Buurt in Den Bosch: een interieur dat losjes verbindt

- 09 August 2021 door Edwin Timmers -

Café restaurant Buurt in Den Bosch bestaat in oktober zes jaar. Vandaag kom ik er voor het eerst. Twee dingen maken deze horecazaak bijzonder: het interieur en de ligging. Het interieur toont zich meteen, maar om het bijzondere van de ligging te ervaren, moet je minstens een paar uur op het grote terras doorbrengen. Ik heb de tijd.

Het interieur van Buurt is kleurrijk, speels en een tikje campy. Kleurrijke equivalenten zijn peuterspeelzalen, kermissen en festivalterreinen. Buurt is niet zo bont als een kermis, maar wel bonter dan de gemiddelde horecazaak. Hier geen opzichtig stijlvol gebeuren, zoals in dure zaken en grote huizen in villawijken. Geen gepronk met onbetaalbaar rafelloos design. Wel vrolijkheid en een toefje tegendraads pubergedrag. De kleuren hebben vaak iets uitgesproken zoets, gesuikerde zuurtjes, pasteltinten van het diepere soort. De terrastafels hebben een roze blad. De harde groene accenten van de terrasstoelen schreeuwen tegen dit roze. Best lelijke projectstoelen trouwens, maar hier kan het en bovendien zitten ze prima. Binnen heerst de schijn van een allegaartje. Maar dat is slechts schijn. Het is uitgekiend. De schoolstoeltjes met lentegroen stalen frame en zitvlak en rugleuning van licht hout zijn prachtig. Er valt veel daglicht binnen via de grote ramen aan drie zijden. Dit daglicht is gebaat bij fleur, zoals het lentegroen van de stoelen. Ja, het interieur voegt zich naar het daglicht.

De bar heeft een glanzend koperen front, waarin het interieur zich zacht spiegelt. Onder het roze blad van de bar zijn gele lampjes aangebracht. Het gele licht geeft de zitvlakken van de klassieke donker gebeitste barkrukken een gouden schijn. Erg mooi gedaan. De wand achter de bar is tot aan het plafond betegeld. Ook heel fraai zijn de clusters van telkens vier iets overhellende verticale tl-buizen aan het plafond. Een deel van het vloeroppervlak bestaat uit rode gebakken klinkers in visgraatmotief. Het andere deel, op het podium, is van eikenhout (of van laminaat met een print van licht eiken). De wanden van het herentoilet (het andere toilet bezocht ik niet…) hebben lichtblauwe tegels. Heel eenvoudig, maar dit lichtblauw spreekt meer dan het geijkte wit en bovendien sluit het goed aan bij het (dag)lichte karakter van de ruimte erboven. Het Vedett-behang (jawel, een behang van een biermerk) in de trappengang naar de toiletten is vermeldenswaard.

Het terras is net als de vloer binnen verhard met dieprode gebakken klinkers. Het onderscheid tussen buiten en binnen vervaagt hierdoor en geeft het geheel, zeker op zomerse dagen waarop de deuren wagenwijd open staan, een bijzonder gastvrij karakter. Mocht je Buurt willen bezoeken, fiets of loop er dan vanuit de Vughterstraat naartoe. Via de brede brug over rivier de Dommel, waaraan schitterende grote bomen dik in het loof staan, nader je het terras. Je bevindt je nu aan de rand van het historische stadcentrum, de zone waar de tot de verbeelding sprekende geschiedenis plaatsmaakt voor de principieel tamelijk grauwe zakelijke werkelijkheid. In die zone ligt Buurt vrolijk te wezen.

Vanaf het terras kijk je uit op het Willemsplein, waaraan kantoorkolossen staan, waaronder die van Essent. Draai je je hoofd naar links, dan kijk je uit over het Wilhelminaplein, ooit een verkeersplein waarop vanwege de zeer complexe voorsorteerinrichting veel rij-examens zijn stukgelopen. Doorheen de dag passeert hier enorm veel gemotoriseerd verkeer. Tussen de autobanen en het terras ligt echter een fiets- en voetgangersstrook die het rumoer enigszins op afstand houdt en dus fungeert als geluidsbuffer. Dit is niet de mooiste plek van Den Bosch; wel is het een rijpe plek die het leven in volle breedte aanvaardt. Het snelle stadsleven, de geveinsde haast, wordt in de warmte van een wollen deken gesmoord.

Ik zit op een bank tegen de pui en overzie het terras, dat schuilgaat onder een enorme luifel over de volle breedte van het pand. Een paar zitjes voor me proberen een man en een vrouw van voorin de veertig elkaar uit. Zij is picobello gekapt en gekleed in een jurk van soepele stof met een panterachtige print, haar voeten steken in schoenen met een hoge hak; hij draagt een T-shirt op een spijkerbroek en loopt op gympen. Beiden roken onophoudelijk; haar sigaretten zijn langer dan die van hem. Hebben ze een blind date? Hun gesprek heeft niet de souplesse van dat van de jonge vrouwen aan het tafeltje naast hen. Hier wordt afgetast. Ze drinken rosé. Lege glazen blijven iets te lang leeg.

