Architectuur als dikke jas om het interieur

- 05 November 2021 door Edwin Timmers -

Gebouwen zijn magneten. Sommige stoten af en andere trekken aan. Gebouwen die aanvankelijk afstoten kunnen in de loop der tijd aantrekken. Omkering van de polen, magie die zich in het hoofd van de passant voltrekt.

Het Louis Hartlooper Complex (LHC) aan de Tolsteegbrug in Utrecht is een filmtheater, cultureel centrum én horecagelegenheid ineen. De afgelopen jaren kwam ik er wel eens voorbij, soms op de fiets, soms te voet, en telkens dacht ik: hier wil ik naar binnen. Het kwam er maar niet van.

Voordat het pand de huidige bestemming kreeg, was het een politiebureau en daar moet je wegblijven, tenminste, zo ben ik opgevoed. Het LHC ligt op een fraai panoramisch punt in de stad. Het lijkt de overgang te bewaken tussen het oude, binnen de ringgracht gelegen stadscentrum en de iets minder oude wijken buiten erbuiten.  

Het politiebureau is in 1927/28 gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School. Deze stijl biedt meer dan louter functionaliteit. Detaillering geeft de gebouwen jeu ofschoon ze niet zelden behoorlijk pontificaal zijn. Tegelijk wil de detaillering wel eens een gedateerde indruk geven, maar dat geeft niet; gebouwen mogen het verleden in hun uitstraling conserveren. Een ander prachtig voorbeeld van de Amsterdamse School is Het Schip in Amsterdam – wikipedia praat je erover bij. Het werd ontworpen door Michel de Klerk en kwam gereed in 1921.

Ik schreef me in voor een cursus filmanalyse van het LHC. Als filmliefhebber gaf ik mezelf daarmee tegelijk een aanleiding om het pand eens van binnen te bekijken. Vandaag de eerste les. Een half uur te laat zet ik mijn fiets in het rek, twee uur nadat ik thuis mijn fiets in de auto zette en vertrok om even later in een file richting Utrecht aan te sluiten. Ik parkeerde op Rotsoord en fietste het laatste stukje. Halverwege dit ritje braken de wolken. Net niet zeiknat ren ik het gebouw binnen. Meteen lost de gejaagdheid in mijn hoofd op. Bedrijvigheid in een onverwoestbaar interieur. Het is half twaalf in de voormiddag, het cafeetje voorin zit al vol met koffieleutend publiek. Achter de balie bij de entree zitten twee jonge vrouwen opgewekt te wezen. Een van hen wijst me de weg. Ik ren de zware, granieten trap op en klop op de deur van zaaltje 5, dat op een paar lege roodpluchen stoelen na vol zit met mede-filmliefhebbers. Het komende anderhalve uur is een weldaad van filmfragmenten en duiding over cameravoering van cursusleider Rudy.

Op het web zag ik een foto van het interieur net na oplevering van de bouw. De dikke muren lijken zich naar binnen toe uit te puilen. Muren met obesitas, ramen verworden tot spleetjes in het volle gezicht. Hoe zit dat eigenlijk? Ontwerpen architecten ook de basis voor het interieur? Bepalen zij ook de kleuren binnen, komen zij met het moodboard? Hoe het ook zij, omdat het pand een rijksmonument is, is het interieur beschermd en overleefde het de verbouwing tot filmtheater die gereedkwam in 2004. Ik maak wat foto’s van oude, buiten gebruik gestelde filmprojectors in de gang op de eerste verdieping. Tegenwoordig worden films vanaf een digitale bron met een beamer geprojecteerd, vermoed ik.

Ik loop het cafeetje in. Er zijn nog meer horecaruimtes in het pand, maar die zijn op dit moment gesloten. Het café heeft weinig plaatsen vrij. Aan een ronde tafel voorin zit een mede-cursist. Met een handgebaar maakt hij kenbaar dat ik mag aanschuiven. Ik ga op zijn uitnodiging in en meteen starten we een gesprek over films en theater, precies wat ik nodig heb. Af en toe kijk ik snel om me heen voor een indruk van de ruimte en de sfeer. De sfeer is simpelweg gezellig, ze heeft het intieme van een buurtcafé. Via de grote getoogde raampartijen aan de straatkant valt het gedempte daglicht naar binnen. De dagen worden korter, drink het daglicht in. De komende vijf zaterdagen zal ik hier een kop koffie drinken, een prettig vooruitzicht.

Buiten wil ik het pand fotografen. Vanwege de miezer, de algehele druilerigheid, zie ik ervan af. Een foto bij deze weersgesteldheid doet geen recht aan mijn stemming. Dit in tegenstelling tot de zomeravonden, als het terras vol zit en er warm gelig licht uit de pitjes in de prikkabel schijnt. Nu glijden dikke druppels regenwater van de doorhangende parasols. Op de fiets terug naar Rotsoord passeer ik een kleurrijke graffiti die perfect weergeeft hoe ik me voel. Cartooneske figuren tegen een luchtblauwe achtergrond. Hier miezert het trouwens niet.

 

terug

daar

moet

je

wegblijven

Theater interieur Theater inrichting Duurzaam interieur Hergebruik Verhalen uit de horeca Gastvrijheid terug