20160102-blog-horeca-interieur-feestmaand.jpg.jpg
Water met een rietje
- 12 juli 2019 door Edwin -
Een vlieg trippelt over mijn appelgebak. Ik stuur hem weg met een handgebaar. Hij vliegt op en landt via een omweg opnieuw op het lekkers. Hij doet maar, hij zal het nodig hebben. Er is ook een hond binnen, maar die is wel aangelijnd. De twee jonge meiden die het trouwe beestje begeleiden staan op het punt te vertrekken via de deur die toegang geeft tot het terras van de brasserie van cultuurpodium De Groene Engel in Oss. Ze praten druk met het meisje van de bediening.

In de regio is De Groene Engel vooral bekend als poppodium. Livemuziek in een volledig gerestaureerd monumentaal industriepand uit 1912. Het kost Oss een lieve duit en daarom willen sommige politieke partijen de stekker eruit. Tien jaar geleden was ik er voor het laatst, toen voor een band. Ik moest er maar weer eens heen, nu voor een bak koffie op een ietwat grauwe maandagmiddag. Precies zo’n dag waarop ik verwacht de enige gast te zijn en ik dus de mogelijkheid heb om in een rustige omgeving een horecabezoek van een dag eerder uit te schrijven, mocht er niks gebeuren.

‘No mercy’, een vijfentwintig jaar oud hitje van the Stranglers speelt in de hoge, lichte ruimte, die net iets te weinig zwier heeft om meteen te raken. Laat het maar even duren, denk ik. “Life shows no mercy,” herhaalt de zanger. Het leven kent geen genade, het leven kan hard zijn. Geniet daarom van hetgeen je toevalt. In de hemel hebben ze geen bier, daarom drinken we het hier.

Aan een tafel bij een raam zit een jong stel met een driejarig kind. De kleine meid speelt met wat voorhanden is. Ze riddert en regelt, ze heeft de hoofdrol in het verhaal dat ze zelf verzint. Ze vermaakt zich. Dit in tegenstelling tot papa, die uitdrukkingsloos naar een glas jus d’orange zit te staren. Zou het vaderschap hem zwaar vallen? Life shows no mercy. Het gezin spreekt een Zuid-Europese taal. Toeristen. Vakantie is een beproeving, ook voor jonge ouders in andere landen. Mama verwacht de tweede; haar strak gespannen buik maakt de streepjes van haar stretchtruitje plaatselijk breder. Ze is een stuk opgewekter, heeft dan ook meer om naar uit te zien.

Gisteren zag ik een Chinese film in het kleine Utrechtse theater Springhaver. Het café bij dit theater is een aanrader. Een zogenaamd volkscafé dat sinds de oprichting in 1886 nauwelijks veranderd lijkt. Mensen komen er om te praten en te drinken en slagen daarin met lof. De film draaide in een aanpalend zaaltje met ruim honderd roodpluchen stoelen. Een film over de onbetrouwbaarheid van herinneringen. De hoofdrolspeler wil terug naar een gekoesterd moment in het verleden, een verliefdheid, maar zijn geheugen neemt een loopje met hem. Hij weet niet meer precies hoe het was. Hij vult de gaten in zijn herinnering met zijn verbeelding en met wat hij in heden meemaakt. Toen en nu raken steeds verder in elkaar verstrikt, een onontwarbare kluwen, ook voor de bioscoopbezoeker.
Was het vroeger beter? De een meent van wel, de ander meent van niet. De werkelijkheid van toen bestaat louter in herinneringen en die zijn gekleurd.

Misschien kleeft er iets van het verlangen naar vroeger, naar een kijkje in het verleden, aan rijksmonumenten zoals De Groene Engel. Je hoopt dat het pand werkt als een tijdmachine. Maar de aandrijfmotor is kapot. Het pand is een ding, een artefact dat hoogstens de verbeelding prikkelt. Het ding zelf houdt de lippen op elkaar. Rijksmonumenten zijn verbeeldingsmachines.

Een gepensioneerd stel zit te smullen van een dik belegd broodje met sla en andere randverschijnselen. Even daarvoor zaten ze wat onwennig te wachten op wat het meisje van de bediening hen zou gaan brengen. Ze eten allebei met mes en vork. Het gaat ze goed af.

Het jonge stel zit in de bui van papa. Mama schuift een stoel op naar het raam zodat ze recht tegenover en een beetje dichterbij haar somberende partner zit. Ze legt haar hand op de zijne. Hij reageert met een miniem glimlachje, een verre ster in de nacht. Vier dikke tosti’s worden op hun tafel gezet. Het meisje meldt zich aan tafel. Papa zet zijn vadergezicht op. Mama waardeert dit.
Res non verba. Geen woorden maar daden. Deze spreuk is in een raam van café Springhaver gegraveerd. Niet lullen maar doen. Een bijzondere spreuk voor een zaak waar duizenden woorden over elkaar buitelen en waar drinken zowat de enige handeling van betekenis is.

Drie begin-twintigers, twee meiden en een lange jongen, stappen parmantig binnen. Ze zetten zich aan de bar en beginnen ongedwongen te keuvelen met het meisje van de bediening. De jongen krijgt een groot glas water met een rietje. Hij zuigt aan het rietje terwijl hij gulzig de informatie van zijn mobieltje consumeert.
Het gepensioneerde stel heeft zijn bordje schoon leeg gegeten. Het meisje van de bediening vraagt of het gesmaakt heeft en begint met afruimen. De vrouw is complimenteus over de genuttigde broodjes vanwege het feit dat zij en haar man er verrassend lekkere dingetjes in aantroffen. “Dat is fijn om te horen,” reageert het meisje met de vaat in haar handen. “Had u nog iets gehad willen hebben?” De vrouw zegt dat ze dat niet willen. Ze moeten nog fietsen.

Iets achter me vraagt om aandacht, althans, zo voelt het. Ik kijk om en zie een groene engel, dat wil zeggen, een uit gips gegoten en groen gelakt beeld van een engel. Ik denk aan aartsengel Gabriël, de enige die ken – hoewel ‘kennen’ in deze een groot woord is. Mijn mobieltje leert me dat Gabriël een boodschapper van God is en schrijvers, leraren, journalisten en artiesten helpt bij het overbrengen van hun boodschap. “Daarnaast helpt hij bij het vinden van de juiste motivatie en het overwinnen van uitstelgedrag, twee van de grootste uitdagingen voor iedere schrijver.”

Ik kijk nogmaals om naar het beeld, waarvan – dat valt me nu pas op – de rechterhand wuft naar boven wijst, alsof daarmee gezegd wil zijn dat hij de boodschap ook maar gewoon doorkreeg. Het leven kent wel genade. Net voordat ik de brasserie verlaat knipoogt een al wat oudere vrouw naar me. In haar kielzog een man die doorstoomt naar de snoeppot op de bar. Hij haalt het deksel eraf en plukt er ongegeneerd een paar schuimpjes uit.






ze
moeten
nog
fietsen
menu