Bossche Brouwers: Zorgheld achter de bar

- 02 July 2020 door Edwin Timmers -

een man weet niet wat hij mist 
maar als ze er niet is 
weet een man pas wat hij mist

Deze regels van Huub van der Lubbe spookten begin april dagenlang door mijn hoofd. Het coronavirus heerste, ja, was ons letterlijk de baas. Je weet pas wat je mist, als iemand er niet meer is. Van der Lubbes dichtregels zijn evengoed waar voor kroegbezoek. Ik wilde eropuit, barhangen, ouwehoeren bij een pint. Naar buiten om bijvoorbeeld een stuk te fietsen mocht nog wel, maar de kers op de taart, een tussenstop bij een café, zat er voorlopig niet in. Een ander soort missen.

Eerste Pinksterdag van het jaar 2020 gaat de geschiedenisboeken in. Het was de dag dat de horeca weer los ging. Toch besloot ik thuis te blijven. De anderhalvemeterregel stond me tegen, dus hield me tegen. Afgelopen zondag, zes dagen na Pinksteren, zes dagen nadat de heilige geest over ons was neergedaald, besloot ik een poging te wagen. Ik wilde de draad voor mijn kroegentocht als stamgast van Tribe oppakken waar ik die op 15 maart had achtergelaten: bij espressobar Da Silva aan de Tramkade in Den Bosch. Even voor zeven ’s avonds stapte ik op mijn fiets. Grauw weer, stevige wind.

Het hing er niet met de benen buiten, maar elke kroeg van de ongeveer dertig die ik passeerde had gasten. Een bemoedigend gegeven. De provinciestad begint weer te ademen. In de Korte Putstraat was het naar de huidige standaard zelfs druk. Zo ook in de Korenbrugstraat en de Lepelstraat.

In de Korenbrugstraat ramde ik bijna een terrastafel waaraan een verliefd stel zat te foezelen. Een arrogante kwal aan een ander tafeltje had mijn volledige aandacht opgeëist. Daar zat hij, in zijn dure merkkleding, hooghartig een filtersigaretje weg te paffen bij een glas witte wijn. Een onaantastbare dertiger met hoogblonde gebeeldhouwde lokken en lak aan het gepeupel, wereldvreemd terend op de centjes van papa. Ik was vergeten dat dit slag mensen nog bestaat.

Op de Tramkade is het rustig, espressobar Da Silva dicht, maar twee deuren verder, bij de Bossche Brouwers, zie ik een bezette tafel aan het raam. Het fantasieprikkelende terras is leeg. Op de deur van de entree staat dat ik om binnen te kunnen had moeten reserveren, maar, niet getreurd, indien men niet gereserveerd heeft, meldt men zich even aan de bar. Ik meld me aan de bar.

“Bent u gezond?” vraagt de pronte vrouw achter de bar. Ze verontschuldigt zich voor het stellen van de vraag, maar het moet nu eenmaal. Ik zeg dat ik niks mankeer. “Verbaast me niks,” reageert ze. “Je ziet er gezond uit.” Fijne opmerking. Ik bestel een koffie en een jonge klare en neem plaats aan de bar. Op het podium soundcheckt een tweekoppige band. Twee jonge vrouwen spelen Mastermind.

Bossche Brouwers is een ruim, rechthoekig lokaal, ingericht met eenvoudig en doorleefd meubilair. Aan twee zijden bieden hoge ramen uitzicht op het terras en het makke water van De Dieze dat zoetjes tegen de loskade van de voormalige mengvoerfabriek De Heus klotst. Ik kijk omhoog en zie storttrechters van silo’s. Ik kijk omlaag en zie een gevlinderde betonvloer. Op de voorkant van de bar is de zin Al het goede komt van boven in een rood-wit tegelmozaïek aangebracht. Een zin die Pinksteren fijntjes samenvat en tevens een verwijzing is naar het geestrijke vocht dat hier geschonken wordt.

De pronte bardame zet een nokvolle borrel met een tikje voor me neer; de koffie schuift ze me toe. Ze doen hier niet aan viltjes. Achter de bar staat een joekel van een koeling – ingesteld op 6 graden Celsius – met glazen deuren waarachter een keur aan speciaalbieren staat na te gisten. De barvrouw geeft niet echt antwoord op mijn vraag hoeveel mensen hier nu binnen mogen. Ze praat liever over eerste Pinksterdag, toen het terras mede dankzij het warme weer lekker vol zat. Ik denk dat 2020 een terrasjaar wordt. In de buitenlucht ervaar je het besmettingsdruk anders en voel je de beperking van de anderhalvemeterregel minder.

Een paar minuten voor acht; de twee muzikanten lopen het podium op. Klokslag acht beginnen ze. Een onorthodox tijdstip voor livemuziek zeg ik tegen de barvrouw. “We streamen het live,” verklaart ze. “Doen we al de hele lockdown lang.” Ik vraag me hardop af of er daadwerkelijk mensen achter hun laptop zitten te kijken. Ze haalt haar schouders op, ze weet het niet. “Ik vind het niks,” flap ik er iets te snel uit. De vrouw denkt even na en sluit zich dan bij me aan. “Je mist het contact hè, zo achter het scherm,” begint ze. “En het gaat juist om het contact. Daarom komen mensen hier.” Ze zegt het met enige gene, alsof ze opeens vrijuit over haar diepere zielenroerselen praat. Ze is mijn zorgheld.

De zanger klinkt een beetje als Michael Hutchence van INXS. Niet mijn band, nooit geweest, maar livemuziek van welke aard dan ook is fijn, zeker na een onthouding van ruim twee maanden. Op elk slotakkoord volgt een beleefd en ietwat onwennig applaus van het schaarse publiek. We moeten er duidelijk weer in komen, maar het bevalt me hier. De twee jonge vrouwen spelen reeds een nieuwe pot Mastermind en ik bestel een Duvel. Dit heb ik gemist.

terug

Tussenstop

Bij

De

Kroeg

Inspiratie voor je interieur Horeca interieur horeca inrichting Duurzaam interieur Beleving in de horeca terug