20140923-blog-winkel-interieur-horeca-inrichting.jpg
Dol in de kop
- 8 november 2019 door Edwin -
Een verkoudheid met overal spierpijn, beetje dol in de kop, noem ik een griepje. Elke herfst grijpt de griep mij, vaste prik. In deze toestand kan ik maar beter in bed liggen. Toch is het soms goed om dat zelfbedachte advies te negeren en gewoon uit te gaan. Ja, gelukkig ging ik uit.

Maanden geleden trakteerde mijn vriendin me op kaartjes voor twee voorstellingen van het onvolprezen tiendaagse festival November Music in Den Bosch. Vrijdagavond hield het fantastische Noorse jazztrio Rymden mij overeind en een dag later sleepte ik me naar een optreden van het tienkoppige Londense Riot Ensemble. Muziek heeft helende capaciteiten.

Willem Twee is sinds jaar en dag de Bossche poptempel. The Riot Ensemble zou spelen in Willem Twee Toonzaal. Duidelijk, dachten we, dus een kwartier voor aanvang liepen we de ontvangsthal van de poptempel binnen. Opeens begon er iets te knagen. Is de Toonzaal niet gevestigd in de oude synagoge nabij het Noord-Brabants Museum aan de andere kant van het centrum? “Klopt,” zei een medewerker. We zetten het op een lopen. Klokslag vier uur stapten we, het klamme zweet op de rug, de drempel van de Toonzaal over. “Kom gauw verder,” maande de vriendelijke kaartjeschecker bij de ingang ons. “Het kan ieder moment beginnen.”

Het interieur van de Toonzaal stemt op een aangename manier nederig zoals alle gebouwen doen die ooit een religieuze functie hadden. Hier mag je even afstand doen van je eigen dikke ik en opgaan in iets groters. Volle bak trouwens. Honderd eensgezinde muziekzielen wachtten zoetjes keuvelend. Mijn vriendin en ik vonden twee lege plekken op het balkon. We zaten net toen de tien muzikanten binnen kwamen via de grote zwarte deuren links. De eerste violist, een jonge vrouw, haalde diep adem en het licht ging uit. Ik kruiste mijn armen op de reling voor me, legde mijn hoofd erop en sloot mijn ogen. De reis kon beginnen. Vijf kwartier later werd het weer licht.

Dit was geen alledaagse muziek. Ze ging met mijn gemoed aan de haal, ik golfde mee op veranderende klanklandschappen en ik associeerde er willoos op los. Telkens zakte ik weg in korte, behoorlijk maffe dromen. Misschien speelde mijn griepje me parten, maar ik denk dat de muziek een even grote rol speelde in deze beeldenkermis. Opeens was ik diep geroerd, tranen biggelden over mijn wangen en ik wist niet waarom. Tijd bestond niet meer. Dit mag onnozel klinken, maar mijn vriendin ervoer het ook zo.

Na afloop togen we naar het café bij de entree en raakten pardoes in gesprek met de eerste violist. Het café is feitelijk een uitbouw van glas, vermoedelijk in de vroege tachtiger jaren gerealiseerd. Glazen puien en cafés gaan heel goed samen, zeker bij guur weer in de avond, als mensen voor sociale warmte bij elkaar aan de bar kruipen. De natte en donkere straten die door de ramen zichtbaar zijn, maken het voor de gasten gemakkelijker om de tocht huiswaarts uit te stellen. Elke kroeg vaart wel bij dit uitstel.

De eerste violist dronk Duvel, net als veel van haar Britse collega’s. Ze was tevreden over de uitvoering, de derde tot dusverre en de beste. Het publiek was erin meegegaan, had ze gemerkt. Hoe merk je zoiets? vroeg mijn vriendin. Dat voel je, zei ze. Dezelfde dag had ze door Den Bosch gelopen – ‘a very nice town’ – en stuitte ze plots op een ‘huge wide open space’ die haar verrukte. “It was like, wow!” Ze bedoelde het Bossche Broek, de natuurpolder waarover je uitkijkt vanaf de hoge Zuidwal aan de rand van het stadscentrum.

Op de vraag waarom haar Riot Ensemble het stuk in het donker speelde, antwoordde ze dat de componist dat voorschrijft omdat hij meent dat zijn muziek dan rechtstreeks het onbewuste triggert. Dit verklaarde volgens haar de beeldenkermis in mijn hoofd. Ik knikte instemmend en merkte dat mijn spierpijn weg was, mijn hoofd weer helder. Mijn griepje had een time-out en de barvrouw zette met een klap een volle krat Duvel op de bar.






even
afstand
doen
menu