2018_horeca-interieur-delfts-blauw.jpg
Verkenningen
- 11 April 2019 door Edwin -
"Mijn moeder ging nooit zomaar ergens koffie drinken op zondag. De huidige lichting 65-plussers doet dat wel en nog vaak ook. Wij profiteren van de grijze golf." Deze woorden ontlokte ik aan een man die al 34 jaar een kroeg runt op wat tegenwoordig een kruispunt van fietsroutes is. Een fiks deel van zijn inkomen genereert hij uit het terras, dat zeker in zonovergoten weekenden bomvol zit. De plek waar ik afgelopen zondag zat, was vanwege de muziek die uit de speaker boven me tetterde helaas te rumoerig om de gesprekken om me heen te kunnen volgen. Vlakbij zaten vier jonge vrouwen, eind twintig. Drie van hen zwegen omdat de vierde helemaal leeg liep over iets wat ze had meegemaakt. Bijna was ik bij hen aangeschoven, maar fatsoen hield me tegen. Binnenkort een nieuwe poging.

Maar liefst vier horeca-verkenningen de afgelopen dagen. Een ervan in combinatie met een museumbezoek, waarover zometeen meer. Gisterenavond zette ik me aan de bar van mijn stamkroeg. Ik sprak er met een horeca-zzp’er die enige jaren geleden een Belgisch grenshuisje kocht. Als Hollander moet hij zichzelf bewijzen in de kleine gemeenschap. Onze zuiderbuur vindt ons namelijk arrogant. De horeca-zzp’er schept er genoegen in langzaam hun vertrouwen te winnen. Hij hoeft er, zoals hij zegt, eigenlijk alleen maar normaal voor te doen.

Jongstleden donderdag bezocht ik in goed en dorstig gezelschap concertzaal de Effenaar in Eindhoven. Twee fijne bands en een hoop te bepraten. Mooie avond. Ruim twintig jaar geleden ging ik zowat elke week naar een band kijken. Sinds die tijd is er veel veranderd. De meeste zalen waren toen een verzamelplaats voor de lokale popmuziekscene. Dat is niet meer. Zalen zijn, zoals dat heet, geprofessionaliseerd, wat er min of meer op neerkomt dat vrijwilligers achter de bar en bij de deur zijn vervangen door betaald personeel. De eerste band begon godbetert al om kwart over acht. Om half elf, de tweede band was reeds vertrokken, kwam het barpersoneel ons melden dat we nog één rondje konden bestellen. Ik vroeg of het een rondje van de zaak was. Was het niet. Gewoon drie vijftig dokken voor een fles hipsterpils, nichtenpis volgens een wel erg stoere rocker eerder op de avond.

De Luizenmoeder was voor mij de aanleiding om eens naar museum Voorlinden in Wassenaar te gaan. Ik wilde de curlingouder, waarover in de tv-serie gerept wordt, aan het werk zien. Ouders die tot aan uitvliegen de weg banen voor hun kind. Soms word ik kriegel van papa’s en mama’s die permanent in de nekjes van hun oogappels hijgen. Dergelijke lui bezoeken naar het schijnt in groten getale museum Voorlinden. En inderdaad, het stikte er van de kinderen, maar het gedrag van hun ouders viel alles mee.

Er is een overzichtstentoonstelling van Armando, een persoonlijke favoriet. Kinderen hebben niet zoveel met zijn loodzware werk. Toch is er voor de kleine medemens voldoende te beleven. De spiegelballen van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama werken als magneten op hun handjes. De jonge, veelal vrouwelijke suppoosten, hebben op hun beurt hun handen vol aan deze aanrakerige kinderen.
Veel kunst in Voorlinden is me wat te gemakkelijk. Kunst die gevat is, conceptuele kwinkslagen die kort oplichten in je hoofd en snel uitdoven. Wel werken die kinderen smoothly introduceren in de wereld van de kunst. Werken als Swimming Pool van Leandro Erlich en Dog from Screen Memory van Yoshitomo Nara. Erlich zegt dat haar werken niet bestaan zonder publiek. Een gedachte die goed uitpakt in haar zwembad. Het werk van Yoshitomo Nara is een meer dan levensgrote, doormidden geknipte cartooneske hond, die in twee stukken tegen de muur gezet is. Hier werd me iets duidelijk dat niet per se met het kunstwerk te maken heeft.

Een dag eerder liet ik mijn facebookloze vriendin de facebookpagina van onze dochter zien. Hierop staan foto’s van toen en nu. Je klikt met het grootste gemak door de geschiedenis van iemand. Het maakt je kwetsbaar, vond mijn vriendin. Jongeren beseffen die kwetsbaarheid maar al te goed. Daarom trekken ze vaak van die facebookgezichten.

