20141003-blog-horeca-interieur-trends-spotten.jpg
Slingeren
- 20 september 2019 door Edwin -
Een aanhanger onderwerpt zich aan de wil van de trekkende auto. In bochten volgt de aanhanger de auto gedwee. Het is opletten geblazen met onverhoedse stuurmanoeuvres, omdat de aanhanger dan kan gaan slingeren, zeker als die te zwaar beladen is. De bochten van een slingerende aanhanger worden steeds ruimer. In het uiterste geval kan de aanhanger zijn wil opleggen aan de auto. Het span is dan stuurloos en crasht. Ook intermenselijk verkeer kan gaan slingeren. Een gesprekje over het weer kan uitlopen in een knetterende ruzie. Mijn partner en ik zaten in een foodbar en opeens begon een gesprek achter me te slingeren.

Yalla Yalla is ondergebracht in een oud pand aan de Postelstraat in Den Bosch. Een rustige, schaduwrijke straat aan de rand van het historische stadscentrum. De lichtbruin gelakte houten pui van het pand is een lust voor het oog. Ooit zat er een winkel, nu dus een foodbar. Dat de uitbater ervoor koos zijn of haar zaak foodbar te noemen en niet restaurant, wordt binnen snel duidelijk: het interieur en de bedrijfsvoering zijn aangenaam informeel. Dit informele geeft de zaak een losse, grootstedelijke sfeer. Yalla Yalla heeft de koers en vaart van deze tijd. Haar keuken is Arabisch. We mogen zelf een tafeltje kiezen.

Groot is de foodbar niet. Ik tel de plaatsen en kom op dertig. De tafeltjes zijn klein en staan dicht op elkaar. Vroeger zou ik dat vreselijk hebben gevonden; tegenwoordig staat het me wel aan. Ons tafeltje staat op tien centimeter afstand van een ander tafeltje. Nu zit er nog niemand, straks, mocht het bezet raken, kan ik mijn buren horen slurpen en, belangrijker, kan ik hun gesprek volgen.

De vriendelijke jongeman die de bestelling komt opnemen spreekt met een sterk Arabisch accent. Zijn schouders en armen lijken al die lastige Nederlandse woorden in de juiste vorm te kneden. Hij praat met zijn hele lijf. Ik begrijp niet alles wat hij zegt meteen, maar dat ligt aan mezelf. Ik zit me te vergapen aan zijn teringstrak gekapte baard. Zo strak dat ‘ie wel getekend lijkt.

Een Libanese wijn voor mijn partner en een speciaalbier met de naam Habibi, wat schatje betekent, voor mij. De drankjes worden gebracht door het hoofd van de bediening, eveneens een jongeman met strak omlijnde gezichtshaarregio’s. Even later komt de eerste van drie gangen: een verzameling koude hapjes met plat brood erbij. Alle hapjes hebben een subtiel eigen smaakje, die een aandachtige toepassing en dosering van kruiden verraden. Deze subtiliteit kenmerkt ook de gerechten van de volgende twee gangen. Er blijven maar mensen binnenkomen. Een half uur later zijn alle stoelen bezet. Naast ons zitten inmiddels een moeder en haar dochter, een ontspannen stel. Hun gebabbel gaat op in dat van de andere gasten, die stuk voor stuk veel te vertellen hebben. Ik denk dat de openheid van de zaak – er zijn geen tussenschoten of nisjes –, het dicht op elkaar zitten en de belichting, die wel warm is, maar intenser dan in een gemiddelde eetgelegenheid, mensen aan het praten zet. Dat ratelt en keuvelt maar door. Ik ook en ik zal verklappen wat ik mijn partner vertel. Het is geen erotiek. Het is een uitleg over de Ladder van Lansink, die deel uitmaakte van de Wet Milieubeheer. De Ladder van Lansink zegt hoe we het beste met afval kunnen omgaan. Onderaan de ladder staat storten, bovenaan staat, hoe kan het ook anders, preventie. Ik pak mijn telefoon erbij een google Lansinks ladder. Ik denk dat mijn partner het plezier, dat de klip en klare afbeelding me geeft, in mijn ogen leest. Haar oogopslag wordt zacht, diep, een tikje glazig en weids. Ik schrik: zo keek ze me ruim een halve eeuw geleden in mijn tuimelende ogen. Het onderwerp afval diende zich aan vanwege de doggy bag die Yalla Yalla op verzoek verstrekt.
Een van de drie koks zet de acht schaaltjes met de gerechten van de tweede gang vanaf zijn enorme blikken dienblad op ons tafeltje. Het verbaast me dat het er allemaal op past. Het hoofd van de bediening wurmt zich achter de kok door op weg naar een tafeltje achter me.

Een van de gasten, een vrouw van rond de zestig volgens het live-verslag van mijn partner, doet op teleurgestelde toon, doch beheerst haar beklag over iets. Het hoofd van de bediening probeert al even beheerst de zaak te sussen. Maar de aanhanger is te zwaar beladen en de vrouw laadt bij. Waarom ze dat doet? Ik weet het niet. Het gaat over gluten, dat weet ik intussen wel. Er staan gluten op tafel, terwijl ze nog zo gezegd had dat ze glutenvrij wou. “Dat weet ik, mevrouw,” zegt het hoofd, “maar hij weet niks”, en hij wijst naar zijn bedienende collega, die de gluten kennelijk uitserveerde. Het live-verslag van mijn partner is niet meer nodig, ik kan het nu goed volgen. Paniek overmant de vrouw, haar toon wordt onvast en schel, ze staat op en herhaalt haar teleurstelling woordelijk. Het hoofd weet niet meer hoe hij de duvel terug in het doosje moet krijgen en draait zich naar de overige gasten, die hun gesprek op dit moment voor korte tijd hebben opgeschort. Hij legt ons uit wat er aan de hand is. Volledige transparantie. De vrouw loopt naar de uitgang en draait zich nog een keer om: “Als ik er van gegeten had, was ik er een week ziek van geweest.” En weg is ze, huilend, boos, haar twee vriendinnen verbouwereerd achterlatend. Het is stil in de zaak, heel eventjes. Hierna hervat het gebabbel zich met verdubbelde intensiteit. De derde gang is zoet. Yalla Yalla kan tegen een stootje.






mijn
buren
horen
slurpen
menu