20140730-blog-horeca-interieur-akoestiek.jpg
Loodrecht
- 28 december 2019 door Edwin -
Iedereen kent wel het late werk van Piet Mondriaan. Het werk met de gele, rode en blauwe rechthoeken, van elkaar gescheiden door zwarte lijnen van variërende breedte. Hij werd er wereldberoemd mee. Landschapsarchitect Adriaan Geuze is ervan overtuigd dat het Nederlandse polderlandschap van invloed is geweest op Mondriaan. Akkers en weides tot aan de horizon, slechts nu en dan doorsneden door sloten, kanalen en wegen. Een rechtgetrokken cultuurlandschap, totale orde. Heeft zo’n omgeving invloed op het interieur van de spaarzame bebouwing, en werken de rechte lijnen via dat interieur door op het gemoed van de bewoners?

In een lokaal huis-aan-huisblad las ik over chauffeurscafé Treurenburg in Den Bosch. De foto bij het artikel maakte me nieuwsgierig. De potige eigenaar stond erop, staande achter de bar met een vriendelijke blik en een fles Jupiler in zijn hand. Aangezien het café 125 jaar bestaat fantaseerde ik er een idyllisch negentiende-eeuws interieur bij. Houten balken aan het plafond, houten vloer, een grote haard en aftandse stoelen aan tafels met kromgetrokken bladen. Ik besloot een kijkje te gaan nemen.

Chauffeurscafé Treurenburg ligt aan de weg naar Hedel, aan de Bossche kant van rivier de Maas; een met watergangen dooraderd gebied, dat in de loop van de eeuwen regelmatig op de schop ging om zowel water als verkeer in goede banen te leiden. Het café ligt op een verhoging in een landschap dat polder wil zijn, maar het net niet is. Ik zag het en meteen verschrompelde mijn idyllische fantasie tot de grootte van een muizenkeutel. Het pand is niet per se lelijk en verre van mooi, het staat er gewoon met de nodige borden en spandoeken waarop kenbaar gemaakt wordt dat het er daadwerkelijk staat. Keurig, ja, keurig en recht, dat was mijn eerste indruk van de buitenkant.

Afgaande op het aantal parkeerplekken is het een druk bezocht etablissement. Een met leem en grind verhard oppervlak van ruim een halve hectare is gereserveerd voor het parkeren van vrachtauto’s. Vandaag, maandag voor kerst, rond half vijf, staat er slechts een truck. Vier of vijf personenauto’s staan op de parkeerplaats die aan de uitbouw van het pand grenst.

De sobere rechtlijnigheid zet zich binnen voort. Je zou er triest van kunnen worden, maar dat gebeurt niet. Toegegeven, bijzonder fraai is het niet. Toch kan ik niet stellen dat de uitbater het interieur onverschillig was; er is zelfs een decoratieschilder ingezet om enkele wanden met laatmiddeleeuwse voorstellingen te verluchtigen. Café restaurant Treurenburg wil een herberg zijn en is dat feitelijk ook, met dat verschil dat de nachtgasten voor hun slaapje naar buiten moeten, naar de slaapcabines van hun vrachtauto’s.

De zaak straalt efficiëntie uit. Aan alles is te zien dat er geregeld veel gasten geholpen moeten worden. Hordes fietsers in het fietsseizoen en dagelijks vele chauffeurs die er tegen betaling kunnen douchen, ontbijten, lunchen en dineren. Efficiënt en proper ja, ik kan me voorstellen dat de zaak op gezette tijden met de brandslang wordt schoongespoten nadat een stel mannetjesputters het meubilair in een zucht en een scheet naar een aanpalende ruimte gebonjourd hebben. Maar ik overdrijf. Wel ruikt het in de wit-betegelde toiletruimte vrij sterk naar bloemetjes en chloor.

Aan de bar zitten een vrouw en twee mannen. De jongste man praat tegen de telefoon aan zijn oor. Aan de hoge, oerdegelijke joekel van een stamtafel vlakbij de bar zitten buiten mezelf nog eens twee mannen. Een van hen haalt de telefoon van zijn oor. “Even een belletje en alles is opgelost,” zegt hij tegen zijn tafelgenoot en staat meteen op om naar de wc te gaan. Vrachtje hier, vrachtje daar, klusje doen. De jongeman aan de bar hangt ook op en richt zich tot de vrouw: “En maar bellen, en maar janken over dat ze nu bij een hondenfokker in België zit. Gaat mij niet meer aan. Het is goed zo.” Schulden heeft hij ook niet meer, hoor ik hem even later zeggen. In de kroeg kun je onbezorgd biechten, beter dan thuis, waar de gevolgen hoogstwaarschijnlijk wranger zijn. De jongeman voelt zich goed hier, terwijl een houten hart aan de muur het tegendeel wil doen geloven middels de tekst ‘There’s no place like home’. Een uitdrukking zo waar dat je er gemakkelijk overheen kijkt. Voor het gros van de internationale vrachtrijders zal de betekenis ervan dieper gaan. “Ook weer opgelost,” zegt de man die van de wc terugkomt. Hij denkt in oplossingen, ook als hij nodig moet. “Doe mij een spaatje rood,” roept hij naar de alerte barman, die mij overduidelijk inschat als een niet-trucker en dus als een vreemde eend en dus als iemand om met een half oog in de gaten te houden. Ik doe alsof ik iemand app en nip van mijn pintje. Mijn voet stampt mee op de beat van een Nederlandstalig zeiklied over geluk dat pas gevoeld wordt als je diepe dalen gekend hebt. In het refrein zit het woord zon. De vrouw aan de bar luistert aandachtig naar een betoog over eenzaamheid van de jongeman. Ze luistert, meer niet, want ze weet dat zij niet de oplossing voor zijn eenzaamheid is. Dat hoeft ook niet. De jongeman voelt zich steeds beter. Hij zingt een paar woorden met het lied mee en deint heel even op de beat met gespreide armen.

Het meubilair is geplaatst op denkbeeldige lijnen die elkaar in loodrechte hoeken kruisen. Een groot deel van het interieur is afgewerkt met kunststof fineer in matte bruin- en grijstinten. Recht, sober, hufter proof: alles naar de smaak van de massa. De bar is goed, eigenlijk is die precies wat de foto in het huis-aan-huisblad me beloofde. De gasten hier maken alles wat te recht in het hoofd zit krom, bochtig als het leven in retrospectief. En daar gaat het om.




recht
sober
hufter
proof
menu