2019_Nijverheid_Utrecht.jpg
Uitverkocht
- 21 juni 2019 door Edwin -
Twee weken na mijn verjaardag kreeg ik een cadeau van mijn dochter. Dat was de eerste verrassing. De tweede verrassing school achter het cadeaupapier. Het was een LP die hoog op mijn verlanglijstje stond. Maar niemand kent dat verlanglijstje. Hoe wist ze dat ik die plaat wilde hebben? Verrassingen komen bij verrassing, pappie!

Gaar aanvaard ik de reis naar Utrecht. Ik ben niet afgemat zat om twee Australische punkbands te laten schieten. Bovendien spelen de bands in De Nijverheid, een nieuwe plek in de Utrechtse concertzaleninfrastructuur, die ik om die reden graag eens aandoe. De Nijverheid noemt zichzelf een culturele vrijhaven en is gevestigd in een bedrijfsloods waarvan je jezelf niet kunt voorstellen dat die ooit industrieel erfgoed zal worden. De foto op de homepage van hun website geeft een goed beeld, doch geen actueel beeld aangezien de locatie een dynamisch karakter heeft.

Ik parkeer op de kade van de Industriehaven, een kleine zijtak van het Amsterdam-Rijnkanaal, en struikel bij het uitstappen bijna over een wegrollende lachgascapsule. Het is een zachte zomerse avond. Ik loop het terrein op en voel dat het goed is. Dit is een onaffe plek, een vergaarbak van ongepolijste ideeën. Naast het café, voor de grote gele overheaddeur, staat een rij mensen. Hier moet ik naar binnen.

Ik had geen rij verwacht. Ook had ik niet verwacht dat het concert uitverkocht zou zijn. Maar het meisje achter de kassa – een i-pad op een verroest olievat – verzekert me dat dat toch echt het geval is. En nee, ik mag niet toch naar binnen. “Maar je kunt het hier buiten ook goed horen hoor,” zegt ze met een kinderlijk oprechte glimlach. Uitverkocht dus, een totale verrassing. Een paar minuten voordat ik thuis vertrok zei mijn vriendin dat ik mijn kaartje niet moest vergeten. “Ik heb geen kaartje,” reageerde ik zelfverzekerd. “Niet nodig. Deze bands verkopen niet uit.”

In het café is bier. Flessenbier uit de koelkast en bier van de tap. De jonge jongen achter de bar is ontwapenend onervaren, maar weet me wel te vertellen dat ik flessenbier zelf uit de koelkast moet pakken. Hij zet een betaalautomaat voor mijn neus. Geen cash hier. Ik steek het twintigeurobiljet weer in mijn beurs. Het café lijkt een wondertje van inrichtingskunde. Hoe ik ook kijk, ik kan niet vaststellen hoe men de prettige sfeer er heeft gerealiseerd. Waarschijnlijk speelde toeval hierin een grotere rol dan opzet. Het heeft iets weg van een kantine van een duikvereniging. Een allegaartje van eigenaardige objecten en tweedehands meubels. Een matzwart geverfd betonplafond. Achter de bar geeft een raam vaag zicht op de eerste band. “Kan ik het toch nog zien,” merk ik op tegen de man die het zaakje hier lijkt te leiden. De derde concertavond hier, zegt hij, twee ervan uitverkocht. Uit een bijruimte achterin klinkt gejoel. Het is de zangeres van de tweede band, Amyl & the Sniffers, die zich kennelijk opwarmt. Ik herken haar van een hyperactief clipje op YouTube.

Op het terras zitten drie jongemannen met matjes in de nek. Ze spelen een kaartspel en bluffen met een Australisch accent. Het zal de hoofdact zijn. Ze roken sigaret na sigaret en drinken water, geen bier, wat hun ambitie verraadt – ze moeten nog presteren. Het terras ligt op zo’n dertig meter van de kade. Het hele buitenterrein is geasfalteerd. Asfalt staat niet te boek als een sfeerverhogende vloerbedekking. Toch werkt het hier. Ik plaats mijn billen op een dik stuk boomstam op zijn kant. De zon begint te zakken, de zaal stroomt leeg. Pauze. Gasten steken een sigaret op of lopen het café in voor drank. Jongeren, vutters en alles daar tussenin. Een gemengd publiek dat bijzonder goed gestemd is. Veel lachende gezichten, veel gepraat, gezellige drukte.

Twee stukken triplex op de fries van de loods. Op het ene is met rode verf ‘café’ gespoten, op het andere ‘tosty’s’. Tosti heeft geen ypsilon, maar ze smaken hetzelfde. Tegen een stel geschakelde zeecontainers, waarin oude bioscoopstoelen in rijen zijn opgesteld, staat een gemetselde pizzaoven. ‘Punk pizza’ verklaart een spandoek. Op een platte kar voert een groepje jongeren vurige gesprekken en op de kade staat een zes meter hoge hijsconstructie die tot een eenpersoons schommel is omgebouwd. Veel gasten wagen een ritje op dit speeltoestel, liefst zo hard en hoog als kan. De stuurhut van een binnenvaartschip is op een zeecontainer gelast en kijkt uit over de haven. Tegen dit bouwwerk staat een woonboot op stapels betonnen trottoirbanden. Op de kade ook een houten plaat op een stok. ‘Nooduitgang’ is erop geklad, en een pijl die naar het water wijst. ‘Zwemmen op eigen risico’ en ‘swim at your own risk’ op een plaat ernaast. Rechts een betoncentrale. In de verte de toren van DE.

Op mijn boomstam is plaats voor twee paar billen. Een jongedame durft het aan en zet zich. Haar gezelschap, een flink wat oudere man, gaat biertjes halen. “Hey Daan,” roept de jongedame. Een jongeman met vier bekers bier in zijn handen komt gelopen: “Heeej! Weet je, ik moet even dit bier wegbrengen”. De jongedame wil weten naar wie. “Mijn vriendjes,” antwoordt hij. De oudere man komt terug met bier en kijkt wat onzeker als hij te horen krijgt dat ze zich zullen aansluiten bij Daan en zijn vriendjes. Braaf volgt hij haar met nog steeds twee bier in zijn handen.

“Projectmanager?” vraagt een man die opeens voor mijn neus staat. Ik zat te appen met het thuisfront, was even afgeleid. Projectmanager is de naam van mijn band. Ik word herkend. We maakten ooit een praatje in de platenzaak waar hij werkt. Ik vertel hem dat ik verrast ben dat het uitverkocht is. Dat verrast hem ook, maar hij was wel mooi binnen. “Als je wilt,” zegt hij, “mag je naar binnen op het kaartje van mijn vrouw. Ze zit in buitenland.”

Amyl & the Sniffers begint. Na vier liedjes op ruig razende gitaren en knotsende drums vraagt de hyperactieve zangeres of er mensen in het publiek zijn die in de rivier gezwommen hebben. “Did anyone swim in the river?” Het honderdvijftigkoppige publiek is warm, heeft er verdomde veel zin in. “Jeueuj!” roept het, ofschoon iedereen droog is en de rivier een kanaal. Maar dat geeft niet, want ik sta in de mooiste concertzaal ooit. “We zullen het maar niet over de brandveiligheid hebben,” zegt de man die me mee naar binnen nam zonder zich om die veiligheid te bekommeren. Over een paar jaar staan er luxe appartementen op deze plek. Tot die tijd mag hier een culturele vrijhaven zijn.





verrassingen
komen
bij
verrassing
menu