20140801-blog-horeca-inrichting-hergebruik.jpg
Hippe tenten
- 17 januari 2020 door Edwin -
De oorsprong van de naam Philip voert terug naar het oude Griekenland. De naam is afgeleid van de woorden filos, wat 'houden van' betekent, en ippos, wat 'paard' betekent. Philip betekent dus zoiets als 'hij die van paarden houdt'. Ik wist dat niet, vind het wel verrassend.

De oorsprong van het woord ‘hip’ is niet bekend. Wel weten we dat het in de dertiger en veertiger jaren tot het vocabulaire van de Afro-Amerikaanse jazzscene behoorde. Die scene was net als de muziek verre van braaf. Braaf, burgerlijk en conventioneel waren toen het tegenovergestelde van hip. Hip stond voor vrijheid, hippe lui waren vrijgevochten, zoals de hippies dat enkele decennia later ook waren. Het huidige hip is stukken braver.

Een blogster bestempelt het Utrechtse restaurant LE:EN als hip. Ik geef toe dat het een hippe tent is, zonder precies te weten wat hip in deze inhoudt. De blogster houdt van koffie, en die koffie drinkt ze het liefst in hippe tenten. Foto’s van haar geven mij niet de indruk van een vrijgevochten vrouw. Ze komt op mij eerder burgerlijk over, waarmee ik overigens geen moeite heb. Haar voorkeur voor hippe tenten fascineert me; ze zoekt iets, ze wil iemand zijn die ze (nog) niet is. Zou dit laatste voor alle ‘hippe’ gasten gelden? Nee, want veel waarlijk hippe jongelui zag ik ronddartelen in het eveneens voormalige industriepand tegenover LE:EN waarin de kunstacademie is ondergebracht. Een verdomd mooi pand, waarvan de inrichting werklustig maakt.

De kunstacademie had een tentoonstelling die tot zes uur zou duren. Om vijf voor drie stapte ik in de auto, het was nog licht, en om kwart voor zes, reeds donker, zette ik de motor uit. Gauw bekeek ik nog wat werk van de derdejaarsstudenten. Om zes uur ging letterlijk het licht uit. De conciërges wilden naar huis en maakten dat met één druk op de knop duidelijk. Een paar studenten vroegen me mee voor een afzakkertje in LE:EN. Dat liet ik me geen twee keer vragen.

Ik ben niet hip, hoogstens ben ik een wat dwarse burger. Wel heb ik een zwak voor horeca in voormalige industriepanden. Panden waarvan de industriële sfeer door de inrichters niet is weggeretoucheerd. LE:EN sprak me meteen aan. Hoog, ruim, met fijn licht en meubilair waarmee ooit gegooid en gestapeld is. En met een betonvloer die door het gebruik op kleur is gekomen.

Ooit zat er een las- en constructiebedrijf in het pand, dat getuige de damwandplaten aan de buitenzijde waarschijnlijk in de tachtiger of negentiger jaren van de vorige eeuw is gebouwd. Dergelijke panden waren meestal al in gebruik voordat de afwerking af was. Precies dit maakt het voor een interieurbouwer interessant: hij of zij kan feitelijk met een lege doos beginnen en hoeft, naar de huidige trend, het voormalige gebruik niet te verhullen. De inrichters hebben trouwens mooi werk afgeleverd. Enorme muurschilderingen in Japanse stijl. Joekels van draken en een tafereel dat gebaseerd is gebaseerd op ‘De grote golf van Kanagawa’ van de Japanse schilder Hokusai die stierf in 1849. De bar is geconstrueerd uit afvalhout en stukken plastic pallet. Verder veel staal en rechte hoeken. Zeetinten overheersen: diepgrijs, vlak blauw en getemperd zeewiergroen. Verder vallen de tweedehands bruinleren banken en hockers in de loungehoeken op. Nooit verwacht dat bruinleren banken weer zouden mogen.

Het interieur heeft de bevrijde speelsheid van de eerder genoemde jazzscene. Het combineert een zekere rauwheid met vakbekwame creativiteit. Het interieur van LE:EN is in die zin hip. De mensen die indertijd de jazzscene bevolkten waren veelal behoorlijk losgeslagen en wild van zeden en dus hip. Met die mensen vergeleken is het publiek van LE:EN dat niet. Het publiek van rockcafé B52 in het Belgische Eernegem was ook niet hip, simpelweg omdat er eigenlijk geen publiek was.

In B52 rook het naar toiletblokjes met de geur van ondefinieerbare bloemen. Een schone tent, dat mag gezegd. Maar de reine frisheid kon het aftandse van het interieur niet verhullen. Tot op de draad versleten, maar telkens weer opgelapte vloeren en meubilair. Dit interieur is authentiek hip, onverschillig voor elke modegrill. Het gros van de mensen zal dit café als de ziekte mijden – het triggert hun burgerlijke angst, hun vrees voor wanorde en irrationeel gedrag. Ik was er met mijn band, we reden 230 kilometer enkele reis om er de sterren van de hemel te spelen. Jammer dat er slechts drie betalende bezoekers waren. Was het volle bak geweest, dan zou men losgeslagen en wild van zeden zijn geraakt, dan hadden we een hippe avond gehad.




een
wat
dwarse
burger
menu