Stamgast blijft hangen

- 10 January 2020 door Edwin Timmers -

Als ze mij op de fiets zien naderen, worden de mensen die het feest geven al nerveus. Gelijk hebben ze, want iemand die op de fiets komt, gaat niet graag naar huis. Een fietser stelt de tocht door de donkere nacht zo lang mogelijk uit. Daar staat tegenover dat de fietser zijn beste beentje voor zet om het feest tot een feest te maken. Fietsers beseffen de waarde van gastvrijheid en maken daar gretig misbruik van.
Enige jaren geleden promoveerde Tribe mij tot hun stamgast. Een eervolle titel waar ik hen dankbaar voor ben. Ze weten dat ik naast stamgast een fervent fietser ben. Ze weten kortom dat ik de gewoonte koester om te blijven hangen. Het deert hen niet, groots is hun gastvrijheid. Sterker nog, als stamgast mag ik mijn kroegentocht van 2019 oprekken tot diep in 2020. Een aanbod dat ik met beide handen aanneem. Wel gaat er iets veranderen. Wat er gaat veranderen? Dat vertel ik na het volgende intermezzo.

Van de week bezocht ik een open avond van een particulier zorginitiatief. De nieuwbouw was klaar. De initiatiefneemster leerde ik zo’n acht jaar geleden kennen. De plannen voor een eigen, nieuw te bouwen, zorghuis bevonden zich toen nog in het droomstadium, er werd over gemijmerd. Door de jaren heen zag ik de organisatie groeien en professionaliseren. Ze trokken van pand naar pand; huurcontracten waren tijdelijk of ze moesten weg omdat omwonenden vreesden voor het dalen van de waarde van hun huis vanwege de nabijheid van kinderen met een beperking. Nu is de nieuwbouw dus klaar. Ik buig heel diep voor de volharding en inzet van de initiatiefneemster. De nieuwbouw is prachtig, dat zei ik tegen haar, en dat zei ik niet om te slijmen. Trots en geluk straalde van haar gezicht. “Ja, het is prachtig,” reageerde ze, “maar belangrijker dan een gebouw zijn de mensen die er werken, de mensen die de zorg verlenen.” Hierop sloeg ze haar armen over de schouders van twee teamleden die links en rechts naast haar stonden te glunderen.

In 2019 focuste ik me tijdens mijn horeca-verkenningen op de gasten en het personeel, op de mensen die er werkten en die er consumeerden. Dit jaar zal de focus op het interieur komen te liggen. Dat gaat er dus veranderen. Wat doet de inrichting van een uitspanning met haar gasten? Welk interieur trekt welke gasten? Zijn mooie kroegen drukker? Wat doet een nieuwe inrichting met de uitbater? Baat hij plots beter uit, geïnspireerder?

Nog even terug naar de nieuwbouw van het zorginitiatief. De twee teamleden glunderden ook omdat ze blij waren met de ruime ruimte én het interieur. We keken samen naar het plafond, dat van ruig beton is, hoog, en met alle buizen en leidingen zichtbaar. Op plekken boven zitjes en eettafels is het plafond verlaagd met gegalvaniseerde, fijnmazige betonstaalmatten waaraan potplanten met veel blad hangen. De ruimte heeft een open karakter, maar met slim geplaatste keukens en wandjes is een sfeer van geborgenheid gecreëerd – men kan zich er even onzichtbaar maken – terwijl de lust tot ontdekken en verkennen wordt gestimuleerd. Ik kreeg zin in verstoppertje.

terug

de

waarde

van

gastvrijheid