de kleine meid. Als ze afscheid nemen, weigert het kind te zwaaien.

Ria blijft proberen mijn aandacht te winnen voor haar paranormale passie. Dat gaat niet lukken en bovendien valt mijn oog op een heel ander gebeuren. De voorleesklas loopt uit. Acht kinderen met een volwassene voorop en een achterop lopen achter elkaar aan richting uitgang. Elk van de acht omklemt met een handje een ring die is bevestigd aan een stevig nylon lint. Ze worden letterlijk aan het lijntje gehouden. Ria schenkt een nieuwe ronde koffie. “Lekker, dankjewel,” zeg ik, zeer welopgevoed, ofschoon ik heimelijk de voorkeur geef aan een pintje. “Het is de angst om iets verkeerd te doen,” stelt Ria vast. Ze is alweer bij een volgend onderwerp: de weerstand van ouderen tegen internetten.





love
her
madly
menu