In de roos in Zaltbommel: een braaf interieur in een leuke tent

- 21 July 2021 door Edwin Timmers -

Vanaf het plein op de Waalkade in Zaltbommel is het aluminium beeld van een jongen in een zwembroek te zien. De gestrekte arm van de jongen geeft de maximale waterhoogte aan. Komt het water hoger, dan staat het water aan zijn lippen en loopt de oude Hanzestad onder. Maar zover is het gelukkig niet gekomen. De aluminium knaap op de oever heeft slechts natte voeten.

Honderden keren keek ik vanaf de A2, rijdende over de Martinus Nijhoffbrug vanuit de richting Utrecht, naar rechts om de afgeknotte kerktoren op me in te laten werken. Vandaag bezoek ik het stadje aan de Waal voor het eerst bij volledig historisch bewustzijn. En ik ben onder de indruk. Slechts één keer eerder, niet langer dan een kwartiertje, was ik in Zaltbommel. Iemand had een tuinset via Marktplaats gekocht en mij vriendelijk verzocht om deze mee op te halen. Die keer was ik er dus niet echt. Vorige week werd mijn nieuwsgierigheid opnieuw gewekt toen een collega de watertoren, die je ook vanaf de A2 kunt zien, als kasteeltoren bestempelde. Ik wist bijna zeker dat het een watertoren met neoclassicistische kenmerken is, net als die in Den Bosch. Wikipedia gaf me gelijk: het is een watertoren, gebouwd in 1905.

Vanuit het westen loop ik de Gamerschestraat in met aan weerszijden ietwat sobere doch statige monumentale panden. Door het onophoudelijk naar boven en omkijken, ram ik zowat een ladder. Erop staat een schilder die het kozijn van een bovenlicht plamuurt. Ter hoogte van het stadhuis neem ik een flard van een geanimeerd gesprek op tussen twee vrouwen van rond de zestig. De grootste van de twee zet haar overtuigingskracht op volle sterkte in:

"Weet je wat de les hiervan is?” zegt ze tegen de vrouw tegenover zich en herhaalt de vraag voor de zekerheid meteen nog eens: "Weet je wat de les hiervan is?” De kleinere vrouw schudt haar hoofd: ze weet kennelijk niet wat de les is. Hierop geeft de grote vrouw haar die: “Zoek het niet allemaal bij jezelf.” De kleine vrouw knikt gretig, ja, ze lijkt opeens te beseffen dat niet alles haar schuld is. Beide vrouwen zijn blij, de kleine zelfs opgelucht. Ze strekken hun rug en gaan door naar het afscheidsritueel, dat de grote vrouw bemoedigend initieert: “Nou, gewoon lekker bij jezelf blijven hè!”

Ik zoek naar een lunchtentje, liefst iets met een uitdagend interieur. Zo’n interieur zal ik vandaag niet vinden. Misschien is Zaltbommel met zo’n 13.000 inwoners te klein voor zoiets. Misschien ook is het exterieur, het straatbeeld, al bezienswaardig genoeg. De zaken die ik zie, zijn vooral gericht op de massa, op toeristen met knorrende magen die per touringcar in vlagen worden gedropt.

Ter hoogte van de schitterende gasthuistoren (van zo’n zes eeuwen oud) raak ik in gesprek met een man die in een van de appartementen van het oude gasthuis woont. We hebben het over van alles. Gasthuis klinkt vriendelijker dan ziekengasthuis. Daarover hebben we het ook. Het leukst aan het gesprek is eigenlijk het gesprek zelf, gewoon een beetje praten op straat.

Kriskras verder. Rondje om de imposante Sint-Maartenskerk met de afgeknotte spits. Dan richting de waterpoort. Op een terras net voor die poort slaat een balogig keffertje aan. Tien minuten later hoor ik het beestje nog steeds tekeer gaan. Een veredelde boerenfox doet uit volle borst mee. Gezellig. Ondertussen blijft het genieten van de mooie oude panden, waarvan vele streng en een enkele frivool. Of het nog steeds zo is, weet ik niet, maar ooit zat er veel geld in Zaltbommel. Op het internet lees ik dat het nooit officieel een Hanzestad is geweest. Het stadsbestuur wilde dat wel, maar Nijmegen hield dat tegen. Ik moest maar eens wat gaan eten.

Op drie uithangborden boven een eetgelegenheid staat in grote letters: ‘zoveel als je op kunt’. Prachtig, het ‘all you van eat’-concept naar het Nederlands vertaald. Zal het dan toch niet een beetje zuinig zijn? Hoe het ook zij, zaken die de grenzen van mijn maag tarten, loop ik voorbij. Liever met honger naar huis, dan met een volle pens.

Op Markt 10, in het pand rechts van het stadhuis, is lunchroom ‘In de Roos’ gevestigd. In de Roos is onderdeel van zorgorganisatie Cello. Op mijn mobieltje lees ik dat de gevel in 1925 is vernieuwd in quasi-achttiende-eeuwse stijl. In de gevel is een plak natuursteen gemetseld waarin de naam Kaasjager staat en het jaartal 1925. Kaasjager zal de restaurateur zijn geweest. Mooie naam trouwens, Kaasjager. Zo voel ik me best vaak. Ik bestel oerbrood met brie. Zonder bacon. De jonge vrouw die de bestelling opneemt ziet ‘zonder bacon’ niet op de kaart staan. Als ik haar vertel dat ‘zonder bacon’ feitelijk de vegetarische optie is (die wel op de kaart staat) vindt ze het okay. Omdat ik op het terras zit en toch het interieur wil zien, ga ik pissen. Het interieur is verzorgd, keurig, maar heeft geen creatieve massa (als ik het zo mag zeggen). Jammer, want de schitterende ramen met ruitjes in de voorgevel beloven van buiten af veel meer. Wel een fijn terras trouwens, genoeg te zien. Een jong stel op fietsvakantie stopt op het plein. Papa’s kale hoofd is al aardig bruin en glanst van het zweet. Het kind bij papa achterop valt van de fiets. Het gevolg is een beteuterd gezicht. Het gezinnetje neemt plaats en de bediening spoedt zich naar hun tafeltje. Even later loopt de grote man van de bediening enigszins gebogen met het kind aan zijn hand de lunchroom binnen. Krap een minuut later passeren ze hand in hand mijn tafel opnieuw. Het meisje kijkt vrolijk: in haar vrije hand heeft ze een koekje. Verder zie ik knorrige mensen op het terras, mensen die eens wat minder vaak naar die schijtshows op tv moeten kijken. Gewoon wat ouwehoeren op straat of seks hebben in de natuur. Weet ik veel. De meeste aandacht trekt een zestigjarige vrouw met een open gezicht en een diepe, beheerste, hartelijke lach waarbij ze haar hoofd een tikkeltje in de nek legt. Beetje kak, gedistingeerd kloffie, maar ook werelds. Zou ze aan de rand van het terras zitten, dan zat ze toch in het midden. Heerlijk om haar doen en laten vanuit mijn ooghoeken te volgen. Ze staat op, neemt uitgebreid afscheid van haar tafelgenoten en gaat de hoek om. Ik moest maar eens op huis aan gaan.

terug

genieten

van

oude

panden

horeca inrichting Beleving in de horeca Verhalen uit de horeca Café interieur Bruin café Gastvrijheid terug