Een verhit vierjarig kereltje wordt door een al niet meer zo heel jonge moeder voor de hond van Yoshitomo Nara gezet. Gezien de hyperactieve roodheid van het vier jaar oude gezicht mag het een wonder heten dat het kereltje langer dan twee seconden bij de hond bleef staan. Mama had zo’n vijf seconden nodig voor het nemen van een foto met haar mobieltje. Net voordat ze afdrukt, telt ze hardop op tot drie. Op het moment dat ze drie zegt, trekt het kereltje zijn gezicht strak, met de mondhoeken omhoog in een voorbeeldige lach. Het kereltje blijkt door moeder te zijn afgericht voor plaatjes die ze haar vriendinnen en familieleden kan laten zien. In eerste instantie vond ik dit tafereel belachelijk, maar naarmate ik er over nadacht, begon ik de opvoedkundige noodzaak ervan te begrijpen. Haar kind zal zich in de toekomst op social media gaan begeven. Ze bereidt hem voor door zijn stralende facebookgezicht te trainen en maakt hem daarmee minder kwetsbaar.

Of veel kunst in Voorlinden daadwerkelijk wat te gemakkelijk is, weet ik natuurlijk niet zeker. Wel bevind ik me in een stemming dat dingen me minder gauw raken. Ik houd me daarom maar beter bezig met het publiek. Een zestiger schuifelt ietwat verveeld achter zijn vrouw aan door de zalen. Hij houdt van zijn vrouw, want verbergt zijn verveling zo goed hij kan. Als zij hem op iets wijst, laat hij keurig zijn hersenen werken opdat hij iets zinnigs kan zeggen. Opeens lichten zijn ogen op. Ik volg zijn blik die hij laat rusten op twee prachtig gewelfde billen van een jonge meid, die high van verliefdheid aan de arm van haar vriendje hangt. De man heeft smaak, stiekem kijk ik met hem mee. Een muze.

Museum Voorlinden is ondergebracht in een prachtig gebouw dat me sterk doet denken aan het Aldo van Eyck-paviljoen in de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum. Honderd meter hier vandaan staat een monumentaal landhuis in Engelse stijl. In de vertrekken op de begane grond van dit enorme gebouw uit 1912 is het restaurant van Voorlinden ondergebracht. Na anderhalf uur rondbanjeren in de serene zalen met kunst heb ik honger gekregen. En ik heb zin in koffie.

Op één na alle tafeltjes zijn bezet. Een mooie plek bij het raam. Afgaande op het interieur zegt mijn zoon dat het hier wel prijzig zal zijn. Het zij zo, we zien wel. Eerst koffie. We nemen plaats, ik haal mijn schrijfgerei uit mijn jas en daar is al iemand van de bediening met de kaart. De prijzen vallen mee. Mijn zoon wil koffie en een glas water. Honger heeft hij niet, wat ik begrijp, want in de auto tijdens de rit hiernaartoe lepelde hij een flink formaat kunststof bak met kladjes van de dag ervoor leeg. Mijn vriendin wil net als ik koffie en een broodje.

Ofschoon het hier druk is, is het niet rumoerig. Zelfs kinderen houden zich, op een grappige manier, gedeisd. Eigenlijk gebeurt er niet zoveel. Het opmerkelijkste is de plastische bilpartij die voor me opdoemt. Het elegant golvende achterwerk is gestoken in een broek geweven uit zilverdraad en zwart katoen. De glitterkont rijst voor mijn neus op als de bezitster gaat staan om samen met haar partner te vertrekken. O ja, er trekken ook nog twee jonge kakmadammen als een windvlaag aan ons tafeltje voorbij. Lange dames, die uit de hoogte neerkijken op het schransende gepeupel onder hen. Of het zijn verdomd goede actrices, of ze zijn geboren met een zilveren lepel in hun mond. Ik denk het laatste. Mijn vriendin ook. Geraakt door deze eensgezindheid werpen we ons als hongerige leeuwen op de belegde boterhammen.

Voldaan wandelen we terug naar ons autootje. Vlakbij de parkeerplaats komt een mooie mama met een gelukzalige glimlach om haar mond ons tegemoet. Haar twee kinderen snellen als jonge hondjes voor haar uit. Vermoedelijk haar man, een knapperd, gebruinde huid, is een metertje of tien achterop geraakt. Ook hij heeft geluk op zijn gezicht. Hij houdt een mobieltje aan zijn oor: “Laat je geen neutronenkorrels aansmeren door die bomenman.” Deze zin is misschien wel het mooiste kunstwerk van deze dag.





nooit
zomaar
ergens
koffie
menu