2019_hotel-interieur-horeca.jpeg
Zingen in de kerk
- 15 november 2019 door Edwin -
Sommige mensen hebben aan een half woord genoeg. Ik ben van het slag dat soms net een paar woorden mist. Maar daar is goed mee te leven. Uitgenodigd worden voor een zwemfeestje en daar zoveel zin in hebben dat de laatste zin op de uitnodiging - 'neem dus je zwemspullen mee' - al niet meer gelezen wordt.
Of ik mee wilde naar de Pauluskerk in Oss voor een optreden van Jenny Wrenn and her Borrowed Wings. Dat wilde ik wel, ofschoon ik de band niet kende. De datum kreeg ik per app en de overige informatie ging zo goed als langs me heen - ik had tenslotte al besloten dat ik mee wilde. Een paar dagen later kreeg ik een appje met het tijdstip waarop ik verwacht werd bij de ingang van de kerk.
Om vijf voor half negen sta ik bij de ingang. Vijf minuten later arriveert Ronny. Ronny is stipt. De persoon naast hem stelt zich voor als Walter. Ronny zegt dat het zijn neef is. Walter bevestigt dat. We maken een paar grapjes en lopen de kerk binnen.

De Pauluskerk werd in 1964 in gebruik genomen en is sinds 2013 in particuliere handen. Net voordat de kerk particulier bezit werd, kwam het gebouw op de gemeentelijke monumentenlijst en daar was de parochie niet blij mee. Tijdens de rechtszaak hierover noemde de parochie het pand ‘een grote stenen massa zonder kerkelijke uitstraling’. De pastorie was volgens de parochie ‘niet meer dan twee gestapelde blokkendozen’. De parochie heeft geen ongelijk. In de volksmond heet de Pauluskerk een moderne kerk. De nieuwe eigenaar bouwde een aantal ateliers aan de randen van het schip, de centrale ruimte waar ooit de kerkbanken stonden. Toch is het schip, tezamen met het koor, waarop het altaar staat, nog ruim genoeg om je de adem te benemen. Hier zal de band zometeen spelen.

Er is geen podium en geen muziekinstallatie. Er staan zo’n veertig stoelen opgesteld in een ruimte waarin plaats is voor duizend. We kunnen nog kiezen. Even later had dat niet meer gekund. Ik groet de vrouw die naast me plaatsneemt. Ze groet terug en kijkt rusteloos om zich heen. “Ah, die heb ik nog niet gehad,” zegt ze en schiet weg naar een stel dat ze meent te moeten kussen. Hier verzamelt zich een kleine groep van ons kent ons, een stukje Ossche muziekscene. Links zitten een twintigtal vrouwen in een ruimte die door een pui met veel glas van de onze is gescheiden. Ze luisteren aandachtig. Het zal een cursus zijn. Op een tafel bij de pui staan flessen wijn. Misschien vieren ze straks hun laatste cursusdag. De wijn is niet voor ons.

De band stelt zich op. In het midden Jenny op staande bas. Links van haar staan Ben en Ben. De ene op dobro en de andere op Spaanse gitaar. Ze spelen akoestisch, geen versterker komt er aan te pas. De stem van Jenny breekt elk verzet. “Bravo,” roept een driftig applaudisserende man na het eerste liedje. Na het tweede liedje en alle liedjes die daarop volgen reageert hij hetzelfde. Twintig minuten onderweg klinkt er applaus uit de ruimte achter de pui links. “Thank you,” grapt Ben op de dobro terwijl hij behoedzaam de snaren laat trillen. De cursus zal ten einde zijn. Nu gaan de cursisten druk napraten en een wijntje drinken. De band speelt onverstoorbaar verder. Ook als er opeens ritmisch getik klinkt op het raam schuin achter de band. Iemand staat op om eens te gaan kijken. Hij komt terug met een ietwat verlate liefhebber. “Sorry,” zegt die tegen de band en duikelt een aantal flessen bier op uit een stoffen tas.

Drie kwartier na aanvang last de band een pauze in. Ik loop naar buiten voor een peuk. De Ben op de Spaanse gitaar doet hetzelfde. De band komt uit Engeland. Ze zitten in het staartje van een ruim drieweekse tour door Europa. “Zwaar?” vraag ik. Hij schudt zijn hoofd, hij vindt het geweldig om mensen te ontmoeten. De verlate liefhebber komt ook roken. Dat hij te laat was komt door zijn auto, een Opel Kadett uit 1973. De gitarist vraagt of zijn auto erg kapot is. Nee, de auto is niet kapot. De reden voor zijn te laat zijn is complexer. Ik begrijp het niet, de gitarist evenmin.

Ronny en Walter hangen op het altaar. Ronny is in de Pauluskerk getrouwd. Toen zongen er kinderen. Walter vindt de Sex Pistols een overschatte band. Pink Floyd van na Syd Barrett kan hem ook niet bekoren. We gaan weer zitten, want de band begint zijn tweede set van ruim drie kwartier. Nagenoeg alle aanwezigen hebben drank bij. Wijn, port, bier, Fanta. De fles port van het stel voor me is al zowat leeg. Ik zou wel een pintje lusten. “Brrraavo!” klinkt er na het eerste liedje. De sfeer is losser geworden, lofuitingen langgerekter.

Band en publiek liggen elkaar. Frank, de man die de Pauluskerk bestiert en deze avond organiseerde, sluit het optreden af met een paar woorden en natte oogjes. “Je schijnt sentimenteler te worden als je ouder wordt,” zegt hij. “Toch denk ik dat dit de mooiste muziekavond tot nu toe op deze plek is geweest.” Fijne woorden, vindt het publiek, dat zijn beurs geklapte handen nog een keer tegen elkaar slaat. We mogen zelf weten hoeveel geld we voor de band over hebben. Het mag best een tientje of meer zijn volgens Frank. Ronnie vraagt me waarom ik geen drank meenam. “Omdat ik niet wist dat dat mocht,” antwoord ik. “Dan heb je weer eens iets gemist, Edwin,” zegt Ronnie. “Want ik heb het je wel verteld.”








zelf
je
bier
meenemen
menu