Het is woensdagmiddag, nagenoeg alle tafeltjes zijn bezet, de meeste door twee personen. Niemand zit tegenover elkaar. Iedereen zit naast elkaar met het gezicht naar het zuiden. Opvallend, aangezien het uitzicht niet formidabel is en de zon de gezichten niet warmt omdat de luifel dat voorkomt. Zit men naast elkaar om de confrontatie met directe blikken uit de weg te gaan? Kennen de gasten elkaar niet goed genoeg om elkaar in de ogen te kijken? Misschien is naast elkaar zitten en een beetje mijmeren, kabbelend praten gewoon lekker, ongedwongen na een drukke dag.

Alle nieuwe gasten krijgen een zakje chips als welkom.

Een man staat op om zijn vrouw te fotograferen opdat hun kinderen kunnen zien dat ze het naar hun zin hebben. De man gaat door zijn knieën om zijn lief op eerlijke hoogte vast te leggen. “Nee,” zegt de vrouw, “niet van onderen fotograferen.” Een jonge vrouw van de bediening bevestigt deze aanwijzing. Een decolleté komt kennelijk niet goed uit de verf als deze van onderen gefotografeerd wordt. Van boven af fotograferen, dwingt het model tot rechten van de rug, wat gunstig uitwerkt op het decolleté. “Juist,” zegt de vrouw van de bediening, “en dan moet u de camera een klein beetje schuin houden.” De man drukt snel een paar keer af en toont het resultaat aan zijn vrouw. “Mwah, mijn handje op deze wappert wel wat raar,” oordeelt ze streng, “en op deze kijk ik alsof ik buikkrampen heb.” De man besluit tot het verwijderen van alle foto’s. Zijn vrouw vindt het een goed besluit.

Op de bank tegen de pui naast me strijkt een (relatief) jong stel met een peuter neer. De vrouw vindt dat ze die dag al genoeg heeft gehannest met de kleine, want de man doet de kleine meid. Hij doet het goed, ofschoon wat onbeholpen en met goed verhulde tegenzin. Ik zou hem willen vragen of hij niet liever met wat vrienden aan de drank zat. Het beweeglijke kleine meisje eet het zakje chips leeg en haar mama ontbloot haar voeten en trekt die onder haar billen op de bank. Manlief heeft huishoudfolie gewikkeld om een paar helderblauwe tatoeages op zijn onderarm. Mag er geen lucht bij?

"Ik verbaas me dat iedereen zo vroeg klaar was vandaag," zegt een jongeman met een vriendelijk pezig gezicht tegen de jongeman naast hem, waarschijnlijk een collega, want ze dragen beiden een badge met dezelfde bedrijfsnaam. Ze kwamen gelopen vanuit het Essent-pand. Als de zon schijnt, is kantoorwerk ondraaglijk, wil ik zeggen. De zon schijnt. De mannen drinken bier en bestellen een portie bitterballen. Af en toe groeten ze een passerende collega op het fietspad.

Een stel van halfweg zeventig zit te genieten van rosé en een stevige maaltijd. Verderop werken twee jonge vrouwen een hoog broodje hamburger weg. De portie friet in een schaaltje tussen hen in blijft onaangeroerd. Twee mannen van dik in de tachtig, fief, hebben het enorm naar de zin bij een pint. Ze praten en lachen onophoudelijk. Als ze vertrekken, helpt de ene de andere met zijn rollator. Ze blijven lachen en praten. Zij zijn mijn voorbeeld. Buurt maakt mensen van alle leeftijden blij. Sommigen hebben net gewerkt, anderen werken al lang niet meer en een enkeling moet nog kennismaken met de fenomenen werk en werkdag.

Ik kijk naar rechts. Achter het glas van de eerste verdieping van een kantoorpand is een fitnessruimte. Op een van de apparaten zwoegt een man in spandex. De ramen van de verdieping op de begane grond zijn over de volle dertig meter bestickerd met vergezichten van wereldsteden. ‘Next generation happiness’ staat er in grote letters op. De vrouw met de langste sigaretten wandelt op hoge hakken naar het Essent-pand. Het afscheid van de man op gympen was wat afstandelijk, snel, ontwijkende blikken. Ze mailen elkaar nog. Niet appen, maar mailen. Bij de entree van het pand drukt ze op een knop. De deuren schuiven uiteen en ze verdwijnt in de kolos.

 

terug

van

alle

leeftijden

blij

Inspiratie voor je interieur Horeca interieur Beleving in de horeca Inspiratie voor ondernemers Out of the box denken Verhalen uit de horeca Verhalen aan de bar Gastvrijheid terug