20140927-blog-horeca-inrichting-voor-bier-drinkers.jpg
Schuimkraag
- 31 mei 2019 door Edwin -
Zeggen dat een stad bruist, mag een cliché zijn, maar Utrecht bruist vanavond. Utrecht heeft een schuimkraag. Het gedeelde verlangen naar zonnewarme avonden in goed gezelschap dreef de inwoners hun huizen uit. Café Roost aan de Singel puilt uit. Het staat tegen een niet al te fraaie achtergrond van kantoorachtige panden op een grasveld aan een gracht. Honderd gasten zal dit etablissement met de looks van een strandtent kunnen herbergen. Met inbegrip van de gasten op het gras schat ik dat deze publieksmagneet zo’n vierhonderd mensen naar zich toe trok. Ik bekijk de keuvelende massa vanaf de Daalsesingel aan de andere kant van de gracht, op weg naar de volgende tentoonstellingslocatie van ROEM, een nieuw kunstevenement. De zon is zakkende, maar een jas is nog niet nodig.

ROEM koppelt negen studenten van de kunstacademie aan evenzoveel studenten kunstgeschiedenis. Het werk van de kunstenaars in opleiding wordt getoond in de kamers, verspreid over de stad, van de studenten kunstgeschiedenis. Een intieme tentoonstelling. Kamers waarin wordt gestudeerd, gefilosofeerd en gevreeën, vormen de context van de tentoongestelde werken. De studenten ontvangen hun gasten en nodigen die uit om over het werk te praten. Een beetje ongemakkelijk deze confrontatie, voor beide partijen.

Veel verwijzingen naar cafetaria’s en shoarmazaken in het werk van vierdejaars Anna Reerds. “Ik vind er troost,” zegt ze onomwonden. Troost vinden in een betegelde, fel verlichte ruimte? Ze knikt en vertelt over haar zoektocht naar het waarom van die troost. Ze ontdekte dat de wereld niet zo perfect is als waarop men hem presenteert op websites, Instagram, Facebook en in het echt. Kaarsrechte kantoorgebouwen van waaruit managers de wereld bestieren ervaart ze als intimiderend. Ze voelt zich er klein bij, ze denkt dat ze niet kan voldoen aan de hoge eisen die de gebouwen pretenderen te stellen. Cafetaria’s ontkomen aan de algehele verfraaiings- en perfectioneringsdrift. Hier wint functionaliteit het van schoonheid, hier krijgt lelijkheid een kans, hier hoef je je niet beter voor te doen dan je bent.

De organisatie van ROEM roept haar bezoekers op om na afloop met de studenten een borrel te drinken in Back & Fourth in de Loeff Berchmakerstraat. De uitbaters van deze danstent runnen ook het tegenovergelegen café de Voortuin, dat twee ingangen heeft: een aan de Voorstraat en een aan de zojuist genoemde Loeff Berchmakerstraat. Het is even voorbij negen uur, een tiental bezoekers waagt zich aan het eerste drankje. Achter de bar staat een beer van een vent en een magere kerel met een Gronings accent. Vlotte mannen, allebei zeer ervaren getuige het gebruik hun adelaarsogen. Niets ontglipt hen, niets, behalve mijn aanwezigheid. Kennelijk filteren ze niet bijster hippe mannen van middelbare leeftijd uit hun gezichtsveld. Ik steek mijn arm heel hoog in de lucht. “O, sorry, ik had u niet gezien,” zegt de beer. Vlot, zoals ik al zei, vriendelijk en niet op zijn mondje gevallen. Ik bestel en neem plaats aan de bar.

Back & Fourth is de voortzetting van voormalige discotheek KostenKoper, die veertig jaar geleden zijn deuren opende. Het interieur stamt onmiskenbaar uit de jaren tachtig. Een tijdmachine die me terugflitst naar Bar Disco Dancing Lunenburg in Loosbroek, waar iedere zaterdag duizenden jongeren op afkwamen. Interieurs met veel schrootjes in schuine hoeken vertimmerd, donkere roodtinten en accenten van onbehandeld vurenhout. Back & Fourth hangt nog altijd in de transitiefase van gewone kroeg naar aalgladde discotheek. Een aftandse danstent, prettig gedateerd en hufterproof avant la lettre. Een derde persoon achter de bar pulkt met een schroevendraaier in een rij stopcontacten. De dimmers haperen. “Yesss!” roept de pseudo-techneut als na zo’n dertig minuten de dimmers weer dimmen. Nog eens een uur later is het er stampvol.

Rond half elf begint de DJ met zijn discoset. De barploeg krijgt versterking van een coole meid. Ze zijn blij elkaar te zien en maken een dansje achter de bar. Dit is hun habitat, hier zijn ze op hun plek. Even later sluiten zich nog eens twee dames bij de barploeg aan. Opnieuw maakt het team na een groepshug een motiverend dansje. Ze zijn er klaar voor en dat is ook nodig.

Dansen en sjansen, kijken en gezien worden, losjes bewegen op een vierkwartsbeat en lachen om de stomste dingen. Ik herken een aantal studenten, we groeten, ze hebben genoeg aan elkaar. Een meid van de bediening test het oortje van de breed lachende knoeperd van de beveiliging. Ik zie twee meiden al dansende helemaal gek van elkaar worden in de goede zin van het woord. Het uitdrukkingsloze gezicht van een man klaart helemaal op als hem een fors glas bier in de hand wordt gedrukt. Al na de eerste slok is hij honderd procent losser.
Roken kan in een glazen hok, maar ik kies voor de straat. Daar vertelt een man over de klap op zijn gezicht een paar dagen geleden. “Zomaar ineens!” Zijn gesprekspartners luisteren zoals het hoort maar geven middels hun onrustige benen te kennen dat ze naar binnen willen, de dansarena in. Het is druk op straat, en zwoel, zo tussen de oude panden. Pubers in dure merkkleding fietsen voorbij. Twintig meter verderop ontmoeten ze leeftijdsgenoten. Ze begroeten elkaar met een omhelzing en scharen zich om de knapste jongen.

Ik vind mijn fiets in een zee van fietsen. “…was gezellig en toch alweer een paar jaar geleden dat we elkaar voor het laatst spraken,” zegt een jongeman tegen een jonge vrouw, beiden op de fiets. “Misschien over een paar jaar weer?” probeert de man terwijl hij vaart mindert om af te stappen en, wellicht, nog een paar betekenisvolle woorden te wisselen voor het scheiden van hun wegen. “Ja,” reageert de jonge vrouw, die geen vaart mindert. “Nou doei hè,” roept ze als ze bocht omgaat. Hij steekt een lauw handje in de lucht. “Doei.” Zijn ogen treffen de mijne. Hij haalt teleurgesteld zijn schouders op. Ik doe hetzelfde en adviseer hem het over een paar jaar nog eens te proberen.

Het is reeds nacht, het volk past niet in de kroegen, de terrassen zitten vol. Overal stemmen, gelach en gepraat. Verhalen, sommige het herhalen waard, andere snel vergeten. Fietsers doorkruisen de stad. Men zoekt elkaar, als belletjes in een schuimkraag.





bewegen
op
een
vierkwartsbeat
menu