Helden van Kien: Een interieur ontwerpen voor in de buitenlucht

- 10 September 2020 door Edwin Timmers -

Maandagochtend half twaalf, vijf tennisdames van middelbare leeftijd komen van rechts het terras op en gaan, hoor ik een van hen zeggen, ‘een koffietje doen’. Een kort wit rokje en een wit poloshirt, een donkerblauwe trui van fijn gebreide katoen om de schouders, heel klassiek. Er mooi uitzien. Zou ik best eens wat meer aandacht aan mogen besteden. Alleen als ik mijn stem verhef, val ik op. De bediening vousvoyeert me, ze zeggen u tegen me omdat mijn versleten hoofd het gezag uitstraalt van de oudere man. Ik hoef mijn stem niet te verheffen. Nog even en ik ben schattig.

Het terras hoort bij de horeca-onderneming met de fascinerende naam De Helden Van Kien, ondergebracht in een schitterend pand in een volwassen park aan de noordkant van Sint-Oedenrode. Een plek met recreatiehistorische waarde, stammend uit de tijd dat recreatie nog verpozing heette. Het pand werkt als een magneet – als je het ziet, trekt het je naar zich toe. Het rijst als een gestrande Ark van Noach op in een licht glooiend terrein aan een roeivijver. Centraal in de zeshoekige ontvangstruimte staat een mooie bestel- en betaalbalie, feitelijk een bar van gestapelde spoorbielzen waarop aan drie zijden een ijle stalen kastconstructie is geplaatst en waarvan de bovenste schappen met transparant geel plexiglas zijn gesloten. De tegelvloer heeft een geometrisch motief in wit, zwart en grijs. Enkele wanden zijn met ruw eikenhout bekleed. Achter de balie staat een vriendelijke vrouw me te woord. Ik mag gaan zitten waar ik wil en de wc is beneden. Gauw naar beneden. Daarna vertel ik over een ondergrondse whiskyproeverij.


Sinds kort heeft Loosbroek een – legale – whiskystokerij. Met vier nieuwsgierigen uit Boekel zou ik er naartoe. Het lukte niet om een afspraak te maken. Daarom bood een van de Boekelnaren aan om bij hem in de tuin whisky te drinken en lekkers te eten. Hij en zijn vrouw zouden koken. Vrijdag was het zover. Het weer was aangenaam zacht. Met een fles Indiase whisky onder de snelbinders fietste ik naar Boekel. Toen wist ik nog niet dat ik gastvrijheid in haar puurste vorm ging ervaren. Elk van de acht gerechten voorzag onze gastheer van een verhaal dat door ons via vrije associatie werd hooggehouden en opgeblazen tot wolkachtige proporties die aansloten bij de smaakbeleving, niet in de laatste plaats bij die van de whisky’s. Op een na had ik deze mensen nooit eerder gezien. Ik voelde me thuis tussen vreemden. Iets na negen, drie uur na aanvang, kwam het laatste gerecht op tafel: een rodekooltaartje. De meegebrachte whisky’s waren allemaal geproefd, de buiken rond; ik moest maar eens opstappen. De gastheer zag mijn aanstalten met lede ogen aan en haastte zich naar binnen. “Heb je nog een beetje tijd voor een paar hele bijzondere whisky’s?” Ik had nog tijd. Maar waarom vertel ik dit eigenlijk? Nou, simpel, ik zie de horeca ondergronds gaan. Vergelijk het met de drooglegging in de Verenigde Staten omstreeks 1920. Toen zag men alcohol als een probleem, nu is het de menselijke interactie in combinatie met diezelfde alcohol. De winter dient zich aan, tuinfeestjes gaan naar binnen. Net als toen in Amerika zullen er ook nu clandestiene uitgaansgelegenheden ontstaan. Hoe houd je de horeca bovengronds? Uitgaan is tenslotte veel en veel meer dan lunchen op een terras alleen.


Een jongetje op te grote rubberlaarzen staat me aan te staren. Hij schiet weg als de serveerster met een broodje warme brie bij mijn tafeltje komt. Ze zet het bord voor mijn neus en neemt het ingevulde formuliertje van tafel. Op ooghoogte boven het urinoir hing een overzichtelijke lijst met coronaregels. Een van de regels is meewerken met een gezondheidscheck. Ik vroeg me af wat dat zou inhouden. Het blijkt een vinkje op het formuliertje te zijn bij de vraag of ik nies of snot heb. Het gelaarsde jongetje is terug bij opa en oma. Zijn zusje begint te jengelen. Ze mag op schoot bij opa, het jongetje bij oma. Op hun tafel staat een accuboormachine.


De Helden Van Kien heeft haar eigen moestuin, een lieflijk ingericht en met zorg onderhouden akkertje, waarop volgens de serveerster een deel van het groen wordt gekweekt dat ze in hun gerechten verwerkt. Mijn brie ligt onder een bedje sla van Sint-Oedenrodense bodem. Het terras heeft drie niveaus. Op het bovenste zit ik. Terwijl mijn kaken malen, geniet ik van het uitzicht op het park dat uitblinkt in vol, laatzomers groen. Dit is ontegenzeglijk een hele mooie plek. Verpozen is hier mogelijk tot diep in de herfst, want het overdekte deel van het terras is met schermen winddicht en met heaters behaaglijk warm te maken. Dit doet me denken aan de pop-up terrassen in Den Bosch deze zomer. Horecazaken met beperkte binnenruimte zijn zo toch verzekerd van klandizie. Alles in het kader van wat De Bossche Zomer wordt genoemd. Is er niet ook een Bossche Winter te organiseren, en een Eindhovense Winter, een Waalwijkse enzovoorts? Overal een vervroegde kerstmarkt die tot aan de lente van 2021 wordt opgerekt.

terug

ik

voel

me

thuis

Inspiratie voor je interieur Horeca interieur Beleving in de horeca Out of the box denken Verhalen uit de horeca Restaurant interieur terug