Evoluon: Een onverwoestbaar horeca-interieur

- 17 September 2020 door Edwin Timmers -

Ze scrolt met een sierlijk vingertje op haar telefoon en kijkt geamuseerd. Haar benen gestrekt, de voeten op de stoel van de man bij haar aan tafel. Hij streelt om beurten het scheenbeen en de kuit van haar blote rechterbeen, pianissimo snarenspel, kippenvel. Op tafel staat een wijnkoeler. Lunchtijd, de zon brult, de fles wit is leeg, schaduw is hard. Het terras ligt aan een ronde vijver met een doorsnede van zeventig meter. De discus van het Evoluon past er precies in, wist een medewerker.

De discusvormige ufo, oftewel een vliegende schotel, is een verzinsel. Dat Philips in 1966 een gebouw aan Eindhoven schonk met een bepalende vorm gebaseerd op een fictief vervoermiddel, mag een ode aan de fantasie heten. Mijn fantasie heeft het Evoluon in ieder geval altijd geprikkeld. Vandaag kom ik er voor het eerst.

Bij de receptie kan ik een uitrijmunt verkrijgen, lees ik op het zuiltje bij de slagboom die toegang geeft tot de parkeerplaats. Wat zo’n muntje kost, staat er niet bij. Ik parkeer mijn auto per ongeluk op twee vakken. Het zal de spanning zijn. Ik laat het zo, want er is plek zat. Eerst maar eens het geheimzinnige bouwwerk vanuit meerdere hoeken bewonderen. Ik zie niemand en dat pookt mijn verbeelding op. Misschien word ik vanwege spionage opgepakt door de beveiliging. Maar ik heb een alibi: ik kom voor de koffie. Twee mannen stappen uit een vrachtwagen die onder de schotel geparkeerd staat. Ik zet me schrap. “Kan ik hier ergens koffie drinken,” vraag ik. De mannen nemen me van top tot teen in zich op. “Moet je de andere ingang hebben,” zegt een van hen. De andere laat de laadklep van de truck zakken.


Via de andere ingang kom ik bij de receptie. De beeldschone baliemedewerkster neemt mijn corona-formulier in ontvangst. Ik vertel haar dat ik al duizend keer eerder in Eindhoven was, maar nog nooit hier, bij het Evoluon nota bene. “Je mag er wel even rondkijken,” zegt ze opgetogen. Haar blik mixt vertedering met verbazing. Ze ziet een man van in de vijftig trappelen van in het vooruitzicht gesteld plezier. Er verschijnt een zachte glimlach onder haar grote, donkere ogen. Alleen haar blik is dit bezoek al waard. Ik passeer het restaurant en loop door de gang die de bijgebouwen met het hoofdgebouw verbindt naar het deel dat ik van plaatjes in tijdschriften als het Evoluon ken. Daar sta ik dan, in het hart van dit betonnen wonder, sinds 2018 een rijksmonument, met een trage lift omdat die nog op oliedruk werkt, aldus een medewerker. “Ah, daar komt-ie,” zegt hij na enig wachten. Maar ik sta al op de trappen. “Verstandig,” roept hij. “Heb je gelijk je workout gehad.”


Een half uur later loop ik het restaurant binnen, onderdeel van het rijksmonument en dat zie je. Ik neem een tafel bij het raam met uitzicht op zowel het terras, waar een man de kuit van een vrouw bespeelt, als het interieur binnen. Raam, zeg ik, maar ik moet zeggen metershoge glazen pui, het glas gevat in witte stalen kozijnen. De betonvloer is in een lichte grijstint gecoat. De dakconstructie wordt gedragen door fraai gevormde betonnen zuilen die vanaf drie meter hoogte breed uitwaaieren. De uitwaaiering is in een dwingend patroon beslagen met smalle houten latten. De oorspronkelijke ruimte is hoog, licht en sober; een rake combinatie van zakelijk en spiritueel. Zes jaar geleden kwam de huidige horeca-gelegenheid erin en daarvoor werd de ruimte opnieuw ingericht. Ik kan het zweet van de toenmalige interieurontwerpers haast ruiken. Want hoe pak je een ruimte aan waarvan de oorspronkelijke vormgeving ijzersterk is? De twijfel uit zich in de aluminium lichtbalken ter hoogte van de uitwaaiering. De keuze voor aluminium is gezien de kleur van beton en het gebruik van metaal (staal) in de pui begrijpelijk, doch een te veilige middenweg. De opvallend lange, eenvoudige, met lichte houten panelen beslagen bar is echter wel raak. Zo ook de belichting van de bar middels dikke led-peren aan lange vanaf het hoge plafond hangende zwarte kabels. Verder eenvoudige ronde tafels, waaraan stoelen met een dichte kunststof kuip en een houten onderstel staan. De dichte kuipen geven het meubilair massa in de ruimte; stoelen met een ielere constructie zouden de ruimte verschralen. Een paar enorme pastelkleurige kleden, rond van vorm, dempen de harde randen van de zakelijkheid.


Een jonge kerel brengt mijn bestelling: cheesecake en koffie. Ik houd niet van cheesecake, maar ik heb mijn eerste keer Evoluon te vieren en bovendien houd ik nog minder van het alternatief, iets met chocomousse. De cheesecake is mooi opgemaakt, zeg ik tegen de jongeman, die om een praatje verlegen zit en dus blijft hangen. “Binnen is het koel,” reageert hij off-topic op mijn compliment. “Je kunt nu nergens beter zitten dan hier. Wel jammer dat we een beetje buiten het centrum zitten.” Ik vertel hem dat ik wat te vieren heb en dat vindt hij goed om te horen. Hij moet weer verder, zegt hij. Verderop gaat een man van tafel en loopt naar buiten, over het terras en begint dan aan een wandeling om de vijver. Zijn vijf tafelgenoten kijken niet op. Op het terras staat een boom die breed uitwaaiert, een prachtexemplaar. Alle bomen reiken naar het licht, denk ik, elke soort op zijn eigen wijze. Drie bejaarde dames hebben zojuist plaatsgenomen aan een tafel vlakbij de mijne. Ze nemen hun glazen witte wijn van tafel en toasten op iets wat ik niet versta. “Mooie film,” zegt een van hen. Ze toasten nog een keer. De man die uit wandelen ging, gaat weer aan tafel. Hij ziet er niet significant gezonder uit.

Afrekenen moet ik bij de receptie. Daar ontmoet ik opnieuw de betoverende blik van de baliemedewerkster. Ze legt een gratis uitrijmunt op het bonnetje, waarop haar naam staat, een hele gewone naam, die ik nooit had kunnen raden.

terug

ode

aan

de

fantasie

Horeca interieur horeca inrichting Duurzaam interieur Verhalen uit de horeca Industrieel interieur industriële inrichting Restaurant interieur terug