20141119-blog-horeca-interieur-kijken.jpg
Geluksgetal
- 2 november 2019 door Edwin -
De foyer wordt gebruikt voor verpozing tijdens de pauze, maar ook voor en na de voorstelling, aldus Wikipedia. De voorstelling die ik bezocht had geen pauze, maar er was wel de mogelijkheid tot verpozing voor en na de voorstelling. Ik maakte van de mogelijkheid gebruik. Voor de voorstelling dronk ik een kopje koffie en toen de voorstelling gedaan was, laafde ik me aan een fles bier, die bij de toegangsprijs was inbegrepen.

Theater Rotterdam speelde Eindspel van Samuel Beckett in Theater aan de Parade in Den Bosch. Klokslag zeven uur stapte ik de ontvangsthal binnen voor de inleiding op het toneelstuk. Een bebaarde man in een lange rode jas waarop goudkleurige koorden waren gestikt wees me de weg. De inleiding was net begonnen, de spreker al op snelheid. Hij racete door zijn verhaal over Beckett, diens werk en specifiek het stuk dat ik zou gaan zien. “Zijn er nog vragen?” vroeg hij een dik halfuur later. Er ging een hand omhoog. “Euh ja, zit er een pauze in Eindspel?”

Kwartier voor aanvang, nog net tijd voor een bakje koffie, waarvoor ik in de rij moest. Maar eerst wilde ik mijn jas kwijt. De man met lange rode jas wees naar een meterslange balie waarop een gepolijst natuurstenen blad lag. Daar is de garderobe. Vanwege zijn opvallende jas vroeg ik hem wat zijn functie is. Hij is suppoost. Mijn jas gleed gemakkelijk over het gepolijste blad. In ruil voor mijn jas kreeg ik een kunststof fiche met nummer 853. Een goed nummer, ik voelde het.

Goeie koffie vraagt om voldoende bereidingstijd en aandacht. De rij werd langer en de mensen erin onrustiger. “Vergeet u mijn cappuccino niet?” polste de vrouw voor me nog maar eens. Ze was niet de enige die polste. De drie meiden achter de bar bleven echter rustig. Uit de speakers in het plafond klonk de mededeling dat de voorstelling over tien minuten zou beginnen. En daar was mijn koffie. Ik nam plaats aan een hoge tafel. “Ik heb nog steeds dat kleinekindgevoel,” zei de man naast me tegen de vrouw die hij vergezelde. Kleinekindgevoel? Het gevoel dat je als klein kind hebt als je het theater bezoekt? Ik was tien toen ik voor het eerst een toneelvoorstelling bijwoonde. Kindertheater van Pieleke Poep en ik vond het fantastisch.

Eindspel was ook fantastisch.

“Ik zag weinig van de inleiding in de voorstelling terug,” zei een man bij het verlaten van de zaal. In de foyer stond een vrouw met gevouwen handen, plechtig als een begrafenisondernemer. Voor elke bezoeker ontvouwde ze haar handen om met een soepel handgebaar naar de natuurstenen balie bij de garderobe te wijzen die nu vol gezet was met glazen wijn, water en flessen bier. “Er staat een drankje voor u klaar,” voegde ze aan haar handgebaar toe.

Met een pilsje in de hand ging ik opnieuw aan een hoge tafel staan en keek eens om me heen. Dit theater richt zich op een ander publiek dan de Verkadefabriek in dezelfde stad doet en dat toont zich in de foyer. De Verkadefabriek biedt, met succes, totaal-verpozing, een compleet avondje uit. Theater aan de Parade lijkt dit ook te beogen, maar kent niet het succes van haar ‘concurrent’. Ik meen dat dat aan de minder sfeervolle foyer ligt. Twee bars staan er, een oude, ietwat taaie en een van een paar jaar oud. Laatstgenoemde is feitelijk een door gordijnen afgezonderde hoek van de rest van de foyer en is voor de sfeer een flinke verbetering. Het zat er vol na de voorstelling, wat waarschijnlijk alles te maken heeft met het drankje dat bij de entreeprijs is inbegrepen.

Bij mij aan de hoge tafel stonden een man en een vrouw. De vrouw was druk bezig op haar telefoon, zoekend naar informatie waarmee ze het toneelstuk dat ze zojuist zag kon duiden. De man liet alle informatie gelaten over zich heenkomen. Af en toe knikte hij. Ik herkende mezelf in haar duidingsgedrag en had me dan ook graag bij hen aangesloten, maar ik deed het niet, ik wilde niet opdringerig overkomen. Aan de bar in een kroeg zou ik dat wel doen, in het theater nooit. Ik dronk mijn pint leeg en liep naar buiten.

Omdat het koud was, besefte ik dat ik met jas was gekomen. Ik liep weer naar binnen en haalde het fiche met nummer 853 uit mijn broekzak. Op de natuurstenen balie van de garderobe stonden geen drankjes meer. De man erachter meende ik te herkennen. Hij groette en opeens wist ik het: het was de suppoost in een andere jas, een zwarte colbert, passend bij de functie van garderobemedewerker. “Dan zullen we eens kijken of ik een prijs heb gewonnen,” zei ik hoopvol terwijl ik hem het fiche gaf. Hij lachte vriendelijk, ofschoon hij me niet begreep, en verdween tussen de kapstokken. Een paar tellen later kwam hij terug met mijn jas. “Yes, gewonnen!” riep ik. “Ik wist wel dat 853 geluk zou brengen.”






bij
de
entreeprijs
inbegrepen
menu