20140814-blog-horeca-interieur-thematiseren.jpg
Vissenkom
- 12 december 2019 door Edwin -
Een ontbijt voor vier euro bij een tankstation aan de N65 bij Helvoirt. Inclusief een flesje versgeperst sinaasappelsap. Een tankstation is niet mooi. Toch ben ik er vandaag weer.

Sinaasappelsap drink ik zelden. Koffie, water, een paar pintjes in de avond en af en toe een kop gemberthee. Dat goedkope ontbijt was vorige week. Vandaag zit ik na twaalven in de shop bij het tankstation. Geen ontbijt dus, maar de sfeer is er opnieuw goed. Wat maakt de sfeer goed? Dat wilde ik weten.

Het is een kleine shop. Voor de lange balie is een strook van net geen drie meter breed waar klanten staande kunnen wachten op hun bestelling. Aan deze strook is een rij zitbanken opgesteld. Telkens twee banken aan een tafeltje. De banken zitten aangenaam en zijn bekleed met okerkleurig skaileer.

De rij met banken en tafels staat op een verhoging van net geen veertig centimeter. Deze verhoging heeft een wonderlijk effect op de beleving van de ruimte. Je voelt je in verhouding tot de staande klanten niet zo klein, niet zo laag bij de grond. Je voelt je veiliger, meer op je gemak. De verhoging verklaart de goede sfeer hier. Klaar, opgelost.

Ik bestel koffie en een broodje oude kaas. Ze hebben geen oude kaas, maar wel een alternatief dat jonger is. Ook goed. De vrouwen achter de balie zijn aardig. De shop is vier jaar geleden verbouwd. Toen kwam de broodjesbar. Maar worstenbroodjes verkopen ze al vijfentwintig jaar. De broodjesbalie is tegelijk de kassa waar klanten hun brandstof afrekenen. Eerst hadden ze een vissenkom. Een vissenkom? Ja, een vissenkom. Ze bedoelen zo’n met glas afgeschermde betaalzone zoals in de meeste tankshops. Als ze om tien uur ’s avonds zouden sluiten, was een vissenkom nodig. Omdat ze dagelijks om negen ’s avonds sluiten is een vissenkom niet nodig. “Wel gezelliger zo,” zeg ik. “Vind je?” vraagt een van de vrouwen. “Ja,” antwoord ik. Ze wordt er blij van. Mijn koffie en broodje komt zo.

Ik stap de verhoging op en ga zitten op een bank. Links kijk ik door de ruit naar het tankende volk buiten. Daarachter het verkeer op de N65. Dit tankstation heeft volgens de informatie op een spandoek 198 zonnepanelen op het dak. Ik kan niet op het dak kijken, dus ik geloof het. Bij de ingang hangt een flatscreen met de prestaties van de zonnepanelen. Ik zie een piek op het scherm en kijk naar buiten. Een laaghangende, doch hardwerkende zon geeft deze najaarsdag goede moed. Een vrouw in grijs T-shirt op een zwartleren rok loopt de shop binnen zonder jas. Een man in werkkloffie bekijkt haar eens goed. Hij maakt geen kans. Mijn koffie en broodje staan op de balie.

Twee jongemannen stappen uit een autootje van Greenest Carwash. Voor net geen vijftien euro per maand wassen ze je auto op locatie. Een van de twee mannen loopt naar de broodjesbalie. “Eens effe kijke. Ik wil wat gezonds,” legt hij de vrouw achter de balie uit. Zijn collega kijkt verveeld en besluit naar de wc te gaan. De wc heeft een betaalpoortje. Tegen de achterwand is een wandvullende afbeelding van de Eifeltoren aangebracht. De Eifeltoren in Helvoirt? Ah! Natuurlijk. Broodjesbar wordt geassocieerd met de Franse broodcultuur en vervolgens met Parijs enzovoorts.

De jongeman die wat gezonds wilde, krijgt een broodje eiersalade. Hij loopt naar buiten en stapt alvast in de auto. Op het toilet klinkt het irritant harde geluid van een Dyson handdroger. Het plasje van de verveelde collega zal succesvol gepleegd zijn. “Dan ga ik even nieuwe eieren bestellen bij de eierboer,” zegt de vrouw die het broodje eiersalade bereidde. De eiervoorraad moet altijd op peil zijn. Het telefoonnummer van de eierboer staat waarschijnlijk op een geeltje naast het mededelingenbord.

Een paar banken verderop zet een vertegenwoordiger zijn tanden in een belegd broodje. Hij eet beschaamd en ik weet niet waarom. Lijkt me namelijk niet nodig. Hij ziet er goed uit en zijn tanden zijn niet rot. Ik weet niet zeker of hij een vertegenwoordiger is. Hij ziet er gewoon zo uit. Tot december verkoopt hij tuinsproeiers om zijn target en dus bonus te halen. Daarna zoekt hij een nieuwe uitdaging. Tractorbanden of Quookers of god weet wat. Nu eet hij een broodje met een servet voor zijn mond om het malen te verhullen.

Een ziekige man en een tienjarig meisje stappen de shop binnen. Ze blijven even staan bij een display van Milka. De man zet elke stap bewust, moeizaam verplaatst hij been na been. Ademhalen valt hem ook al niet makkelijk. Zijn blik is onnoemelijk zacht en teder. Het meisje mag iets te snoepen uitzoeken. Ze hoeft niet per se iets, maar kiest nootjes in een jasje van chocolade om haar vader te plezieren.

Bij de entree staat een display met bossen bloemen in plastic emmers. Net als de eieren zullen ook deze bloemen van de plaatselijke detailhandel komen. De shop heeft de gemoedelijke sfeer van een dorpswinkel, de klandizie is hier opener dan in een shop aan de snelweg, men maakt gemakkelijker een praatje. Ik kijk op mijn telefoon. Op het scherm het bericht dat ik wifi kan krijgen van Tanklokaal Helvoirt. Moet ik ‘lokaal’ in tanklokaal begrijpen als in dranklokaal? Tanklokaal Helvoirt is een mooie naam. Sinds 2001 mogen tankstations geen alcohol meer verkopen. Zou dat verbod niet meer gelden, dan was het hier geheid druk tot in de kleine uurtjes. Zelfs met een vissenkom.





wat
maakt
sfeer
goed?
menu