Het Bonte Palet: Een café-interieur als een extern geheugen

- 07 October 2020 door Edwin Timmers -

Een van ons werd wat beweeglijk. Ze danste en dat is niet de bedoeling. Geen wilde dans overigens, een beetje swingen. Een van de coronaregels schrijft zitten voor en dansen doen we doorgaans staand. De man achter de bar schonk ons niet meer, dus gingen we naar huis. Het was een mooie middag geweest.

We hadden elkaar bijna een halfjaar niet gezien. Acht mannen die samen ooit een cursus volgden. Vandaag haakten partners aan voor een bezoek aan het Design Museum Den Bosch en aansluitend voor een borrel in het kleinste en bruinste kroegje van de stad: Café ‘t Bonte Palet. Uiteindelijk stapten we met dertienen het café binnen. Geen probleem, want een van ons had de veertien beschikbare plekken gereserveerd.

Hoe ziet de toekomst van het menselijk lichaam eruit? Deze vraag stelde de tentoonstelling Bodydrift in het Design Museum. De techniek komt steeds dichter op ons lijf, steeds verfijnder ook, steeds passender. Op een van de bordjes bij de werken las ik de voorspelling dat data de fysieke wereld actief vorm gaan geven. Dit betekent dat de techniek ons mens-zijn gaat bepalen, wat tegelijk betekent dat de partijen die de techniek in handen hebben ook de macht in handen hebben. Zij kunnen ons laten doen wat zij willen dat wij doen. Ieder normaal mens zou er opstandig van worden.

De uitbater van ’t Bonte Palet had de barkrukken al gepositioneerd. We hoefden alleen maar te gaan zitten om aan de regels te voldoen. Om een permanente aanvoer van verse buitenlucht te kunnen garanderen, bleef de deur van de entree open. Een tikje fris was dat wel, maar dat deert niet meer als je de eerste Duvel aan je lippen zet. “O ja, dit nog,” vertelde de uitbater ter afsluiting van zijn corona-instructie. “Roken doen we buiten op het terras.” Een gezellig en verwarmd terras met plaats voor acht rokers.

Café ’t Bonte Palet is vol. Elk stukje muur is gebruikt om spullen, vaak oude spullen, aan op te hangen. Foto’s, muziekinstrumenten, opgezette dieren, wijsheden en kwinkslagen. Je komt ogen tekort. En elk ding heeft z’n verhaal getuige de toelichtingen van de uitbater. Een interieur als een extern geheugen. Aan verhalen toch al geen gebrek. De eerste ronde had de kelen kennelijk gesmeerd. “Doe mij nog maar een Duvelke,” zei ik tegen de uitbater die de volgende ronde kwam opnemen. “Een Duvelke? Zeker weten?” vroeg hij. Ik knikte. Hij diepte een kinderflesje Duvel uit de koelkast op en zette het met een brede glimlach op zijn gezicht voor me neer. “Een perfect formaat,” lichtte hij toe, “voor wie nog wel Duvel wil, maar een grote fles teveel vindt.”

“Als de regels aangescherpt worden en corona nog even blijft heersen, zal de helft van de Bossche horeca het niet redden,” wist degene die naast me zat. Een ander, een paar krukken verderop, zei dat niet te betreuren. Hij zag het als een ‘natuurlijke selectie op kwaliteit’. Zo kun je het ook bekijken, dacht ik. Maar ik zie het anders. Volgens mij is er precies zoveel horeca als dat er klanten zijn die het horeca-bestand overeind houden. De coronaregels dwingen het oude evenwicht naar een nieuw, schraler evenwicht. Daarbij is een toenemend aantal mensen simpelweg bang om uit te gaan. Zij blijven thuis. Tegen angst is het lastig vechten, toch denk ik dat kroegbezoek nog goed mogelijk is. Het is wennen, maar het kan en het doet je goed.

Op mijn vraag of we bereid zijn om meer voor een drankje te betalen, reageerden de meesten ontwijkend. “Een tientje voor een pint bijvoorbeeld?” vroeg degene die naast me zat. “Tja, zo af en toe zal dat geen probleem zijn, maar uiteindelijk zoeken mensen dan toch naar andere wegen. Dan spreken ze onderling wat af en halen eten en drinken bij de supermarkt.” Volwassenen volgen dan het voorbeeld van jongeren onder de achttien. Infantilisering wordt een feit.

De sfeer was goed, wat logisch mag heten. Het is namelijk fijn om elkaar na een periode van fysieke onthouding weer eens in levende lijve te ontmoeten. Maar als je drinkt, moet je ook eten. Tegen zessen dropen de eerste drie, de verstandigsten, af om te gaan dineren bij een restaurant in de buurt. Ze hadden gereserveerd. Anderhalf uur later waren we nog met vijven. De leeggekomen plekken werden zoetjesaan ingenomen door stamgasten, waarvan enkelen hun tijd hadden doorgebracht op het terras. Een van ons vieren werd beweeglijk en sowieso was de anderhalve meter binnen ons gezelschap al krap een meter geworden. Stamgasten wezen ons daarop en de barman die de uitbater had afgelost, weigerde ons na een paar waarschuwingen nog iets in te schenken. We betaalden en vertrokken. Het was een hele mooie middag geweest.

Een dag later vierde iemand haar vijftigste verjaardag. Thuis, met dertig genodigden bij elkaar, deels onder een afdak, deels in de openlucht bij een formidabele vuurkorf. Het ging goed, afstandsgewijs, want plek zat. Iemand vertelde me dat hij geld reserveerde voor prijzige culinaire avonturen. Af en toe samen met zijn partner genieten van wat de kookkunst vermag. Dat mag van hem gerust wat kosten. De kroeg bezoekt hij zelden. Met een select gezelschap van vrienden regelt hij zelf wel iets. Anderhalve maand geleden zaten ze met zevenen twee etmalen achtereen bij elkaar op de datums waarop ze in voorgaande jaren naar een festival gingen. Ze kijken met genoegen op dit alternatieve festival terug. Mensen zoeken hun wegen.

terug

aan

verhalen

geen

gebrek

Horeca interieur horeca inrichting Beleving in de horeca Verhalen uit de horeca Verhalen aan de bar Café interieur Bruin café terug