20141210-blog-horeca-interieur-sinterklaas-kerst-decoratie.jpg
Sinterklaasweer
- 30 november 2019 door Edwin -
"Het is sinterklaasweer," zegt de vrouw die met me naar buiten loopt. Zij om te gaan roken, ik om naar huis te gaan. Wind en regen, perfect weer inderdaad om de goedheiligman het dak op te jagen en zelf lekker binnen te blijven.

Ik was in Waalwijk. Het interieur van Eetcafé Kandinsky lokte me ernaartoe. Dit eetcafé zit aan de Grotestraat in het centrum, waar ik nooit eerder doorheen liep. Wel ben ik veel vaker in Waalwijk geweest en nog veel vaker reed ik er voorbij over de A59. Op een steenworp afstand van Kandinsky staat de markante St. Janskerk met de groenkoperen koepels.

Geen mens op straat, met uitzondering van mezelf. Ik ging de hoek om en stond onder de enorme luifel boven het terras van Kandinsky. Een meisje van de bediening was er op die typisch bedrijvige horecawijze in de weer met menukaarten en ander gerei. “Brrr, guur weer,” zei ik. “Ja,” antwoordde ze vriendelijk zonder haar pas te vertragen. “Maar hier onder de luifel is het lekker.” Ze had gelijk. De hangende gaskachels zorgen voor een warm onthaal.

Binnen was het druk. Ik mocht zelf een plekje zoeken. Nabij de entree stond een hoge tafel waaraan acht jongemannen hun lunch naar binnen werkten. Een hoge tafel rechts bood eveneens plaats aan acht personen. Op het hoekje zat één man. Ik mocht van hem op het hoekje aan het andere uiteinde gaan zitten. Dat deed ik. Nog geen minuut later vroeg een serveerster of ik wat wilde drinken. Ze zocht mijn blik, wat ik waardeerde. Dat dit me opviel, zegt wellicht iets over bediening in het algemeen. Het was hier druk en toch was er aandacht. Instructies van de baas of, gewoon, personeel dat zijn werk met plezier doet. Dit laatste kon niet gezegd worden van de man aan het andere eind van mijn tafel.

“Uw koffie komt er zo aan,” zei de serveerster. En weg was ze. Geruisloos als haar collega’s, geruisloos als een geoliede machine.

Een vrouw van ongeveer vijfenveertig kwam van het toilet. Ze nam me onderzoekend op en knikte beleefd vriendelijk. Ze ging zitten tegenover de man aan mijn tafel. In haar beleving zat er opeens een vreemde aan hun tafel, wat haar vorsende blik verklaarde. Haar leeftijd had ik niet kunnen raden. Ze verried die zelf toen haar tafelgenoot haar een foto van iemand op zijn mobieltje liet zien. “Kijk,” zei hij. “Hier is hij vijfenveertig.” Ze keek en zei dat dat ongeveer haar leeftijd was.

De stemming van haar tafelgenoot was mat. “Thuis hang ik veel op de bank.” En zo ging hij nog even door. Zelden de deur uit in het weekend, en de straat voor zijn huis was ook al opengebroken. “Stond er zaterdag zo’n gast voor ons huis in een wit potje te zeiken. Dus ik zeg er wat van. Zegt die gast dat hij niet meer kan stoppen.” De vrouw lachte voorzichtig. Ze kon niet goed inschatten of het de zoveelste jammerklacht was of een grapje. Een tweede vrouw kwam bij hen zitten. Ze zei dat ze bewust wat later was.

De serveerster meldde zich weer. Ik bestelde een ‘open sandwich Rotterdamse oude’.

Aan een laag tafeltje voor me zaten inmiddels drie vrouwen en twee jongetjes, waarvan een in een kinderstoel. Tegen het tafeltje stond een maxi cosy op wielen. Hierin lag een baby. Mama ging lunchen met haar dochters en hun kroost.
“Ging goed vanmorgen met je speech,” zei de vijfenveertigjarige vrouw aan mijn tafel.

“Ja, ging wel lekker hè,” antwoordde de vrouw die bewust te laat was.

Aan weer een andere tafel begonnen twee dames aan een uitsmijter met friet. Hadden ze iets te doen, want veel hadden ze elkaar niet te vertellen. Achter hen hing een piano aan de muur. Erboven, op de muur, was een citaat van kunstenaar Wassily Kandinsky aangebracht. De baby in de maxi cosy op wielen werd gretig bekeken door een stel dat op weg naar de uitgang was. “Jim,” antwoordde de van trots stralende moeder toen naar de naam van de kleine werd gevraagd. De zus naast haar tooide haar gezicht met een blik die het midden hield tussen minzaam en schamper. De twee jongetjes hoorden bij haar. Ze was al een beetje van de roze wolk gevallen. Maar dat hield ze voor zich.

Mijn sandwich werd uitgeserveerd. De serveerster vroeg of ik nog iets wilde drinken. Ik wilde nog wel een koffie. “Komt er zo aan,” zei ze en nam het lege koffiekopje mee. Opeens had ik het door. De tijd tussen mijn eerste kop koffie en het uitserveren van mijn sandwich is lang genoeg om de koffie op te hebben en me dus op het moment dat mijn sandwich arriveert te vragen of ik nog iets wil drinken. Slim. Het bestek was goed: de vork prikte prima en het kartelmes was scherp.

Ook had ik inmiddels door dat de drie aan mijn tafel collega’s waren. De man zat onlangs ziek thuis en werd toen gebeld door iemand van het werk. “Als jullie zo doorgaan daar op kantoor zit ik ook de rest van het jaar in de ziektewet,” herhaalde hij zijn eigen woorden van het telefoongesprek. De twee vrouwen reageerden nauwelijks, hoogstens wat vermoeid.

De twee dames verderop hadden genoeg gehad aan een uitsmijter zonder friet. Ik bekeek mijn sandwich. Onder een wollig pakket sprietige sla en ander groen lagen twee dikke plakken ruim besmeerd bruinbrood. Sla is ook een horecatruc, gerechten krijgen er volume van. Ik houd wel van trucs. Een serveerster vertelde trots over haar werkplek, over het aantal gasten dat ze wekelijks mag verwelkomen. Terechte trots, want Kandinsky is in alle opzichten een hele mooie zaak. Ik liep naar buiten en hield de deur open voor een vrouw.







zelf
lekker
binnen
blijven
menu